De meest ideale situatie voor mij is een ziekenhuis, waar oud en jong, rijk en arm, allochtoon en autochtoon komen. Ik voel me namelijk het meest thuis in situaties waarin verschillende groepen elkaar ontmoeten. Ik ben dan ook jaloers op artsen.
Mijn ‘eigen’ groep bevindt zich op de universiteit, maar ik vind het belangrijk om met anderen in aanraking te komen. Dat is niet zo eenvoudig; plekken waar je voorheen een dwarsdoorsnede van de maatschappij vond, zoals bij een volkspartij, een kerk of het leger, zijn voor een groot deel verdwenen. De pvda is geen brede ontmoetingsplek meer. Daarom heb ik dit jaar op het cda gestemd. Daar vindt mijns inziens nog de meeste wisselwerking plaats tussen kleine en grote ondernemers, platteland en stadsmensen en gematigde moslims en christenen. Al mis ik bij het cda wel de linkse, socialistische idealen.
Daarnaast voel ik mij een Europeaan. In die gemeenschap voel ik me het meest op mijn gemak, in de hoedanigheid van academicus én vakantieganger. En toch, hoewel ik mij uitdrukkelijk verzet tegen het apartheidseffect van het ‘soort zoekt soort’-principe, voel ik mij ook thuis bij clubs waarin ik me kan terugtrekken. Nu ik boven de vijftig ben, hecht ik aan mijn lidmaatschap van een herensociëteit en een veteranen hockeyteam.

Jos de Beus is hoogleraar politieke theorie aan de Universiteit van Amsterdam