Milva, 17 juli 1939 – 23 april 2021

Milva hoorde tot de Grote Drie van Italië. De roodharige zangeressen van de Povlakte die in de jaren zestig en zeventig een mondaine glitterwolk over het provinciale Italië uitstrooiden.

Luister naar dit artikel

Toen Milva op een zomeravond in juni 1997 in netkousen en een zwart satijnen body een touwladder beklom in het Teatre Grec, het openluchttheater op de Montjuïc van Barcelona, was ze bijna 58. Soms besef je pas jaren later waar je getuige van bent geweest. Dat moment is nu, nu ik zelf bijna 57 ben en beslist niet in een strak satijnen pakje een touwladder op zou durven klimmen voor een tot de nok gevulde arena. Milva zong Brecht, zoals ze dat al tientallen jaren deed. ‘O mijn god, Milva zingt weer Brecht, nu ook nog in Barcelona’, had ik die ochtend gesmaald bij het doorbladeren van de krant. Mijn toenmalige geliefde, een trotse Catalaan, zweeg. Hij had als verrassing twee kaartjes gekocht, begreep ik pas later die middag bij het inchecken voor de vlucht Rome-Barcelona. Speciaal voor mij, afgestudeerd Duits. Brecht is toch Duits?

Milva zingt Brecht was onverteerbaar voor een echtheidssnob. Brecht mocht alleen gezongen worden door Lotte Lenya in 1931 in Berlijn, niet door een Italiaanse misthoorn met een bos tomatensoep-rood haar, ‘Milva la Rossa’, jazeker, rood uit een potje. Ze maakte deel uit van de Italiaanse Grote Drie, de grote rode zangeressen van de Povlakte die het gezicht zijn van de Italiaanse jaren zestig en zeventig. Mina, la tigre di Cremona (‘de tijger uit Cremona’), Milva, la pantera di Goro (‘de panter uit Goro’) en dan had je nog Iva Zanicchi, l’aquila di Ligonchio (‘de adelaar uit Ligonchio’). Het waren on-Italiaans lange, grote, sexy-strenge vrouwen die alles moesten kunnen. Er perfect uitzien voor de Italiaanse smaak, en dat betekende veel make-up, grote bossen knalrood geverfd haar, royale decolletés, keihard zingen en in de overtreffende trap snel toebouwen naar dramatische hoogtepunten, want emotie gaat van hard in Italië. Ze moesten sekssymbool zijn en perfect in vorm. De onbetwistbaar grootste van de drie, Mina, gaf er eind jaren zeventig de brui aan en verdween uit de spotlights. Mina kon het zich permitteren om op haar 38ste achter de coulissen van de alpen te verdwijnen om lekker uit te dijen in Zwitserland en toch te kunnen blijven leven van haar stem, maar van Mina is er maar één.

‘Milva la Rossa’ heeft speciaal voor Bertolt Brecht Duits geleerd

Milva had zeker ook veel grotere artistieke ambities dan op soirees voor het personeel van het Duitse bedrijf ibm wandelend tussen de tafels een potpourri van Italiaanse vliegtuighits zingen, maar dat soort dingen bleef ze er toch bij doen. Het was de mooiste foto van de Nederlandse touroperator die ik begin jaren tachtig in Rome leerde kennen en die goed kon leven van zijn volledig georganiseerde Italiaanse reispakketten voor het topsegment. Hij, Joep heette hij, staat stralend naast Milva, microfoon nog in haar hand, de rode haardos over haar schouders werpend om het applaus van de Duitsers in ontvangst te nemen. ‘Dat ik dát voor elkaar heb gekregen, Milva exclusief voor ibm, dat is wel mijn professionele prestatie waar ik het allertrotst op ben’, mocht Joep graag vertellen. En dan pakte hij de foto erbij, zuchtte en zei: ‘Wát een vrouw. Ze wilde cash betaald worden trouwens.’

Milva heeft keihard gewerkt en overal weleens gestaan, van Carnegie Hall tot La Scala. Ze is benoemd tot officier in de Verdienstorder der Bundesrepublik, ridder in de Franse Légion d’honneur en tot groot-commandeur in de Ordine al Merito van Italië. Ze heeft tachtig miljoen platen verkocht en ze heeft 173 albums opgenomen, het absolute record van een Italiaanse artiest. Men kende haar overal met haar knalrode haardos, maar het allerpopulairst was ze in Duitsland, zie Brecht en zie ibm. Voor Duitsers was Die Milva het spannendste wat ze zich konden voorstellen uit Italië, misschien omdat ze toch net genoeg Walküre was om binnen de Duitse kaders te passen. Haar ware naam was Maria Ilva Biolcati, maar daar heeft niemand ooit van gehoord. Op haar zestiende zong ze al liedjes in ballrooms in het hinterland van de provincie van Ferrara, toen onder de artiestennaam ‘Sabrina’. Haar grote doorbraak was haar versie van Edith Piafs ‘Milord’ in 1959, toen al fors gebruikmakend van alle rollende uithalers die ‘Milord’ biedt, want groot zijn, dat is zo hard mogelijk galmen in Italië.

Ze heeft opgetreden met Astor Piazzolla, Theodorakis, Georges Moustakì. Ze heeft Amália Rodrigues gezongen en Piaf. Ze heeft speciaal voor Brecht Duits geleerd. Milva zong meestal anderen, maar het was nooit de versie die iedereen zou bijblijven. Ze was een vakvrouw, dat zei iedereen altijd over haar, en ze maakte grote indruk op het podium, omdat ze er zo diva-achtig uitzag. En ze heeft er tot het laatst keihard aan getrokken, voor ze verdween in een mist die niet alzheimer genoemd mocht worden, maar iets in die buurt.

Toch, de leukste versie van haar Jenny de Zeerover blijft die uit 1971, gewoon in het Italiaans, eenvoudig bij de piano in het Piccolo-theater in Milaan. Dan ineens snap je waarom ze haar leven lang Brecht is blijven doen. Hier staat iemand. Het was de tijd waarin ze werkte met de grote Italiaanse regisseur Giorgio Strehler, die in Milva ook een actrice zag. Op dat moment van haar leven wás ze Jenny de Zeerover. Een stout, spichtig meisje met lange armen en benen en een gezicht dat schuilgaat in een gordijn van donkere manen. Steeds als ze aankomt bij het refrein, ‘En u heeft geen flauw benul met wie u praatte’, kijkt ze om de hoek van het gordijn dreigend de camera in. Geweldig. Alles daarna was vooral hard werken en vakvrouw zijn. Maar dit was echt.