Mijn vriend

De Zuid-Koreaanse Vinnie Ko kwam in 2009 naar Groningen voor zijn studie wiskunde. Hij hapt haring, leest Jip en Janneke, staat voor een brugklas in Emmen en wint een schrijfwedstrijd. Driewekelijks schrijft Vinnie over de successen en hindernissen van zijn integratie.

Ik zit aan tafel met mijn huisgenoten.

‘Vinden jullie het goed als woensdag mijn vriend mee-eet? Woensdag is sowieso mijn kookbeurt.’

Ricardo, die me vaak uitlacht om mijn Nederlands, proest het uit.

‘Ik zei het toch? Hij is echt homo’, zegt Ricardo tegen Marc.

‘Hoezo ben ik nou weer homo?’

‘Jij neemt woensdag je vriendje mee, toch?’

‘Ja.’

‘Dan ben je homo.’

‘Nee.’

‘Wel.’

‘Nee.’

‘Wel.’

‘Waarom ben ik nou homo? Leg eens uit?’

‘Vraag het maar aan je lerares als je vanavond naar je Nederlandse les gaat.’

Ik leg de kwestie voor aan mijn docente.

‘Bedoelde je met “mijn vriend” een “friend” of een “boyfriend”?’ vraagt ze.

‘Friend’, antwoord ik.

‘In het Nederlands is er geen apart woord voor “boyfriend”. Het woord “vriend” kan zowel “friend” als “boyfriend” betekenen. Als je zegt “mijn vriend” denken mensen meestal aan de betekenis van “boyfriend”. Als je een “friend” bedoelt, kun je zeggen: “een vriend van mij”.’

‘Waarom? “Een vriend van mij” is gewoon een andere versie van “mijn vriend”. Ik bedoel, “een huisgenoot van mij” en “mijn huisgenoot” zijn toch hetzelfde?’

‘Dat klopt. Maar vrienden of huisgenoten, dat is iets heel anders.’

Een paar weken later hoor ik een studiegenote in de collegezaal zeggen: ‘Morgenavond kan ik niet. Ik ga dan trainen met m’n vriendin.’

Ik weet zeker dat ze een ‘boyfriend’ heeft. Maar ik weet ook zeker dat ik ‘mijn vriendin’ hoor en geen ‘een vriendin’. Ik durf haar niet te vragen naar haar seksuele voorkeur. Mijn docente nog een keer lastigvallen dan maar.

‘Vinnie, in dit geval kun je uit de context afleiden dat het om een “friend” gaat.’

‘Maar je zei vorige keer dat “mijn vriend” “boyfriend” betekende.’

‘Dat klopt, maar niet altijd. “Mijn vriend” kan afhankelijk van de context op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Maar “een vriend” betekent altijd een “friend”.’

Hoe langer ik in Nederland woon, hoe meer ik besef dat de taal van een land de bevolking weerspiegelt. In Zuid-Korea spelen hiërarchie en respect een zeer belangrijke rol. Zo kun je in het Koreaans veel gradaties van respect tonen. Bijvoorbeeld, het Nederlands kent de aanspreekvormen ‘jij’ en ‘u’, maar in het Koreaans bestaan meer dan zeven synoniemen voor ‘jij’. Daarentegen kent het Nederlands veel meer woorden voor regen dan het Koreaans.

Ik vraag me nu ernstig af hoe ik het moet interpreteren dat er geen apart woord voor ‘boyfriend’ bestaat in het Nederlands.