Milovan djilas en het joegoslavische experiment

Met Milovan Djilas stierf de laatste van Tito’s naaste medewerkers. Djilas was Tito’s rechterhand in de partizanenstrijd tijdens de oorlogsjaren en zijn steun en toeverlaat tijdens het slopende conflict met Stalin in 1948. Maar dat was hij niet alleen. Hij was in de jaren vijftig ook Tito’s meest geduchte tegenstander, Joegoslaviës belangrijkste en intelligentste dissident. Toen Tito na de dood van Stalin de relaties met de Sovjetunie wilde normaliseren en daarvoor bereid bleek de koers van voorzichtige liberalisering - waarvan Djilas de architect was - op te geven, ging Dilas met Montenegrijnse koppigheid alleen verder.

Hij ontpopte zich in zijn essays als de pleitbezorger van een democratisch socialisme, inclusief een meerpartijensysteem. Hij betaalde voor zijn standpunten met tien jaar gevangenisstraf en enkele jaren vrijwillige ballingschap. Dat was echter niet genoeg om van hem een martelaar te maken, of iemand naar wie ook in het buitenland wordt geluisterd.
Ik heb Djilas’ kritiek op het Joegoslavische systeem altijd met grote instemming gelezen, al vermocht die kritiek, paradoxaal genoeg, geen afbreuk te doen aan mijn sympathie voor Joegoslavië. Ook al werd hij in Joegoslavië vakkundig monddood gemaakt, toch bleef Djilas op een of andere manier deelnemen aan de discussies over de maatschappelijke problemen waaraan in Joegoslavië nooit een einde kwam.
Ondanks zijn isolatie stond hij niet buiten, maar midden in het Joegoslavische experiment. Eigenlijk kon je Joegoslavië ‘lezen’ als Tito’s antwoord op Djilas’ kritiek. Het antwoord is helaas niet afdoend gebleken.
Ik heb ook altijd veel waardering gehad voor de literator Djilas. Er staan in zijn romans, verhalen en memoires onvergetelijke passages. Bijvoorbeeld de huiveringwekkende scène waarin hij als partisaan iemand terechtstelt. Of de al even huiveringwekkende scène waarin Stalin de oude zieke Bulgaarse éminence grise van de communistische partij Dimitrov op zijn kop geeft. Zijn biografie van de Montenegrijnse schrijver Njegos met de scherpzinnige analyse van de humanitas herlica, die voor de Balkan zo kenmerkende component van de culturele identiteit, zou iedereen moeten lezen.
Een aantal uitspraken van Djilas zijn me bijgebleven. Zoals zijn voorspelling (van vóór de oorlog) dat Joegoslavië in 2024 zal bestaan uit een confederatie van Slovenië, Kroatië, Servië en Macedonië. Bosnië- Herzegovina is inmiddels manu militari nagenoeg van de kaart geveegd, maar een confederatie? Je hoort westerse diplomaten overigens wel eens suggereren dat ze het uiteindelijk daarop aanleggen.
Heel leuk vond ik ook altijd Djilas’ bewering in een toespraak ergens in Scandinavië dat hij veel waardering had voor de orde en de organisatie in het land waarin hij te gast mocht zijn überhaupt het ordentelijke West-Europa maar dat hij zelf toch de voorkeur gaf aan de chaos op de Balkan, die veel spannender was (ik citeer uit het hoofd). Dat vond ik zelf ook. Maar ik zou het nu niet meer luidop zeggen.
Djilas waarschijnlijk ook niet.