Millimeterwerk

Stanley Brouwn legde beheerst zijn ondoorgrondelijke metingen vast: een kunstenaar op zoek naar het geheim van de millimeter.

NOGAL WAT BEZOEKERS, heb ik begrepen, aan de vernieuwde oudbouw van het Stedelijk Museum zijn eraan voorbij gelopen. Naast de doorgang van zaal 1.9 naar zaal 1.8 (221 en 221A in de oude nummering) hangt op ooghoogte, alsof het een titelkaartje van een schilderij is, een klein kartonnen bordje waarop staat: 1M=10DM=100CM=1000MM. Het is een werk van de kunstenaar Stanley Brouwn. Eigenlijk moet ik zijn naam zonder hoofdletters schrijven: stanley brouwn - want een van de wezenlijke aspecten van zijn werk is dat het in de formulering van de definities of proposities de maximale karigheid wil toepassen. Daarom is het eigenlijk ook ontoelaatbaar, onvergeeflijk zelfs, dat ik om redenen van typografische duidelijkheid hierboven de definitie in vette cijfers en letters heb geschreven. Maar daar zal de kunstenaar mee moeten leven. Dat hij er in zijn praktijk alles aan doet om als persoon zo onzichtbaar mogelijk te blijven, wil niet zeggen dat zijn naam ook onbekend hoeft te blijven. Het blijft echter precair: op de spandoeken die in het museum het publiek opmerkzaam maken op de expositie Taking Place staat zijn naam wel genoemd (met hoofdletters), maar op de plattegrond die de bezoekers aan de balie desgewenst krijgen uitgereikt staat hij, in zaal 1.9, niet vermeld. Uiteraard staat er ook geen naam bij de definitie op het kaartje.
Nochtans is de anonimiteit van de kunst van Stanley Brouwn op z'n minst dubbelzinnig. Mij is verteld dat hij de definitie waarmee hij aan de tentoonstelling zou deelnemen per telefoon aan de conservator heeft doorgegeven. Met de installatie van het werk, in de zaal en in de context van de tentoonstelling, wilde hij zich eigenlijk niet bemoeien. Het museum moest er alleen voor zorgen dat het kaartje naast de doorgang moest komen en dat de zaal verder leeg moest zijn. Toen hij echter twee weken na de opening de tentoonstelling kwam bezoeken, bleek het kartonnen kaartje toch te dik - en daarom te veel een, zij het mager, object. Ook was het gebruikte lettertype te zwaar: een klassieke schreefletter (een Bembo, denk ik) uit de computer van het museum. Dat is inmiddels gecorrigeerd. Nu zien we een eenvoudig rechthoekje van wit papier op de wand geplakt en het lettertype is de schreefloze Helvetica geworden. Die letter, ontworpen in 1957, is slank en mager maar de esthetica ervan is niet neutraal. Ze reflecteert het strakke vormgevoel van de abstract-geometrische kunst uit die jaren - die ook de tijd waren waarin Brouwn, geboren in 1935, geleidelijk richting in zijn kunst aan het vinden was. De discrete transparantie van de Helvetica past perfect bij de beheerste manier waarmee hij zijn definities wilde vastleggen. De droge, minimale formulering van de definities, met het gebruik van de Helvetica, zijn nu een herkenbaar handschrift geworden. Het nieuwe etiket met de definitie, in zaal 1.9, is daarom maar zeer ten dele anoniem.
Voor dit werk gebruik ik het woord definitie. Maar wat is eigenlijk het werk? Vroeger maakte Stanley Brouwn werken die we ook wel constructies genoemd hebben - van het meetbare verschil tussen bijvoorbeeld een meter en een voetstap. Dat is een verschil tussen een abstracte, universele meeteenheid en de maat van een voetstap (van Brouwn zelf) die toevallig is en persoonlijk. In een kleine publicatie (stanley brouwn, la biennale di venezia 1982) is het grafisch uitgebeeld: verticaal naast elkaar tien lijnen van tien cm (1 m) op de linkerbladzijde en daartegenover zeven zulke lijnen van tien cm met een deel van de achtste lijn (1 step). Met een liniaal kom ik op een stap van 746 mm.
Er zijn ook werken met, verticaal naast elkaar, tien kolommen met cijfertjes (van 1 tot 1000 mm) waarin de maat van de stap wordt aangegeven door een cijfer te onderstrepen, bijvoorbeeld 748. Dit zijn wat ik oerversies zou noemen. Er zijn talloze permutaties denkbaar - zoals de maat van een kilometer uitgedrukt in millimeters. Dat werk bestaat uit tien boeken - elk boek met honderd bladzijden met elk tien rijen cijfers, 1-100 mm, 101-200 mm, enzovoort, tien maal 1000 mm dus. Er zijn ook andere raadsels. Een enkele kaart, bijvoorbeeld, met the total number of my steps in marocco: 187558. Hoeveel millimeters zouden dat zijn?
Het aantal variaties is praktisch eindeloos. Maar vrijwel altijd gaan deze ondoorgrondelijke metingen ook over iets uiterst precies: een meetbare maat die concreet is. Het nieuwe werk in het Stedelijk is, denk ik, toch anders. De verdeling van een meter in decimeters, centimeters en millimeters is geen optelling en/of maatvergelijking (zoals in ander werk) maar de aanduiding van een schema: zulke maateenheden komen, bijvoorbeeld, voor op een liniaal van een meter. Als je die in gedachten houdt kun je reflecteren over de afmetingen van de lege zaal 1.9 waarin je je bevindt. Daarom is 1m=10dm=100cm=1000mm een subtiele handreiking, eigenlijk, of een aansporing om die ruimte te ondergaan. De bijna onzichtbare aanwezigheid van de definitie, die de zaal binnenkomt als een vleugje wind, zet je wel tot denken. In een museum gaat de blik gewoonlijk langs de wanden waar dingen hangen - die krijg je aangeboden. Nu de zaal leeg is, komt alles nog veel meer op de eigen fantasie aan. Eigenlijk is zaal 1.9 het werk van Stanley Brouwn geworden. De definitie zit ook op de plek waar normaal altijd het titelkaartje van een sculptuur zou hangen. Live in your head, was vroeger de slogan.