Twee kernmachten op rand van oorlog

Militaire confrontatie India-Pakistan dreigt

AMSTERDAM – India zal wraak nemen voor de jongste aanslag in Kashmir, die dinsdag aan 33 mensen het leven kostte. Premier Vajpayee van India verklaarde dat woensdag in een toespraak tot het parlement. ‘Wat er is gebeurd, is een slachting onder onschuldigen. We zullen die moeten vergelden.’ De aanslag is ook niet bevorderlijk voor de toch al moeizame relaties tussen de Verenigde Staten en Pakistan.

Onmiddellijk na de aanslag verklaarde de Indiase onderminister van Buitenlandse Zaken Abdullah dat het zijn land moeilijk zal vallen zich te beheersen als zulke aanslagen vaker voorkomen. Beide landen beschikken over kernwapens. Sinds een aanslag op 13 december op het Indiase parlement, waarbij negen mensen omkwamen, hebben beide landen hun legers (ongeveer een miljoen man) in volledige staat van paraatheid samengetrokken langs de 2900 kilometer lange grens.

India en Pakistan betwisten al sinds 1947 de zeggenschap over Kashmir en raakten daardoor twee keer in oorlog. Islamabad verwerpt de Indiase beschuldiging dat Pakistan achter aanvallen in Kashmir zou zitten. Woensdag werd bekend dat bij een eerder grensconflict, in 1999, Pakistan op het punt stond nucleaire wapens in te zetten. Dat beweert Bruce O. Riedel, hooggeplaatst medewerker van de Amerikaanse Nationale Veiligheidsraad ten tijde van het presidentschap van Bill Clinton.

Bij de aanval in het door India bestuurde deel van Kashmir kwamen dinsdag zeker 33 mensen om. Onder de doden bevonden zich vrouwen en kinderen, alsmede de drie daders van de aanslag. De aanvallers, die militaire uniformen droegen, in de rondte schoten met kalasjnikovs, en handgranaten en explosieven wierpen, arriveerden per bus bij het legerkamp, enkele kilometers verwijderd van Jammu. Nooit eerder vond een aanslag plaats zo dicht bij de winterhoofdstad van India’s noordelijkste deelstaat. De aanvallers openden het vuur op een volle bus, en doodden drie vrouwen en vier mannen. Vervolgens vielen ze de familiekwartieren binnen van het legerkamp waar nog eens acht vrouwen, vijf mannen en tien kinderen werden gedood, de meesten van hen tussen de zeven en tien jaar oud.

India zegt er vrijwel zeker van te zijn dat de zelfmoordaanslag is uitgevoerd door militanten afkomstig uit Pakistan. De aanslag is niet opgeëist, maar volgens Indiase politiebronnen blijkt uit afgeluisterd radioverkeer dat de aanslag het werk is van al-Man soorian, een militante groepering die voorheen luisterde naar de naam Lashkar-e-Taiba. Pakistan verbood deze organisatie eerder, onder zware Amerikaanse druk.

Dinsdag veroordeelde het Pakistaanse ministerie van Buitenlandse Zaken de aanslag. In een verklaring werd gehint op betrokkenheid van India zelf. ‘Zulke aanslagen vragen om een onpartijdig en grondig onderzoek om de motieven van de uitvoeders te ontmaskeren’, aldus Islamabad.

De Amerikaanse ondersecretaris voor Zuid-Azië, Christina Rocca, op bezoek in New Delhi, noemde de aanslag ‘precies het soort barbarij waaraan de internationale oorlog tegen het terrorisme een einde wil maken’.

De relaties tussen de Verenigde Staten en Pakistan liepen eerder deze week al een deuk op. De Pakistaanse regering weigerde afgelopen weekeinde, ondanks grote Amerikaanse druk, een grootschalige militaire operatie op haar grondgebied toe te staan tegen leden van het terroristennetwerk al-Qaeda. Waarnemers repten van ‘het eerste grote meningsverschil tussen Islamabad en Washington sinds 11 september’.

Volgens India en de Verenigde Staten bevinden zich op Pakistaans grondgebied trainingskampen voor islamistische militanten. Vanuit die kampen dringen zij regelmatig Indiaas Kashmir binnen.

Vóór de aanslag vertelden Indiase beambten de Verenigde Staten dat het moment snel nadert waarop India moet beslissen of het militair tegen de extremisten en hun kampen in Pakistan zal optreden. Westerse en Amerikaanse diplomaten in India menen dat een gevaarlijk moment voor de regio is aangebroken. Een hooggeplaatste westerse diplomaat in New Delhi zei tegen de New York Times: ‘We naderen het beslissende moment in het testen van de Amerikaanse bedoelingen.’

De Amerikaanse regering vreest dat een militair conflict niet alleen een nucleaire oorlog kan veroorzaken, maar bovendien haar inspanningen om leden van het al-Qaeda-netwerk op te sporen zeer zal bemoeilijken.

En woordvoerder van het State Department, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, laat aan De Groene Amsterdammer weten niet te verwachten dat de Amerikaanse relaties met Pakistan door de aanslag zullen verslechteren

Op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Islamabad was woensdag niemand beschikbaar voor commentaar.