Mijn leider, mijn broer

Afgelopen dinsdag is Koerdenleider Abdullah Öcalan ter dood veroordeeld wegens hoogverraad. Een gemiste kans voor vrede in Turkije, oordeelt broer Mehmet. ‘Abdullah heeft nooit een wapen ter hand genomen.’

SINDS ZIJN ARRESTATIE in Kenia op 15(februari zit Koerdenleider Abdullah Öcalan gevangen op Imrali, een eilandje in de Zee van Marmara. Sinds 31(mei loopt het historisch te noemen proces tegen hem. In de media werd voortdurend gesuggereerd dat Öcalan de Koerdische zaak en de PKK heeft verraden om zijn eigen huid te redden. Öcalans jonge broer Mehmet, die Abdullah regelmatig op het zwaarbewaakte Imrali bezoekt, denkt daar anders over. Normaal gesproken geeft hij geen interviews tijdens het proces, maar voor de Nederlandse pers maakt hij een uitzondering. ‘De Turkse media doen er alles aan om een conflict te creëren tussen mij en Abdullah’, zegt hij op het advocatenkantoor in Istanboel. 'En dat heeft veel politieke consequenties. Ik ben bang dat de Turkse kranten zullen koppen dat zelfs ik hem lafhartig vind en hem de rug heb toegekeerd, omdat ik hem een watje zou vinden dat alles heeft verraden om niet opgehangen te worden. Dit soort uitlatingen hebben in de Turkse pers gestaan, zogenaamd bij monde van mijn broertje Osman.’ MEHMET ÖCALAN (49) is anderhalf jaar jonger dan de PKK-leider en hij heeft Abdullah van 1977 tot zijn arrestatie niet gezien. Öcalan heeft vier zussen en twee broers, van wie Osman als commandant binnen de PKK in Noord-Irak vecht tegen het Turkse leger. Mehmet leeft met zijn gezin in de Zuid-Turkse stad Adana en bezoekt in de zomermaanden zijn geboorteplaats Fis in de Koerdische provincie Urfa. Hij verhuisde naar Adana omdat hij voortdurend ondervraagd werd en 52 dagen is gemarteld. Wat ging er door hem heen toen hij zijn broer in gevangenschap ontmoette? Mehmet: 'We zijn gevoelsmatig uit elkaar gegroeid, merkte ik toen ik hem op Imrali zag. Ik zie hem in de eerste plaats als een leider en in de tweede plaats als een broer.’ Volgens Mehmet was Abdullah al tijdens zijn kinderjaren erg ambitieus. Hij las in zijn vrije tijd op de middelbare school religieuze literatuur. Later maakte hij kennis met het marxisme en raakte hij gefascineerd door het gelijkheidsbeginsel van het communisme. Hij zou een hekel hebben aan eenzaamheid en hij zou geen vlieg kwaad doen. 'Hij was een vogelliefhebber’, lacht Mehmet. HOE KAN EEN vogelliefhebber een bloedige oorlog beginnen waarin meer dan dertigduizend doden zijn gevallen? 'Hij heeft nooit een wapen ter hand genomen’, zegt Mehmet. 'Hij kreeg tijdens zijn studie politieke wetenschappen in Ankara de Koerdische problematiek in zijn schoot geworpen. Hij werd toentertijd geïnspireerd door de revolutionaire studentenbewegingen elders in de wereld en begreep dat het aanvechten van de ongelijke behandeling van de Koerden via democratische weg onmogelijk was. In de jaren zeventig vormde hij samen met andere Koerdische en Turkse studenten de PKK. Met een guerrillaoorlog wilde hij de Turkse regering dwingen de Koerden serieus te nemen. Na vele jaren vechten begon hij van gedachten te veranderen. Na de val van de Sovjet-Unie bleef hij geloven in het communisme, maar hij begreep dat de realisatie ervan onmogelijk was in een feodale samenleving als de Koerdische. Vanaf de jaren negentig begon hij de PKK te hervormen tot een vrijheidsbeweging die moest vechten voor de politieke en culturele rechten van de Koerden. Het gelijkheidsbeginsel hangt hij nog steeds aan.’ 'IN DE JAREN negentig, onder president Özal, begon in Turkije de politieke conjunctuur langzaam maar zeker te veranderen. Het verbod op de Koerdische taal werd opgeheven en het bestaan van de Koerden werd grondwettelijk niet meer ontkend. Alles wees er dus op dat de vrijheden die de PKK nastreefde een stukje dichter bij kwamen. Daarvoor was het onmogelijk om binnen de grenzen van de Turkse Republiek politieke en culturele vrijheden te realiseren. Toen wij onze taal mochten spreken en bladen mochten uitgeven, begon de PKK zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Een onafhankelijk Koerdistan hoefde er wat Öcalan betreft niet te komen, omdat Turken en Koerden eeuwenlang onafscheidelijk met elkaar verbonden waren. Als gevolg van Özals inspanningen werd het politieke klimaat in Turkije steeds gunstiger. Er kwam een geheime dialoog tussen de PKK, het leger en de Turkse regering. Op verzoek van president Özal kondigde Öcalan in maart 1993 zelfs een eenzijdig staakt-het-vuren af om een begin te maken met de vredesbesprekingen. Daar werd jammer genoeg niet positief op gereageerd, doordat Özal kort daarop op mysterieuze wijze stierf. Sindsdien is de PKK openlijk blijven pleiten voor een democratische oplossing voor ons allemaal. Deze ideologische verschuiving van een totaal vrij Koerdistan naar politieke en culturele vrijheden heeft dus niet alleen met de PKK zelf te maken, maar ook me de soepelere houding van de Turkse regering.’ IN DE RECHTSZAAL heeft de Koerdenleider onlangs tijdens zijn politieke verdediging te kennen gegeven te streven naar een democratische eenheidsstaat en niet meer te vechten voor een onafhankelijk Koerdistan. Mehmet: 'De Turkse media melden veelvuldig dat Öcalan de Koerden heeft verraden om zijn eigen huid te redden. Ik was ook in de rechtszaal en ik heb elke week met mijn broer gepraat. Tegen mij heeft hij gezegd dat wat hij wil niet helemaal nieuw is en dat hij niet verbijsterd is dat de Turkse media zijn uitlatingen vertekend weergeven.’ De berichten die vanaf Imrali naar buiten komen, worden gestuurd door het staatspersbureau Anadolu Ajansi. Onafhankelijke journalisten gingen in hun columns niet in op de inhoud van de uitlatingen van Öcalan. De waarnemers gaven beperkt commentaar om hun toegang tot de rechtszaal niet te riskeren. Mehmet: 'Er werd voortdurend gemeld dat Öcalan in de war was, dat hij lafhartig was en dat hij zich schuldig voelde als een kat die de melkfles heeft laten omvallen. In de kranten werden foto’s van hem afgedrukt waarop hij zielig kijkt, met teksten als “ik ben onschuldig meneer de rechter”. Maar in werkelijkheid heeft hij alleen gepleit voor het stoppen van het bloedvergieten dat al meer dan vijftien jaar voortduurt.’ Mehmet is trots op zijn broer. 'Öcalan wil vrede en verzoekt de staat een weg te openen naar een dialoog. Hij wil een kans krijgen om zijn guerrilla’s uit de bergen te halen. Iets beters dan dit heilige streven ken ik niet. Als ze hem ophangen, zal dat niet alleen onze harten verscheuren. Het zal een gemiste kans zijn voor heel Turkije om eindelijk vrede te stichten.’