De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Herstel van de Joodse wijk in Mosul

‘Mijn moeder mist de joden’

Voor het eerst sinds het vertrek van de joden uit Irak in de jaren vijftig is er sprake van eerherstel, en zelfs van een mogelijke terugkeer. Ook de Joodse wijk in Mosul, die ongeschonden uit de IS-strijd kwam, moet in oude glorie worden hersteld.

Mosul, Irak. De Al-Nouri-toren in de Joodse wijk

De eerste gemeenschap die we in Mosul ooit verloren, was de joodse. Daarom moeten we hier in de Joodse wijk beginnen met het restaureren en herbouwen, om zo de diversiteit terug te brengen in de stad.’

De afgelopen zeventig jaar verdwenen na de joden ook de christenen, soefi’s, sjiieten en jezidi’s uit Iraks tweede stad – de laatsten door radicale moslimgroepen. Faisal Jeber wil ze allemaal terug. De directeur van het Gilgamesh Centrum voor de Bescherming van Oudheid en Erfgoed is een gedreven man die al een dag nadat de islamitische terreurgroep IS was verjaagd uit de Joodse wijk van Mosul met een speciale militaire eenheid poolshoogte ging nemen om te zien hoe groot de schade was. Hij had zich grote zorgen gemaakt, want hoe overleefde de wijk een verklaard anti-joodse groep als IS?

Nu loopt hij weer door de wijk die joden in de jaren vijftig verlieten. Het merendeel van de bewoners die vluchtten voor IS zijn terug, er wordt hard gewerkt aan het uitwissen van de sporen van drie jaar bezetting. Jeber knoopt praatjes aan met bewoners en noteert telefoonnummers. Zoals dat van de 72-jarige Imad Fetah, die in een witte dishdasha met een even smetteloos witte sjaal losjes over zijn hoofd buiten zijn onlangs in aardkleuren geverfde poort staat.

Hij wijst: het pand aan de overkant van de smalle straat is uitgebrand. Aangestoken door IS, zegt hij. Het pand dateerde van voor 1950 en is gebouwd in de typische stijl van oud-Mosul, rond een overdekte binnenplaats. Het is zwartgeblakerd maar nog te restaureren. Maar of de eigenaar die moeite zal doen, of er het geld voor heeft, is de vraag.

Toen bewoners doorkregen wat IS met hun huizen zou doen weigerden ze nog te vertrekken. Fetah ook. ‘IS vernietigde oude dingen’, stelt hij vast. Niet alleen hier: alle monumenten die niet strookten met hun versie van de islam moesten eraan geloven, soefigebedshuizen en bibliotheken met unieke boeken, standbeelden van schrijvers en dichters. In Mosul is een beweging actief om zo veel mogelijk weer te herstellen. Boeken die de brand in de universiteitsbibliotheek hebben overleefd zijn uit het puin gered en uit het buitenland is door universiteiten en particulieren massaal gehoor gegeven aan een oproep om wat verloren ging te vervangen. Voor de Al-Nouri-moskee, waar IS-leider Al-Baghdadi het kalifaat uitriep, en die vernield werd toen IS zich uit de wijk moest terugtrekken, is al een herstelplan met financiering uit de Emiraten.

IS vernielde niet alleen, maar kopieerde ook, meent Fetah. ‘Ze zagen de tunnels die de joden hier hadden aangelegd. Dat bracht ze op het idee die zelf ook te graven.’ Of die bewering klopt is de vraag, want officieren van de Baath-partij en Saddam Hoesseins leger brachten hun kennis van tunnelbouw mee toen ze zich bij IS aansloten. De tunnels zijn ooit gegraven om joden in noodgevallen de kans te geven te vluchten, en tot IS kwam vermoedelijk het laatst gebruikt in de jaren vijftig, toen na de oprichting van de staat Israël in 1948 in heel Irak anti-joodse rellen uitbraken. Ook in Mosul trokken toen duizenden woedende Irakezen naar de Joodse wijk.

De anti-joodse sentimenten leidden ertoe dat duizenden Iraakse joden zich de grens naar Iran en Turkije lieten oversmokkelen, waarna ze veelal in Israël terechtkwamen. De grote uittocht kwam begin jaren vijftig, toen de Iraakse regering een wet aannam om de illegale emigratie in te dammen. Joden mochten vertrekken als ze hun Iraakse nationaliteit opgaven. Toen daar massaal gehoor aan werd gegeven, bepaalde de overheid dat vertrekkende joden hun eigendommen moesten achterlaten. Toch ging de exodus door, tot zo’n twee derde van de circa 150.000 Iraakse joden was vertrokken. De rest volgde tijdens een volgende periode van jodenvervolging in de jaren zeventig onder Saddam Hoessein – als zij zich niet tot de islam hadden bekeerd, en in mindere mate tot het christendom.

Joodse wijken liepen leeg. De huizen van de eerste lichting van vertrekkers bleven hun eigendom of zijn verkocht, voor de latere lichting nam de overheid er bezit van en verkocht of verhuurde ze. De panden waren geliefd omdat ze meestal goed gebouwd waren. Maar de meeste zijn in de tussenliggende jaren verwaarloosd, omdat de wijken steeds vaker armenwijken werden.

Een typisch joods huis in Mahallat al-Yahūd, de Joodse wijk

Alle buren zijn zich bewust van de joodse geschiedenis van de wijk, zegt Imad Fetah, en iedereen is er zelfs trots op. In het enige winkeltje dat open is in de Bazaarstraat verderop bevestigt Younis Abdellah (62) dat ongevraagd. ‘Mijn ouders kochten ons huis in 1948 van een joodse familie. Mijn negentigjarige moeder weet het allemaal nog precies en vertelt graag over onze joodse buren en dat ze die mist.’

Na jaren van door imams en politici aangewakkerde anti-joodse sentimenten zijn dit soort gevoelens niet langer taboe in Irak. De aanslag die IS deed op de diversiteit van de Iraakse samenleving heeft tot een herwaardering ervan geleid. Dat is het opvallendst ten aanzien van de joden, die na hun vertrek op z’n best doodgezwegen zijn, maar vaker nog werden weggezet als vijanden en spionnen voor Israël.

De verandering begon in Iraaks-Koerdistan, waar de Koerdische overheid in 2015 een joodse vertegenwoordiger aanstelde om de vermoedelijk duizenden (islamitische) Koerden met joodse wortels op te sporen en herenigen. Een Israëlische rabbi kreeg toestemming om te onderzoeken of er wellicht weer een geloofsgroep te vormen is. Naar Israël geëmigreerde Koerdische joden reisden naar Koerdistan om hun achtergelaten en tot de islam bekeerde familieleden te ontmoeten. Een enkeling besloot zelfs te blijven. Ook buitenlandse joodse bezoekers worden met open armen en als ‘broeders’ ontvangen.

Zeker zo belangrijk is de recente uitspraak van de populaire sjiitische geestelijke Muqtada al-Sadr, dat joden die uit Irak zijn vertrokken ‘welkom zijn als hun loyaliteit bij Irak lag’ – en niet bij Israël, bedoelt hij. Die uitspraak heeft de kracht van een fatwa, en de rebelse geestelijke wiens familie onder Saddam ook slachtoffer was van vervolging riep op tot bescherming van de joden en teruggave van hun burgerrechten. Al-Sadr, die in mei de Iraakse parlementsverkiezingen won met religieuze diversiteit als belangrijk thema, doorbrak een taboe. Jarenlang zijn in Irak joden en Israël over één kam geschoren. Al-Sadr is de eerste die openlijk toegeeft dat een deel van de Iraakse joden loyaler was aan hun vaderland dan aan Israël – en dat velen zich daar alleen maar vestigden omdat ze met beroepsverboden, gevangeniskampen en executies uit Irak weggepest waren.

In Mosul worden joden vooral herinnerd als ‘goede buren’, zegt Faisal Jeber. ‘Die goede herinneringen worden gekoesterd. Niemand had iets tegen de mensen. De negatieve gevoelens hadden alleen betrekking op de staat Israël.’ En dat is niet veranderd, want Irak heeft innige banden met buurland Iran en daar is Israël nog steeds de grote vijand. In Iraaks-Koerdistan ligt dat anders: daar streven veel Koerden naar een eigen staat en zien ze Israël als het lichtend voorbeeld.

In Mosul is het na de bevrijding de vraag wat het geweest is dat burgers ervan weerhield IS te wijzen op de waardevolle gebouwen en ruïnes in de Joodse wijk. Waren het die oude sentimenten, de liefde voor hun wijk en zorg voor hun huizen, of de weerzin tegen de radicale baardmannen die overal waar ze kwamen een spoor van verwoesting achterlieten?

‘De goede herinneringen aan de joodse buren worden gekoesterd. De negatieve gevoelens hadden alleen betrekking op de staat Israël’

Feit is dat de wijk verrassend ongeschonden is. En de grote verrassing is de synagoge, het eigenlijke doel van Jebers rondleiding. Even doodgezwegen als de Iraakse joden zelf was het bestaan ervan jarenlang vergeten. In de jaren tachtig was de synagoge illegaal in privébezit gekomen van een man die de bijbehorende school bewoonde en die het geheel nu wil verkopen. Maar ondanks IS is het vervallen gebouw er nog. De poort is versperd en een officiële mededeling in rode letters meldt dat dit erfgoed is en niet mag worden betreden. Omdat het dak ontbreekt maakt een klimpartij via omliggende daken van panden het toch mogelijk om de sjoel te zien en de Hebreeuwse inscripties aan de muren.

En hoewel IS zowel de synagoge als een oude school verderop gebruikte om wapens en munitie op te slaan, zijn drie van de Hebreeuwse tafelen pas verdwenen nadat historicus Omar Mohammed in Mosul via Twitter zijn blijdschap deelde over het feit dat de synagoge niet het lot onderging van ander belangrijk erfgoed in de stad.

Dat is zorgwekkend, vindt de historicus die tijdens een bezetting als ‘Mosul Eye’ een blog bijhield. Want met het vertrek van IS, dat een deel van haar inkomen uit de smokkel van voorwerpen haalde waarvan ze beweerde dat die haram waren, zou dit soort criminaliteit voorbij moeten zijn. Maar iemand moet zich hebben gerealiseerd hoe waardevol de tableaus zijn, en de smokkel van oudheidkundige voorwerpen gaat in Irak ook zonder IS gewoon door. Om die reden is Faisal Jeber helemaal niet zo blij met die officiële waarschuwingen in rood buiten de belangrijkste historische panden; die zouden souvenirjagers wel eens op een idee kunnen brengen.

De deur van de synagoge is gesloten om plunderingen te voorkomen

Waarom heeft de wijk, die tot buiten Mosul bekend staat als Mahallat al-Yahūd, de Joodse wijk, de vernietigingen van IS overleefd, terwijl er zoveel andere wijken verwoest werden? Jeber wijt dit aan het grote verval en denkt dat de Hebreeuwse tableaus met rust zijn gelaten doordat veel IS-leden van het platteland kwamen en analfabeet waren. ‘Ze dachten dat het Hebreeuws Assyrisch was. Er zijn ook kerken in de wijk en er woonden christenen. Wat wisten zij nou van het jodendom; geen van hen had ooit een jood ontmoet.’

Maar bewoners zeggen dat IS de bewoners juist uit de wijk joeg omdat die joods was en IS die daarom als haram beschouwde. Dat de wijk vooral bewaard is door de onwil van bewoners, hoe bang ze ook waren, om zich hun huizen te laten afpakken. En dat kan waar zijn, omdat ook elders in de oude stad mensen om die reden in hun huizen bleven terwijl de kogels hun om de oren vlogen en IS-scherpschutters hun daken gebruikten. Tot ze door de bombardementen van de coalitie tegen IS en de felle strijd met het Iraakse leger wel moesten vluchten.

Dat de wijk in vergelijking met andere wijken in het totaal kapotte West-Mosul de bombardementen redelijk ongeschonden overleefd heeft – op een paar platgebombardeerde huizen na waar IS-leiders zaten – heeft Mosul vrijwel zeker aan de Amerikanen te danken. Omdat die zich juist wel bewust waren van het joodse erfgoed en het vermoedelijk op hun kaarten hadden gemarkeerd.

‘In 2004 heb ik een Amerikaanse officier door de wijk zien lopen’, vertelt Saad Rachawi (56), die erop staat thee te zetten voor de gasten die vanaf zijn dak naar de joodse school tegenover zijn huis komen kijken. Daar sloeg IS wapens en munitie op, vertelt hij. Tot zijn grote angst, want elders in West-Mosul waren dit soort scholen doelwit van bombardementen van de coalitie. Maar hier gebeurde niets. Door dat bezoek van de Amerikaan, zo lijkt het. ‘Hij had een kaart van de wijk, waarop hij aantekeningen maakte’, herinnert Rachawi zich.

Hij moet het over Carlos Huerta hebben, die als rabbi na de val van Saddam Hoessein in 2003 met het Amerikaanse leger in Mosul was, en later in een blog verslag doet hoe hij in de oude stad tussen bergen vuilnis de synagoge ontdekte. ‘Mijn hart brak toen ik over de vuilnishopen klom die de kamer vulden waar honderden jaren lang de gebeden van joden de hemel bereikten. Toen realiseerde ik me dat ik vermoedelijk de eerste jood in vijftig jaar was die deze heilige plaats binnenging.’ Dat vuilnis ligt er jaren later nog, in een van de kamers van de synagoge.

Onderwijzer Saad Rachawi vertelt dat hij vorig jaar opnieuw Amerikanen in de buurt van zijn huis zag, toen die met het Iraakse leger naar de school kwamen nadat IS was verjaagd. ‘We moesten allemaal weg. En toen hebben ze met robots al die explosieven verwijderd.’

Nu de dreiging van IS is verdwenen, komen er andere gevaren. Ondanks de gehalveerde huizenprijzen proberen bewoners hun huizen te verkopen, omdat ze dringend geld nodig hebben – na de jaren van overleven onder IS. Faisal Jeber vreest dat koopjesjagers ze zullen opkopen, afbreken en nieuwbouw plegen, die flinke winst kan opleveren. Daarmee zal belangrijk erfgoed verdwijnen, waarschuwt hij.

Het meest bevreesd is hij voor het lot van de synagoge, die de eigenaar voor twee miljoen dollar te koop heeft aangeboden en zo snel mogelijk kwijt wil. Dat bedrag is vele malen te hoog, meent hij. ‘We willen het pand kopen, of anders huren en er ons hoofdkwartier vestigen. We zoeken financiële hulp, om zo het gebouw terug te geven aan de gemeenschap.’ En ook overweegt hij een procedure bij de rechter omdat het pand, dat staatseigendom was, volgens de wet nooit aan een particulier had mogen worden verkocht.

Jebers leven staat momenteel geheel in het teken van deze strijd. Hij laat zich inspireren door een film van George Clooney uit 2014, The Monuments Men, over een groep geallieerden die in de Tweede Wereldoorlog kunstschatten uit de handen van de nazi’s probeert te redden.

‘Ik voel me ook een Monuments Man’, zegt hij ernstig.

Zijn droom is om de vervallen wijk terug te brengen in de oude glorie. ‘Dat zou van groot belang zijn voor de bewustwording onder de bevolking, dat een joodse wijk gewoon bij Mosul hoort. Er is hard gewerkt om de joden uit onze geschiedenis weg te vlakken. Dit is ons erfgoed, onze identiteit en onze ware geschiedenis.’ Daarom ook hoopt hij dat joden terugkeren naar de wijk. Wat tot voor kort nog taboe was, lijkt na IS opeens bespreekbaar. Jeber is hoopvol: ‘Het zal vast niet makkelijk zijn, maar het kan de eerste stap zijn om culturele diversiteit terug te brengen in Mosul.’

Die verdween toen na 2003 de radicale groepen zich roerden, en het meest nog door IS, zegt Jeber. ‘Toen werd het mozaïek eenkleurig grijs. We willen de kleur terug.’ Hij heeft een aantal activiteiten in de planning waaraan de groepen zullen meedoen, zoals een herdenking van de ‘genocides’, de moordpartijen die de meeste minderheden in Irak in de afgelopen eeuw troffen. Daarvoor wil hij naast jezidi’s, sjiieten, christenen en tal van binnen- en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders ook Iraakse joden uitnodigen.

De deur naar vernieuwing staat de komende twee jaar nog open, denkt Jeber door zijn ervaring van na de Amerikaanse inval in 2003. Hoe het er daarna voorstaat, ligt aan wat er nu wordt ondernomen, zegt hij stellig. ‘Ik zie dat de lokale gemeenschap het weer begint te accepteren dat de joden thuiskomen, vanwege de goede herinneringen aan vroeger. Onze Iraakse identiteit kan ons verenigen. Het is net zo belangrijk om onze diversiteit te herstellen als onze economie.’