Mijn ultieme triomf

Is genialiteit erfelijk? Ik zou het niet weten. Wel zit het al enige generaties in onze familie. Mijn grootvader was grootgrondbezitter, mijn vader was rijk van geest, en ik werd een begenadigd sportman. Kortom, wat wij ook aanpakten, het was altijd midden in de roos.

Maar de glorie heeft ook schaduwzijden. Wat krijg je als je alles hebt of alles weet of, zoals ik, de snelste ben? Je gaat je vervelen. Zowel mijn vader als mijn grootvader raakten aan de drank. Vandaar dat ik aan de vooravond van het Olympisch Jaar mij voornam lering uit hun lot te trekken. Ik besloot op de top van mijn roem mijzelf wat beter te leren kennen.
De Olympische race ging van start. Al gauw was het duidelijk dat ik ook deze keer geen kind aan mijn tegenstanders zou hebben. Hadden zij zich weer fysiek onvoldoende voorbereid? Of was hun psyche een rem op hun prestaties? Joost mocht het weten, maar van een wedstrijd was geen sprake. Honderd meter voor de finish lag ik dertig meter voor op de rest van het veld.
Op dat moment wist ik het. Ik verdom het om te winnen! flitste het door mij heen. Wat heb ik daaraan? Wat leer ik daarvan? Ik versnelde als een bezetene. Het gat tussen mij en en de rest werd nog groter. Mijn coach gebaarde, stopwatch in de hand, dat ik weer eens bezig was mijn eigen wereldrecord te breken.
Tien meter voor de finish hield ik mijn pas in. Twintig centimeter voor de eindstreep stond ik stil. Ik hief mijn armen ten hemel en liet iedereen voorgaan. Toen pas stapte ik triomfantelijk over de finish. Zo leerde ik nu ook de bitterheid van het verlies kennen…