Mijn vrees voor de angst

Een tijd geleden begreep ik eindelijk dat angst de weg naar het geluk verspert. Vandaar dat ik van het ene moment op het andere heb besloten nergens meer bang voor te zijn. Ik plukte een spin uit de gordijnen. Het ondier had mij al menig slapeloze nacht bezorgd. Nu liet ik hem over mijn handpalm lopen, via mijn arm richting rechteroksel. Wat hebben we gelachen! Even later kreeg ik zin om een van zijn pootjes af te rukken, bij wijze van wraakoefening voor alle angsten die de spinnen de gehele mensheid door de eeuwen heen hebben bezorgd.

Maar toen moest ik opeens denken aan de verschrikkingen in ex-Joegoslavie, zodat ik inzag dat wraak werkelijk nergens toe leidt. Dus liet ik die spin voor wat hij was en ging op zoek naar een muis. Mijn vrouw verdomde het om mee te doen, zelfs nadat ik haar het belang van mijn initiatief had ontvouwd. Dan maar zonder haar, besloot ik. Inmiddels zijn wij - m'n muisje en ik - onafscheidelijk. Ik heb haar Jantine genoemd, zoals ik m'n vrouw muisje noemde toen ik nog verliefd op haar was. Trouwens, ik was de angst inmiddels bijna de baas. Door mij als een tachtigjarige te schminken heb ik mijn angst voor de ouderdom overwonnen, de angst voor armoede verdreef ik door mij als een bedelaar te vermommen. De beslissende slag tegen de angst heb ik vannacht op het kerkhof geleverd. Vlak na middernacht leek ik hem op de knieen te hebben. Hij smeekte om genade en fluisterde: ‘Vergis je niet, gelukkig zijn is helemaal niet leuk, het is de angst die jullie mensen bindt.’