Tom Kleijn

«Mijn leven is vermiste mensen»

Op 28 juni werden in Luik de lichamen van Stacy Lemmens en Nathalie Mahy terug gevonden. Alain Remue, hoofd van de «Cel Vermiste Personen» van de Belgische politie, vertelt.

LUIK – Na achttien dagen bijna non-stop rechercheren, stond Alain Remue op het terras van een café, met zijn collega-onderzoekers. Ze hadden net hun eerste biertje op. De twee meisjes waren gevonden.

Remue is achter in de dertig. Hij heeft kort zwart haar en droevige ogen. Hij is een prototypische politieman: slechte spijkerbroek, pistool in een holster en een blauw T-shirt. Hij doet dit werk nu elf jaar. Hij heeft een zoontje van tien.

Achttien dagen geleden kreeg u het bericht: twee meisjes vermist. Dacht u: Dutroux?

Alain Remue: «Nee, vanaf het begin was dit anders. Je hebt een aantal ideeën, er komen getuigenissen. Op dat moment verval je in bepaalde routines. Profiel van de vermiste kinderen: wie zijn dat, wat zijn de omstandigheden, point last seen, dat soort zaken. De start was niet honderd procent. Het was moeilijk: er was een braderie, er was gedronken, er kwamen geen getuigenissen. Toch denk je: misschien is er iemand die gezien heeft wat er is gebeurd, die de kinderen heeft meegenomen, iemand die naar voren komt en zegt: ‹Ik heb ze, ze slapen en ze liggen hier.› Helaas. Het werd een serieus probleem. Naarmate de tijd vorderde, werden we ons honderd procent bewust van: dit komt niet goed. Eerst denk je aan het positieve, dan gaat dat voorbij, dan volgen de dagen elkaar op, je gaat zoekacties beginnen, alles gaat zijn gang, en niks leidt tot iets. Op een bepaald moment heb je het gevoel: we zijn aan het verliezen. Je hebt een verdachte, maar daar kun je ook niks mee aan.»

Want daar kwam niks uit.

«Dus dan zeg je: oké, we moeten verder zoeken. We zijn structureel te werk gegaan, plaats na plaats verder gezocht. We hebben getracht vanaf het begin systematiek in de zaak te steken, een logica, en dat heeft perfect gewerkt. Alles, alles geprobeerd, de riolen, de grotten, het water, alles. Vanaf het begin gezegd: we zetten alles op alles, we willen hier meisjes levend terug aan hun ouders geven. Jammer genoeg is het niet gelukt.»

Vandaag kreeg u het bericht?

«Op het moment dat ik het eerste bericht kreeg, had ik het gevoel: shit, het zal toch niet waar zijn. En het is dan wél waar. Dat stopt alles. Dan heb je heel even de vraag: we hebben er één, laat ons alstublieft de tweede ook vinden. Want er zijn nog ouders die wachten. Dat was de grootste schrik die we hadden, van laat ons niet één kind vinden, laat ons dan twee kinderen vinden. Als het toch zo moet zijn, alstublieft alle twee. Jammer genoeg is onze wens vervuld geraakt.»

Wanneer dacht u: er is geen hoop?

(diepe zucht) «Kijk, ik ga eerlijk zijn met u, eigenlijk heb ik tot het laatste moment gehoopt. We gaan ze vinden, moeten ze vinden, misschien tegen beter weten in. Naarmate de tijd passeert, verstrijkt de hoop. En dan heb je het gevoel van… (zwijgt) … maar ge doet verder, de fouilles gaan door. Ik weet het niet. Ik had zo graag twee levende kinderen gevonden (zwijgt lang). Ik heb contact gehad met de ouders, ik heb die mensen ontmoet. Het is zo erg, het is heel erg.

(Remues ogen worden vochtig. Hij krijgt een verbeten trek om de mond.)

Voor ons is het gedaan. Wij zijn de Cel Vermiste Personen. Er zijn geen personen meer vermist. Er zijn geen verdwenen meisjes meer. Het onderzoek gaat nu zijn gang, wij volgen dat op de voet. Hier is geen opluchting, geen geluk, hier is gewoon… ja… het is zo erg, heel erg. We spreken hier over twee dode meisjes wier leven nog moest beginnen, en wier leven nu gedaan is. Heel erg.»

Vandaag kreeg u al weer een nieuw telefoontje?

«La vie continue, comme on dit. Ja. Vandaag zijn we op zoek geweest naar een jongetje van drie, die opgesloten was geweest in een klaslokaal. De school sloot, hij was in slaap gevallen, maar we hebben er drie uur naar gezocht.»

Houdt u dat vol?

«Het is mijn leven, mijn leven is vermiste mensen, dit is wat ik wil beleven, tot de dag dat ik eruit stap. Het is het mooiste wat mij ooit overkomen is, dit werk. Ik heb de kans gehad mensen te ontmoeten die nog steeds op zoek zijn naar hun kind, zoon, dochter. Dat is het ergste wat er bestaat op de wereld. Als je aan ouders het gevoel kunt geven van: zoekt u niet meer, we hebben wat jullie zoeken… Het is onwaarschijnlijk, maar het enige wat wij kunnen doen is hen een beetje zekerheid geven.»

U heeft zelf ook kinderen?

«Kijk, ze weten wat ik doe, dat is mijn job. Ge kunt een kind niet vastbinden, je kunt ze moeilijk met een stalen bal om hun voet op straat sturen of met een chip in hun oor. Weet u, het is het leven, en er zijn nog heel veel goeie mensen in deze wereld. Het is jammer dat wij altijd geconfronteerd worden met de slechte mensen in de wereld. Dit is een zwarte dag voor ons. Ik had zo graag twee levende meisjes gevonden. Maar ja, zo zit het nu eenmaal niet in elkaar. C’est la vie.»

Tom Kleijn is redacteur van de actualiteitenrubriek Nova