Mijn Wij

Wat me echt een thuisgevoel geeft, zijn mijn spullen. Dat komt, denk ik, doordat ik in mijn leven zo vaak ben verhuisd.
Maar als het gaat om mijn identiteit, vind ik het vaak simplistisch hoe sommige Nederlanders mensen in hokjes stoppen. Ik heb tot mijn achttiende in de Verenigde Staten gewoond en later nog dertien jaar in Brussel, maar in de ogen van iedereen ben ik Nederlandse. Mijn voormalige fractiegenote Fatma Koser Kaya woont al sinds haar zesde in Nederland, maar wordt nog altijd gezien als Turkse.
Als ik op Schiphol land, heb ik het gevoel dat ik thuiskom. Maar dat heb ik ook als ik aankom op Dulles Airport. Als ik vroeger met mijn ouders voor een langer verblijf in Nederland kwam, betekende dat voor mij: cassis, hazelnoottaart en hagelslag. Als ik nu in de VS in een supermarkt kom en die gallonpakken melk zie, denk ik: ja, zo moet melk er uitzien. Ik weiger tussen een van die twee landen te kiezen. Je zou kunnen zeggen dat het één mijn moederland is en het ander mijn vaderland, ook al zijn mijn beide ouders Nederlanders. Daarom vind ik die discussie over dubbele nationaliteit zo vreemd. Alsof je identiteit ooit in een stuk papier kunt vangen.

Lousewies van der Laan was tot de verkiezingen fractievoorzitter van D66