Millenniummuziek in slowmotion popmuziek

Niemand weet precies hoeveel popartiesten Nederland rijk is. Het moeten er duizenden zijn. Zo'n 1500 bands, 350 zangers/componisten, 115 dance-acts en 70 r&b/hiphoppers wierpen zich in de strijd om een finaleplaats van de Grote Prijs van Nederland (GPN). En wie weet hoevelen de Grote Bokaal (plus 12,5 duizend gulden) bij voorbaat aan zich voorbij hebben laten gaan. Omdat ze eerder niet door de voorrondes heen kwamen, een pleurishekel hebben aan bijdehante en doorgaans bezopen juryleden, of twee keer per jaar optreden wel genoeg vinden. Hoe dan ook, de finales van de GPN geven een aardig beeld van het Nederlandse poplandschap.

Is bovenstaande bewering juist, dan is er zowel reden tot vreugde als tot zorg. De vreugde geldt de categorieën dance en r&b/hiphop. Die genres blijken de laatste jaren tot volle wasdom te zijn gekomen. Grote zorg baart echter het bandgebeuren. Het niveau van de deelnemers aan de bandfinale op zaterdagavond was bedroevend. En het gaat al zo slecht met het Nederlandse bandcircuit. Wat hebben we nu helemaal aan bijzondere bands, op internationaal niveau? Junkie XL, ja. Verder niks.
Aan de organisatoren van de GPN lag het niet. Het is ze gelukt de Grote Prijs weer op de kaart te zetten. Drie finales waren uitverkocht en het programma van de bandfinale was strak. Geen getalm en gedoe met op- en afbouwen: dertien bands allemaal een kwartier op volle kracht laten spelen in de ene zaal van de Melkweg en meteen daarna de volgende band van start in de andere zaal. Onbedoeld neveneffect: het publiek werd overdonderd door goed bedoeld, maar talentloos gestumper.
De gevoelige liedjes van Redivider, die gingen nog wel. Maar na twee nummers werd duidelijk dat hier de zoveelste Beatle-revival ten beste werd gegeven. Mooi saai, zeg maar. En Horror, dat was best lachen. Gezellige ska-achtige liedjes met rockrefreinen (‘Maagzweer, wat nu weer’ - en dat dan vijftien keer achter elkaar). Maar enig niveau hadden de Drontenaren niet.
Dan - opeens - na je door een blokfluitsolo, een mislukte Body Count-rip off, afgezaagde westcoast-punk en een kopie van Oasis (inclusief Manchester-accent) te hebben geworsteld, is daar de hoop. Hoop die zich in de pop doorgaans aandient in de vorm van: 'wat krijgen we verdomme nu weer’. Iets wat je niet verwacht, iets wat je op het verkeerde been zet. Eindelijk Iets Nieuws. En die hoop heet Itchi Bitchi.
Dat de drie mannen uit Maastricht weinig bijval kregen van het publiek was begrijpelijk. Hun muziek is loodzwaar en verontrustend. Een logge, onweerstaanbare groove en haast gefluisterde zang. Angstaanjagend gitaargeweld, aanzwellend vanuit een peilloos diepe echoput, afgewisseld met onbehaaglijke stiltes. De gitarist neukt zijn zessnaar, tong uit de mond, de bassist sleept zich stuiptrekkend over het podium en onderwijl ploegt de drummer onverstoorbaar voort. En dat allemaal in slowmotion. Itchi Bitchi maakt muziek die je meezuigt. Onrustbarend, afstevenend op een ongewis einde. Niet leuk dus. Misschien is dit 'millenniummuziek’, wie zal het zeggen.
+/- Itchi Bitchi: de hoop van de Nederlandse pop. Maar de muziek van het Maastrichtse drietal brengt niet bepaald een gevoel van harmonie, geluk en tevredenheid teweeg. Misschien dat daarom de jury het niet aandurfde Itchi Bitchi de bandfinale van de Grote Prijs te laten winnen. De eerste prijs moest gedeeld met, hoe kan het ook anders, de gelikte Beatle-revival van Redivider. Zo komen we nooit af van de twintigste eeuw. De overige winnaars: Prince Abooboo (dance), Marjolein (singer/songwriter) en Brainpower & TLM (r&b/hiphop).