Mijn onthaasting

Amerika is nog altijd het land van de onbegrensde mogelijkheden. Luister naar wat mij gisteren, hier in New York, is overkomen. Ik haastte me door de Twintigste Straat naar de afspraak waar over mijn toekomst zou worden beslist, toen ik door een man op leeftijd staande werd gehouden. Hij scheen alle tijd van de wereld te hebben.

‘Meneer’, zei hij, even bedachtzaam als vriendelijk, 'mag ik u even storen?’
Voor dit soort gelegenheden heb ik altijd wat kleingeld paraat. Dus haalde ik een halve dollar uit m'n zak, die ik terloops in de hand van de man probeerde te drukken. Pas toen zag ik die gouden Rolex om zijn pols. Het muntstuk viel op de grond.
'Sorry, vriend’, zei ik, wat onhandig, 'maar nu moet ik werkelijk gaan, ik heb een zakelijke afspraak, ziet u.’
De man werd even streng. 'Snotaap, die je bent’, sprak hij. 'Als ik je jaarlijks het tienvoudige van je inkomen garandeer, ben je dan bereid je nooit meer in je leven te haasten? En ben je bereid om voor eens en voor altijd het woord haast uit je vocabulaire te verbannen?’
Hij doceerde verder: 'Alleen een mens in nood haast zich, net als een ziekenauto of de brandweer. De wereld waarin iedereen zich haast, is een wereld die naar de verdommenis gaat.’ Hij stopte een visitekaartje achter mijn pochet. 'Denk maar rustig over mijn voorstel na’, zei hij. Zal ik vandaag al bellen? Of morgen? Ik wil natuurlijk niet de indruk wekken dat ik haast heb.