De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Mijn secularisme is zo soft als een plumpudding

Ik ben niet uitbundig of luidruchtig of extreem uitgesproken over dingen. Ik ben lid van de PvdA maar ik stem het niet altijd. Ik ben vegetariër maar eet toch wel één keer per week vis en draag leren gympen.

Zo ben ik secularist, maar ook in die overtuiging ben ik zo soft als een plumpudding.

Geert Wilders wilde de koran van het tafeltje van de voorzitter af. ‘De grondwet van Isis’ noemde hij het.

Ik weet wel dat bij een wetgevende instantie heilige boeken uit de buurt moeten blijven, maar ook hier dacht ik: laat maar liggen. Ik heb er geen last van en als mensen iets nodig hebben om op te zweren, prima. Uiteraard ligt in het verlengde van deze houding ook de mening dat ook de kernboeken van de vele andere geloven en profane levensovertuigingen aanwezig zouden moeten zijn.

Ik ben de moeilijkste niet. Ik ben een makkelijke secularist.

Als ik in het gemeentehuis word geholpen door een bekeppelde, een behoofddoekte of kruisdragende ambtenaar die mij mijn nieuwe paspoort uitdeelt, prima.

Anders ligt dat op het gebied van de wetshandhaving en rechtspraak. Een agent, een rechter maar ook een advocaat moet neutraal zijn en dat ook uitstralen. Daar is het dragen van een symbool als een hoofddoek of een keppel problematisch. Een rechter met een Feyenoord-shirt of een CDA-petje komt ook niet neutraal over. Je kunt zien hoe ze in het leven staan en dat zou niet moeten. Als dienaar van de burgerlijke wet ben je niet jezelf maar een extensie van de civiele democratisch uitonderhandelde wet.

Secularisme is de stevigste garantie voor gewetensvrijheid, waaronder geloofsvrijheid valt.

Zelf vind ik dat dezelfde lijn als bij de dienaren van onze wet ook voor het onderwijs moet worden gevolgd: geen zichtbare uitingen van geloofsovertuiging of politieke voorkeur voor de klas. En ín de klas een seculier curriculum. Dus niet atheïstisch, maar seculier. Neutraal. Het is niet aan de leraar om de onbekommerde jongmens te vertellen dat God wel of niet bestaat. Daar ligt de taak van de onderwijzer niet. Hij betreedt daar te zeer het privé-terrein van de leerling.

Op school dient een leerling geleerd te worden hoe te denken, en niet wát te denken.

Dit lijkt me vanuit een modernistisch progressief wereldbeeld, geheel getrouw mijn aard, een gematigde insteek.

Dat besprak ik ooit met een bewindspersoon die even modernistisch en progressief qua wereldbeeld is als ik.

‘Zo zou het moeten, in het onderwijs’, zei ik.

De bewindspersoon was het ermee eens dat het voorstel niet alleen progressief was, maar ook wenselijk. Zelfs, zo erkende de bewindspersoon, was het niet alleen een prima aanpak, maar maatschappelijk gezien zeer noodzakelijk. We moesten immers ‘weer door één deur’.

Maar niet alleen was de aanpak voor de samenleving ‘noodzakelijk’ maar inmiddels ook ‘politiek onhaalbaar’.

‘Ah… Iets dat noodzakelijk is, is politiek onhaalbaar’, dacht ik. En ik keek er heel gematigd bij.