Hoofdcommentaar

Mikken op het midden

Hoewel in Amerika eindeloos wordt gespeculeerd over goede en slechte tactieken in de nakende nek-aan-nekrace om het Witte Huis verkeert maar vijf à vijftien procent van de kiezers nog in onzekerheid, zo blijkt uit nagenoeg alle peilingen. Dat is voor deze fase van de strijd een ongewoon laag percentage, in een land waar partij-identificatie decennialang minder sterk was dan in landen als Engeland, Duitsland of Nederland.

In het verleden, ver en recent, besloot een meerderheid van zwevende kiezers op het moment suprème de stem te geven aan de uitdager. Dat zal ook nu wel eens kunnen gebeuren. 43 à 47 procent van de nog zwevende kiezers zegt ernaar te neigen op Kerry te stemmen, tegen 33 à 40 procent die meent uiteindelijk toch de stem aan Bush te geven. Mede daarom verklaarden enkele prominente Republikeinse campagnemedewerkers afgelopen week dat het beter is niet zozeer op het politieke midden te mikken, maar juist harde, «heldere» taal uit te slaan, opdat niemand uit het van oudsher conservatieve kern electoraat thuis zal blijven op de dag des oordeels. In een land van lage opkomsten kan dat een goede strategie zijn, die zich de laatste dagen al zou tonen in een nadruk van de regering — in retoriek en handelen — op «christelijke waarden», een sterk verzet tegen het homohuwelijk, en een, ook voor Amerikaanse begrippen, ongewoon rechts pleidooi voor de «natuurlijke» bestrijding van aids, die neerkomt op de gedachte: seks is slecht.

Maar de vraag is of de strategie werkt, aangezien de verwachte opkomst dit keer hoog is. Het is ook riskant, omdat momenteel juist politiek bewuste conservatieven onvrede tonen over de harde en vaak arrogante houding van de huidige regering. Exemplarisch hiervoor is wat Stephen Moore, leider van de antibelastingorganisatie Club for Growth zei: «Veel mensen zien net als ik dat Bush niet echt geeft om het terugdringen van de overheid. Wat betreft de begroting en het bestrijden van Het Grote Uitgeven, is Bush erger dan Clinton.» Natuurlijk, politiek actieve Republikeinen vormen een verwaarloosbaar klein aandeel van het landelijke Republikeinse electoraat, maar ze kunnen wel voor veel onrust zorgen. De Republikeinse, voormalige senator uit New York D’Amato heeft publiekelijk al opgeroepen om de running mate van Bush, vice-president Cheney, in te ruilen voor een andere notable individual. Powells naam gonst door de gangen in Washington. Cheney zou dan plaats maken om «gezondheidsredenen», waarvan de man er overigens daadwerkelijk enige heeft.

De keuze van de sprekers op de Nationale Conventie van de Republikeinen komt nog minder overeen met de afgekondigde strategie. Hoewel Dick Cheney verklaarde dat deze verkiezingen het duidelijkste ideologische contrast bieden sinds Reagan versus Mondale, laat het conventieprogramma in Madison Square Garden vooral ideologische verwarring zien. En opnieuw: mikken op het politieke midden. Tijdens de openingsavond op 30 augustus speechen John McCain, Rudy Giuliani en de huidige burgemeester van New York Michael Bloomsberg. De laatste is in alles behalve zijn portemonnee een Democraat. McCain is dat op economisch gebied (niet voor niets werd hij ook door Democraten genoemd als mogelijke running mate van Kerry) en Giuliani is weliswaar de man die met nultolerantie New York schoonveegde, maar over abortus, immigratie en homorechten denkt hij hetzelfde als Kerry. De overheidsuitgaven heeft geen van drieën ooit willen terugdringen.

Op dinsdagavond mag zelfs Rod Paige spreken, het levende bewijs van het oorspronkelijke enthousiasme van Republikeinen voor positieve discriminatie. De sprekers zijn gematigder dan de president die ze steunen. 127 Republikeinse afgevaardigden uit het Congres protesteerden en pleiten er (via een petitie) voor om Henry Hyde, de grote man van het Clinton-impeachment, een spreekbeurt te geven. Dat zou enig tegenwicht bieden, aangezien Schwarzenegger de enige spreker op de conventie is die werkelijk sterke gevoelens had over de impeachment procedure. Hij verklaarde in die dagen dat hij zich schaamde een Republikein te zijn.

Bij de Democraten is de sprekerskeuze niet verrassend, maar is het wel opvallend dat de deelnemers op het hart is gedrukt zich te onthouden van Bush- bashen. Alle speeches, ook die van Clinton en Carter, worden daartoe zelfs van tevoren doorgenomen door het campagne team van Kerry. Ondanks de traditie van bittere onderlinge gevechten op Democratische nationale conventies (de columnist Safire sprak in The New York Times van het vierjaarlijkse «executiepeloton opgesteld in een cirkel»), is er nauwelijks opstand in de Democratische gelederen tegen deze geheel door het Kerry-kamp georkes treerde applausmachine. Daarvoor is het gevoel van urgentie te groot. De Democratische partij is in zowel de Senaat als in het Huis van Afgevaardigden in de minderheid. Het doemscenario dat opnieuw het Witte Huis in handen van de vijand valt, is te donker voor al te veel onderlinge rivaliteit. Er is deze dagen, kortom, meer onzekerheid en gedonder in Republikeinse dan in Democratische gelederen.

In de speeches op beide conventies zal daar niets van blijken. Conventies worden niet gehouden voor mensen die van verrassingen houden. Om de onvermijdelijke verveling te doorbreken letten de aanwezigen momenteel vooral op Teresa Heinz, de in Mozambique geboren echtgenote van John Kerry en het enige ongeleide projectiel van deze campagne. Haar laatste faux pas dateert van enkele dagen terug, toen ze het beleid van Bush «on-Amerikaans» noemde, en in één beweging door «shove it» zei tegen een streng christelijke journalist die een verklaring van dat predikaat eiste. Andere conventiebezoekers bestrijden de verveling met het spel «tel het aantal keren dat de woorden strength, safe, secure en vooral respected vallen». Je kunt inzetten op de uitslag. Verder rest er niets dan aftellen tot 2 november.