Opheffer

Mildheid is angst

Wat is er eigenlijk tegen beledigen? Het is natuurlijk niet fatsoenlijk, maar iedereen weet dat fatsoensnormen buitengewoon verstikkend en anti-artistiek kunnen werken; met het begrip fatsoen kun je macht uitoefenen. De uitgedroogde flapdrol Balken ende is daar een mooi voorbeeld van; iedere keer als er iets gebeurt wat hem niet bevalt, doet hij een beroep op het fatsoen. («Normen en waarden!») Fatsoen wordt dan gezien als een schaduwwetboek dat effectiever zou zijn dan het gewone wetboek. De gevestigde orde is dan ook altijd de eerste die roept om fatsoen, of om «een andere toon». Je ziet het ook bij gevestigde columnisten in een gevestigde krant als NRC Handelsblad. Bas Heijne bijvoorbeeld vindt dat de toon anders moet, dat zou beter zijn voor onze samenleving. Zijn redenering is: bij een mildere toon hoeft niemand bang te zijn voor elkaar en kunnen we een beter debat voeren. Sympathiek, maar het slaat de plank volkomen mis.

De afgelopen jaren hebben we niets anders gedaan dan op milde wijze met elkaar praten. Het effect daarvan is dat we nu meer islamfascisten hebben dan ooit en dat die groep steeds groter wordt en zelf weigert zich aan die verborgen spelregels te houden. Niks fatsoen! Ze beledigen er lustig op los. Joden, columnisten, regisseurs, ze kunnen allemaal een beurt krijgen. Sommigen worden vermoord, anderen bedreigd. Wat je ook ziet is dat de milderen zeker serieus genomen worden in eigen kring (NRC Handelsblad), maar niet bij degenen om wie het gaat. Laat ik het grof zeggen: dat zijn de blanke ongeschoolden. Die milde toon is precies de toon die zij tegen hen gericht voelen. Mildheid naar de fascisten wordt uitgelegd als steun aan die fascisten. Dat is waar Fortuyn en Wilders hun stemmen vandaan haalden en halen. En heeft die man in de straat ongelijk? Is het ook niet zo dat die mildheid in feite getuigt van dédain voor de mensen die het niet makkelijk onder woorden kunnen brengen?

Nadat de Muur gevallen was, mochten de dissidenten vrijer praten. Wat ze zeiden was dat het Westen laf was geweest door steeds maar «aardig» te doen tegen de Russen. Lees hierover het werk van Karel van het Reve maar weer eens, die geduldig uitlegt hoe wij in het Westen het door onze mildheid in feite lastiger maakten voor de dissidenten in het Oosten. Hadden we maar moed getoond, hadden we maar zitten schelden, waren we maar niet mild geweest, hadden we maar niet geprobeerd de boel bij elkaar te houden, dan wisten zij in Rusland in ieder geval dat er daadwerkelijk mensen waren die hen steunden en die hen over de streep konden trekken.

Er is een overeenkomst met de tegenwoordige tijd. Er zijn jongeren met een dubbele identiteit die niet weten bij wie ze horen. Ze zijn geen moslim in Marokko en geen Nederlander in Amsterdam. Deze jongens, zou je kunnen zeggen, zijn het product van onze mildheid. Ook is het zo dat wanneer we mild blijven de jongeren die zich aan hun milieu willen ontworstelen daarvoor geen steun krijgen. Willen ze zich ontwikkelen en «goede» kranten lezen, dan vinden ze in NRC Handelsblad dat Van Gogh eigenlijk de moord aan zichzelf te danken heeft, en dat we het beste maar aardig tegen elkaar kunnen zijn. Ik hoor hier niet bij, hij heeft het niet tegen mij, denkt die jongen. En hij kijkt eens naar een foto van Bas Heijne en ziet een decadente, volgevreten homo en denkt dan: ja, makkelijk praten, liever de islam. Stel nou eens voor dat die jongen letterlijk gedacht had: wat denkt die Heijne eigenlijk wel? En hij was zich dan gaan verdiepen in Heijne. En hij was gestuit op confronterende standpunten. Dat had veel meer effect gehad, maar dat zal nu nooit gebeuren. Bas heeft ze niet. De islam wel.

Er is nog een reden om tegen mildheid te zijn. Mildheid stagneert veranderingsprocessen. Dat is ook de reden waarom je met mildheid macht kunt uitoefenen. In feite dring je aan op een status quo. Maar die status quo betekent tegelijkertijd dat de groep die beledigd hoort te worden zich fanatieker opstelt. Dat zijn inderdaad vaak religieuze groepen. Ze maken misbruik van de mildheid teneinde hun eigen fanatieke gedachtegoed flink wortel te laten schieten. We hebben toch vrijheid van godsdienst? Onze godsdienst zegt dat we mensen als Bas Heijne van de hoogste toren mogen gooien, en gaat u ons nou niet beledigen. We hebben toch vrijheid van godsdienst? Wij vinden dat alle ongelovigen joden zijn en alle joden ongelovig, kijkt u maar naar Job Cohen. Joden zijn varkens want ongelovigen zijn varkens. En dan zegt Bas Heijne: «Laten we de toon van dit debat niet al te ruw laten zijn.»

Gevaarlijk, mijns inziens.

Ik vind het onbegrijpelijk dat na twee slachtpartijen – die van Pim Fortuyn en die van Theo van Gogh – de mildheid in het kwadraat lijkt teruggekeerd. Dat kunstenaars aandringen op «zachtheid», terwijl de fascisten hun bloedrode denkbeelden concretiseren. Het is trouwens geen mildheid, het is angst. Angst om de eigen positie te verliezen. Het is ook angst voor de dood, wat in feite levensangst is. Het is de angst om een keuze te maken.

Mildheid, het gedogen, laat ook zien dat je je eigen wetten niet serieus neemt. In plaats van die wetten dan te veranderen, doe je er niets aan. Dat kon je weer mooi zien bij de godslasteringsaffaire van Donner, de grootste schurk van dit kabinet.

«Om de ander – lees moslims – niet te beledigen», werd het godslasteringsartikel ongemoeid gelaten door de linkse partijen, die hier een doorbraak hadden kunnen forceren. Ze hebben hun hand uitgestoken naar de islamfascisten, die nu rustig door kunnen gaan. En al die jongens die dachten: oké, laat ik maar eens Nederlander worden, zien angst en lafheid. Ze denken: zo ben ik niet, leve de jihad. Dood aan de joden en de homo’s. Ze hebben hun eigen achterban verraden.