Het mysterie van een Italiaans icoon

Mina’s verdwijntruc

Mina was in de jaren zestig en zeventig het idool van Italië. Nog altijd brengt ze jaarlijks een cd uit en is ze de meest verkochte vrouwelijke zangeres van haar land. Maar ze laat zich al 34 jaar niet meer zien.

Roomblank en met een enorme bos rood­geverfd haar staat ze in de schijnwerpers, druipend van het zweet. Een Brünhilde verdwaald in een hete Italiaanse zomeravond. Haar lichaam gaat schuil onder een wijde zwarte jurk, meer een kaftan eigenlijk. De kilo’s te veel zijn er al aardig wat, maar ze heeft het voordeel van de spreiding, want de oppervlakte is groot bij Mina, Minona, de erotische droom van de Italianen. Het is 23 augustus 1978, de laatste keer dat ze zich aan het publiek zal laten zien, maar dat weet alleen zij. Na het concert onder het tentzeil van La Bussola, een beroemde club uit de Dolce Vita-jaren aan het strand van Viareggio, trekt zangeres en nationaal idool Mina zich voorgoed terug achter de schermen, pas 38 jaar jong.

‘Na de show was ze direct verdwenen, in de nacht, zonder toegift, alsof haar verschijning slechts een luchtspiegeling was geweest. Ze heeft zich in die zomernacht voorgoed bevrijd van de wreedheid van diegenen die ieder jaar haar leeftijd zouden hebben geteld, iedere maand haar kilo’s en de mannen met wie ze haar leven deelde. Wie zich die avond in Viareggio onder het zesduizendkoppige publiek bevond is inmiddels behoorlijk oud, en zal zich misschien niet meer herinneren hoe het voelde. De opwinding, het vreemde gevoel getuige te zijn van iets dat zich nooit meer zou herhalen, het einde van een tijdperk. Van een manier van zijn, van een Italië dat Mina vertegenwoordigde.’

De vrouw die dit schrijft is Natalia Aspesi, een belangrijke naam van de grote krant La Repubblica en persoonlijke vriendin van Mina, een uitzonderingspositie die ze met nagels en tanden verdedigt. Natalia Aspesi heeft Mina’s bijnaam La tigre di Cremona – De tijgerin van Cremona – verzonnen. Om de een of andere reden komen Italiaanse muzikale wonderen vaak uit Cremona, een middelgrote provinciestad zestig kilometer boven Milaan. Stradivarius, Monteverdi en Mina: allemaal uit Cremona. Een opmerkelijke talentdichtheid voor een slaperige provinciestad waar nog altijd de beste violen worden gemaakt.

‘Wonder’, is dat niet een beetje overdreven voor een chansonnière die alleen wereld­beroemd in Italië is? Maar toch: Louis Armstrong heeft Mina ‘de grootste blanke zangeres ter wereld’ genoemd en Frank Sinatra heeft haar op z’n knieën gesmeekt om samen met hem een maandenlange tournee in Amerika te komen doen. Mina zei nee, zoals ze op zo veel nee heeft gezegd, ‘omdat ik er niet aan moet denken zo lang van huis te zijn’. In 1968 zei Sarah Vaughan: ‘Als ik niet mijn stem had gehad, zou ik die van een jong Italiaans meisje dat Mina heet willen hebben.’ Deze opmerking van een van de grootste jazz-zangeressen aller tijden prijkt boven aan de biografie van Mina op haar eigen site. Want ondanks het feit dat ze op haar 38ste fysiek is verdwenen uit het publieke leven is Mina vandaag, op haar 72ste, nog steeds zeer aanwezig. Ieder jaar komt er een nieuwe cd van haar uit, die altijd de Italiaanse top-tien haalt en meestal een aantal weken op één staat. Ze is de meest verkochte vrouwelijke zangeres van haar land en heeft tijdens haar 54-jarige carrière rond de 150 miljoen platen verkocht. De stem die Sarah Vaughan had willen hebben, bereikt vanuit een opnamestudio in het Zwitserse Lugano nog altijd heel Italië, en Mina’s faam is groot genoeg om het daarbij te kunnen laten. Al 34 jaar geen concerten, geen interviews, geen tv-optredens, hooguit wat close-ups op internet van een zingende Mina in de studio, haar gezicht verstopt achter grote koptelefoons en een enorme bril met fuméglazen. Een Sarah Vaughan, een Ella Fitzgerald en een Aretha Franklin hebben hun fors uitdijende gestaltes – toch wel zo’n honderd kilo de vrouw – altijd zorgeloos met het publiek gedeeld, maar zo niet Mina. Daar leende ze zich niet voor.

Er bestaan vele theorieën over het waarom van Mina’s verdwijntruc. Een ster die op het hoogtepunt van haar carrière, in de kracht der jaren en niet aan de alcohol of drugs, besluit zich nooit meer aan haar publiek te vertonen. Mina was behalve de beste vrouwelijke stem die Italië ooit heeft gehad dankzij haar verpletterende camera-aanwezigheid ook nog een grote tv-ster. In de jaren zestig, toen televisie een stijf gebeuren was met ingestudeerde pasjes en onwennige houten klazen, had zij een gemak van optreden en bewegen dat niet alleen voor Italië uitzonderlijk was. Haar expressieve gezicht was een voort­durend wisselend palet van uitdrukkingen en provocaties. Ze flirtte en spotte met de camera, was bedroefd, onschuldig, meedogenloos, vrolijk, woedend, op de millimeter precies afgestemd op de teksten van haar liedjes. Met een vingerknip veranderde ze van stemming. Een groot actrice, die tegelijkertijd ook haar eigen regisseur was. ‘Ze straalde een toen nog helemaal ongekende vrouwelijke vrijheid en een levensgulzigheid uit waar ik, braaf klein jongetje voor de beeldbuis, me bijna in verslikte’, schrijft commentator Michele Serra. ‘Ik kon er nog lang niet van slapen, in m’n streepjespyjama.’

Mina pakte iedereen helemaal in, vrouwen net zo goed als mannen, want veel van haar liedjes stonden aan de kant van de verliefde/verlaten vrouw, die hem maar niet uit haar hoofd kan zetten. Haar specialiteit was het dramatisch schudden met haar hoofd onder lang­gerekte ‘no, nooo, nóóóóó’s, schaamteloos traag, een soort levende Schreeuw van Munch die de universele vrouwelijke conditie verbeeldde. No, nooo, noooooo/ Non crederle/ No, nooo, nooooo/ Ascoltami/ Tu per lei/ Sei un giocattolo/ Il capriccio di un attimo/ E per me sei la vita – ‘Nee, neee, neeeeee/ Geloof haar niet/ Nee, neee, neeeee/ Luister nou/ Jij bent voor haar/ Maar een speeltje/ Het verzetje voor een moment/ En voor mij ben je het leven.’ De vrouwen van Mina waren altijd de underdog, altijd afhankelijk van of en wanneer het Hem beliefde om nog langs of terug te komen. Vaak gingen haar liedjes over minnaressen van getrouwde mannen, want dat was je in Italië al snel, als jonge, vrijgevochten vrouw die andere ideeën over de toekomst had dan trouwen in de kerk en een gezinnetje stichten met de eerste de beste Mario. Hier wist Mina alles van, en dat straalde ze ook uit. Zij was ‘publiek zondares’ omdat ze op haar 23ste moeder werd van een zoontje van Een Getrouwde Man. En ook nog openbaar en stralend, godbetert. De ‘getrouwde man’ was een acteur die net zo publiekelijk stapelgek op haar was als zij op hem, maar scheiden was in het Italië van 1963 verboden. Wat God had verbonden kon niet door mensenhanden ontbonden worden. Zodoende leefden Mina en haar getrouwde man in zonde samen, wat haar een tijdelijke verbanning van de hyperkatholieke staatstelevisie Rai kostte. Twee jaar geen Mina, tot het publiek het echt niet meer uithield, en de verstandige christen-democraat die baas werd bij de Rai besloot dat het mooi was geweest. Mina keerde terug op tv en glorieerde als nooit tevoren met haar eigen show, Studio Uno. Het waren de tijden zonder kijkcijfers, maar naar Mina keek half Italië, want de andere helft had nog geen tv.

Mina zong, danste en ontving gasten. Grote namen die nooit in tv-programma’s wilden komen opdraven kwamen wel voor Mina, om samen met haar een liedje te zingen en een sketch te doen. Veel van de namen zeggen buiten Italië weinigen nog wat, behalve natuurlijk Marcello Mastroianni. Hij kon absoluut niet zingen, maar vond er iets op, want tegen Mina zei niemand nee. Samen met zijn spaniël, die aansloeg op Mastroianni’s ‘oehoehoehoehoe’, jankte hij een nummer, met een schaterlachende Mina ernaast. Voor haar kwamen ze allemaal: Vittorio Gassman, Nino Manfredi, Ugo Tognazzi, Alberto Sordi, de grote acteurs van de meest florissante periode van de Italiaanse cinema. Én de legendarische komiek Totó, een nationaal monument, én Adriano Celentano, de Italiaanse Mick Jagger, én de introverte Lucio Battisti, de Italiaanse Boudewijn de Groot, die zich helemaal nooit ergens liet zien, behalve bij Mina.

Van 1961 tot 1966 was ze op haar fysieke hoogtepunt. Logisch, als je tussen de 21 en 26 bent en moeder natuur het goed met je voor heeft gehad. Alleen al haar lengte was een sensatie voor de Italianen. Alle grote mannen die naast haar stonden waren een kop kleiner. Het enorme end Mina was bovendien gezegend met een florissante boezem en ellenlange benen. Sommige van haar gasten konden er niet van afblijven. De komiek Totó, een onooglijk Napolitaans mannetje dat met bolhoed en al net tot haar boezem reikte, wist de grap nog binnen de perken te houden. Hij deed of hij haar langs haar hele lichaam afzoende, maar hij hield die paar centimeter afstand die het acceptabel maakten voor het katholieke publiek van Rai Uno en ook voor Mina zelf. Want de indruk die je krijgt als je de zwart-witbeelden van het ‘mooiste televisieprogramma ooit’ (dit zeggen alle Italianen die er getuige van waren) terugziet, is dat ze er zelf niet echt op zat te wachten, al die aandacht voor haar lichaam.

De sketch die iedereen zich nog herinnert, is die met Alberto Sordi. Robuuste vent, groot filmacteur, ongelooflijk geestig maar helaas onvertaalbaar, omdat zijn humor alleen in zijn onweerstaanbare plat-Romeins tot zijn recht kwam. Grote regisseurs – Fellini, Ettore Scola – hebben films met Sordi gemaakt, maar hij was nooit een exportproduct. Voor het Italiaanse publiek is het evenwel een sensatie als hij de vloer van Studio Uno betreedt. Een donderende ovatie, Mina doet bescheiden een stapje achteruit. Met Sordi ga je niet in concurrentie. Maar hij, ervaren publieksbespeler en bovendien gek op mooie vrouwen, sleurt haar gretig aan de blanke bovenarmen naar zich toe. ‘Mina, Minona’, jubelt Sordi, ‘laat me je eens heel goed van dichtbij bekijken!’ En hij duikt met zijn o zo sympathieke, maar ook o zo brutale kop bijna in haar decolleté. Mina lacht ongemakkelijk en probeert zich uit Sordi’s schroefgreep te bevrijden. Geen sprake van. Tijdens de tien minuten die hun sketchje duurt, doet hij wat iedere Italiaanse man zou willen doen, maar waar alleen Sordi mee weg kan komen. Onder onophoudelijke lachsalvo’s van het publiek ligt zijn hand dan weer toevallig rond een borst, dan weer op een heup, dan weer op haar billen. ‘Sei una fagotata de’ roba!’ – ‘Je bent een knapzak vol spullen!’ – roept hij uit, een uitdrukking die Mina de rest van haar leven heeft achtervolgd. Zij lacht dapper mee, omdat je bij Sordi niet moeilijk gaat doen, maar ze kan het eigenlijk niet aan. Ze is 26 en de grootste zangeres van Italië.

Italianen kunnen gruwelijk handtastelijk zijn. Hetzij als je jong en mooi bent, hetzij als ze vinden dat er wel een kilootje af mag. Handen op je borsten, heupen, buik, billen, vol graaien, zóóóóoó, wat voelen we daar! Het spelletje ‘En wat hebben we hier?’, dat tot voor kort met kleine kinderen werd gespeeld, is uit zwang geraakt door de moderne tijden en wellicht ook wel een beetje door het pedofilieschandaal, al keek in Italië niemand op van foezelende priesters. ‘En wat hebben we hier?’ was de olijke kreet waarmee grijzende ouderen tussen de beentjes van net rondwankelende peuters doken om eens leuk vast te pakken wat daar in de luier zat. Er zat geen scabreuze bedoeling achter en het voltrok zich midden op het plein, onder het oog van ouders en omstanders, maar toch. Net zo goed moet je niets zoeken achter al die graaiende handen in je vlees, maar het kan soms knap gaan benauwen. Voor Italianen is andermans lichaam sowieso publiek domein, laat staan als je Mina bent. Ónze Mina, onze Minona!

‘Ze had enorme angst voor de massa. Ze werd voortdurend aangeraakt, betast, vastgegrepen. Al die jaren lang, tijdens haar optredens in clubs, tijdens concerten, en ook tijdens de televisieopnames. Ik wilde haar wel eens een loopje voorstellen over de trappen in de studio, tussen de blokken publiek door, maar daar huiverde ze voor. Er was altijd wel de een of andere lolbroek die kans zag om een ferme greep te doen in maakt niet uit welk lichaamsdeel. Als je Mina maar had aangeraakt.’

Aan het woord is Antonello Falqui, ‘de regisseur van Mina’, in een interview met het gezicht van de staatstelevisie Vincenzo Mollica. Falqui was de bedenker van Studio Uno, het programma waarin Mina meer dan waar ook tot haar recht kwam. De Mina die in het nationale geheugen staat gebrand, is de Mina van Antonello Falqui. Hij was zich bewust van de diamant die het lot hem had toegespeeld, en bouwde rond Mina schitterende, Andy Warhol-achtige decors. Moderne schilderijen haast, met grote vlakken wit en zwart, Mina steeds als wervelend centrum, op de voet gevolgd door de verliefde camera die geen pasje, uitdrukking, beweging van haar miste. Ze voelde zich volkomen op haar gemak voor die camera, dat zie je.

‘Ik heb nooit in mijn leven met zo iemand gewerkt als zij’, aldus Falqui, ‘Mina had een feilloze antenne voor alles. De gasten, haar wisselwerking met ze, haar eigen figuur, de ruimte, het effect van de camera, en de mogelijkheden die haar ongelooflijk expressieve gezicht bood. Ze was zeer professioneel, en liet zich zonder morren in de meest krankzinnige designjurken hijsen die ik had verzonnen bij het decor. Ik had een opleiding als filmregisseur, en wilde een programma maken dat behalve entertainment ook schoonheid bood. Mina voelde dat perfect aan, en bewoog zich door de ingewikkeldste decors alsof het haar huiskamer was. Soms liet ik haar in een acrobatische kronkel beginnen, eigenlijk onmogelijk voor een zangeres, omdat dat paste bij wat ik in mijn hoofd had. Ze heeft nooit geprotesteerd, en gaf zich volledig aan me over. Twee maanden voordat de opnamen zouden beginnen ging ze rigoureus op dieet, wat ze haatte, want Mina was wat je noemt una buona forchettona (een forse eter), en ze was verzot op champagne. Maar voor Studio Uno ging ze twee maanden op de wortels en de selderij en het mineraalwater. Zeer gedisciplineerd.’

De Mina van die jaren is onlangs weer in leven geroepen door Giorgio Armani voor zijn zomercampagne 2012. Een model dat als twee druppels water op haar lijkt komt aanlopen over een houten vlonder tussen hoge bamboestengels. Het is de Mina van de jaren zestig, zonder twijfel, met het kortgeknipte blonde Twiggy-kapsel, het sensuele gezicht waarin de Barbra Streisand-neus en de wulpse mond de boventoon voeren, rank en hoog op de benen, in een witte bikini met daarover een nonchalant overhemd. Ze kijkt afwerend in de camera, zo van ‘wat moet je?’, een typische Mina-uitdrukking. Maar die Mina, die was tamelijk kort nadat Falqui en Studio Uno uit haar leven verdwenen, verleden tijd. Het rank geknipte koppie werd een opgeklopte bos Barbarella-haar. De ingetogen make-up maakte plaats voor de Mathilde Willink-stijl, van oor tot oor onder de kleuren en de glitters, boomstammen van wimpers, zwart omrande kattenogen tot aan de haargrens. Het was de mode van de jaren zeventig, en Mina is altijd stijlicoon geweest. Ze kon het ook prima hebben, want Mina kon alles hebben. Maar het was a little bit busy, zoals de Engelsen het zo fijntjes kunnen zeggen.

En toen begon ze uit te dijen. Er is een precies moment, het jaar 1974, waarin de omslag plaatsvindt. Zat ze het jaar daarvoor nog in hotpants, netkousen, hoge laarzen en een strak coltruitje – allemaal al net iets te krap – wijdbeens onderuit in een tv-programma met de verveelde uitdrukking die ze zich eigen had gemaakt naarmate de adoratie van het publiek steeg, ineens was ze over de streep. Te dik! En het werd breed uitgemeten in de Italiaanse pers, want alles wat Mina aanging was wereldnieuws.

‘Ik heb Mina’s verdwijning altijd beschouwd als il peccato capitale della vanità – de hoofdzonde van de ijdelheid –’, zegt regisseur Antonello Falqui. Een dappere opmerking, want Mina bekritiseren is gevaarlijk. Haar lange tenen reiken vanuit Zwitserland tot ver over de Alpen. ‘Een artiest is een artiest en treedt op van zijn achttiende tot zijn tachtigste, maakt niet uit hoe je eruitziet, al kun je er natuurlijk ook wel wat aan doen.’ Gevolgd door een subtiel lachje. Meer zegt Falqui niet. Hij heeft al te veel gezegd.

Voor Mina’s vriendin, de journaliste Natalia Aspesi, is Mina’s eclips in die nacht van 23 augustus 1978 een heldendaad. Uit Aspesi’s verslag van die avond: ‘En een rilling van spijt om dat wat voorgoed verloren was trok door het publiek toen Zij opkwam, Mina, die al zes jaar geen concert meer had gegeven, en al vier jaar niet meer op televisie was verschenen. Ze was bellissima, majestueus, glanzend als een blanke parel die niet door de zon was aangetast, haar corpulente lichaam verborgen onder een lange, wijde, zwarte jurk. De koninklijke blankheid van haar vlees voelde als een verwijt aan die zaal van uitgemergelde, treurige, zwartgeblakerde mannen en vrouwen die zich niet konden onttrekken aan de ratrace van de moderne tijden, de diëten, de angst om erbij te horen. Mina stond op het punt om zich te bevrijden. Voorgoed vrij, vrij om in de anonimiteit te leven, om dik te worden, te eten, te roken, te kaarten – haar passie –, te luieren, boeken te lezen, haar twee kinderen groot te brengen, grootmoeder te worden, zonder zich ooit nog te hoeven verantwoorden aan een adorerend maar wreed publiek, aan een absurde, domme, hijgerige pers die haar van jong meisje af aan op de hielen had gezeten. Een publiek en een pers die haar met huid en haar hadden opgevreten, omdat ze haar als hun bezit beschouwden, niet beseffend dat ze haar daarmee niet hadden toegestaan om zichzelf te zijn. Mina’s afscheid waar alleen zij van wist was een daad van andere tijden, ook toen al moedig, maar vandaag volstrekt ondenkbaar.’

Zonde van de ijdelheid of heldendaad? Voor beide theorieën valt iets te zeggen, maar het is niet het hele verhaal. Mina heeft niet alleen ‘nee’ gezegd tegen Frank Sinatra. Ze is waarschijnlijk de enige vrouw ter wereld die ook ‘nee’ zei tegen Federico Fellini. Hij was helemaal gek van haar, in de tijden van Studio Uno. Haar gezicht, die enorme cartoonachtige ogen, dat lijf, die grote borsten, haar hele manier van doen en bewegen: Fellini moest en zou haar hebben voor een rol. Hij had de film Il Viaggio di G. Mastorna met haar in zijn hoofd geschreven. Het was 1966 en hij was al met drie Oscars bekroond. Een van de grootste regisseurs ter wereld, en Fellini heeft er echt werk van gemaakt. Daar was geen enkele vrouw tegen bestand, als Fellini werk van je maakte, behalve Mina. Ze zei ‘nee’ en het bleef ook nee. Ze zag het niet zitten. Omdat ze zichzelf niet als actrice zag, zei ze, een wonderlijk argument voor iemand die zo expressief was als zij. Ze was juist een topactrice. Bovendien ging het bij Fellini vaak niet echt om acteren, meer om verschijnen. Je kunt het optreden van Claudia Cardinale in of van Anita Ekberg in La Dolce Vita moeilijk als acteerprestaties omschrijven. En dat was misschien het punt: wat Fellini met je zou gaan uithalen, wist je nooit van tevoren. Je had acteurs die daar goed tegen konden, zoals zijn alter ego Marcello Mastroianni, maar Mina had er geen trek in. Zij was van zichzelf, en van niemand anders. Il Viaggio di G. Mastorna werd teleurgesteld afgeblazen.

Het besluit om niet in Fellini’s film te spelen nam ze op het moment dat ze fysiek op haar hoogtepunt was. En het was net zo’n groot besluit als niet naar Amerika gaan om samen met Frank Sinatra een tournee te doen of je terugtrekken achter de schermen op je 38ste.

Het argument van de ijdelheid lijkt hier dus een beetje mank te gaan. Aan de andere kant overtuigt het heldendom waar haar vriendin Aspesi zo lyrisch mee dweept ook niet helemaal. Opvallend is het feit dat niemand in Italië ooit de link legt tussen het moment van Mina’s afscheid en het nieuwe Italiaanse vrouwdom op tv dat al aan de poorten rammelde. Het vrouwdom van toen nog alleen groot bouwondernemer en beginnend tv-producent Silvio Berlusconi. Het was nog niet helemaal zo ver, Berlusconi’s idee over hoe je een vrouw op tv het best kon benutten was nog niet tot de landelijke zenders doorgedrongen, maar hij draaide al warm in Milaan, waar hij een aantal privé-zenders had opgekocht. Hij kwam eraan, en heel Italië was er klaar voor. Mina had gevoelige antennes. Als het niet meer uitmaakt wie je bent, alleen nog wat je maten zijn, dan moet je op tijd wegwezen.

En er was nog iets gebeurd in 1978. Een inktzwart jaar voor Italië. Van alle laffe, arrogante, weerzinwekkende moorden die de Rode Briga­des in de jaren zeventig op plichtsgetrouwe dienaren van de staat hebben gepleegd, was de moord op de christen-democraat Aldo Moro wel de meest shockerende. Aldo Moro was twee maal premier van Italië geweest, bruggenbouwer tussen de twee kampen waarin Italië was verdeeld, christen-democraten en ­communis­ten, een wijze, milde, beminnenswaardige man. Na 55 dagen gevangenschap ergens in een appartement in Rome, iedere dag een foto van een steeds geknakter Moro met de krant van die dag in de hand, een psychologische martelgang voor zowel Moro als Italië, werd hij op de ochtend van 9 mei 1978 dubbelgeklapt in de achterbak van een geparkeerde Renault 4 gevonden. Een gruwelijk beeld, de dode Moro als een vuilniszak in de achterbak gedumpt, ontdaan van alle waardigheid die hem bij uitstek had gekarakteriseerd. De foto’s gingen de hele wereld over.

En drie maanden later stapte Mina voorgoed uit de schijnwerpers. Ze had het aan niemand verteld. Wel zei ze kort voor haar laatste concert in een interview tegen Natalia Aspesi: ‘Ik moet er steeds aan denken, dat terwijl ik sta te zingen, iemand uit het publiek me doodschiet. Het is een smerig, afschuwelijk gevoel, dat me iedere keer dat ik de schijnwerpers in stap bekruipt, knipperend tegen het licht, met dat grote zwarte gat erachter. En ik ben ook nog eens zwaar bijziend, zoals heel Italië natuurlijk weer weet…’

Hoe lang heeft Mina rondgelopen met het idee om haar kwetsbare lichaam niet meer aan het publiek te tonen? Non gioco più, me ne vado – Ik doe niet meer mee aan het spel, ik ga weg – zong ze vier jaar eerder al, maar niemand had er iets achter gezocht. Haar verdwijning is uniek in de wereld van de showbusiness, behalve dan Greta Garbo, die Mina met twee jaar heeft verslagen en zich op haar 36ste al aan het publieke oog onttrok. Het verschil met Greta Garbo is dat Mina zich nog wel degelijk met van alles bemoeit, en zich enorm druk kan maken om de manier waarop Italië haar herdenkt, want dat is toch wel een beetje het woord. Briesend schreef ze in 2010 een stuk in de krant La Stampa, waar ze een aantal jaren een column had, over de eerbetonen die haar ongevraagd te beurt waren gevallen voor haar zeventigste verjaardag.

‘Het is beslist een bijzondere ervaring, je eigen autopsie overleven’, snauwt ze in de eerste zin. ‘Een oceaan van zelfbenoemde archeologen heeft zich weer eens vermaakt met het speuren en wroeten naar het hoe en waarom van mijn leven tussen de restanten van mijn psyche en van mijn arme vlees. Vandaag ben ik zeventig, gisteren was ik 69. En dus? Misschien dat ik voor eeuwig bevroren had moeten blijven in een onduidelijke leeftijd waar zij meer troost uit putten dan ik. Ik kon mijn hele leven lang al niet wachten om eindelijk oud te zijn.’

Een haal van de tijgerklauw over de neus van al diegenen die zich hadden ingespannen om Onze Mina nog weer eens uit de mottenballen te halen. Er waren avondvullende tv-programma’s met beelden van toen aan haar gewijd, het publiek in de studio had vertederd meegezongen met evergreens als Grande Grande Grande (in de vertaling Never Never Never de latere wereldhit van Shirley Bassey), er waren weer krantenpagina’s vol geschreven over Mina en hoeveel we allemaal van haar houden, hoe we haar missen, hoe we het eerlijke, gezonde, naïeve Italië missen waar zij een product van was, maar nee. Flikker op allemaal, de zelf­benoemde ­Mina-logen voorop.

Hoe ze het dan wél wil, blijft een mysterie, en dat is ook haar kracht. Ze heeft een zeer populaire ‘Lieve Mina’-rubriek in de Italiaanse Vanity Fair. Mensen vragen aan Mina hoe ze het moeten doen in het leven, omdat Mina voor de Italianen het nationale Vrijheidsbeeld is. En ze krijgen fijne directe antwoorden van De Tijgerin van Cremona. Bijvoorbeeld iemand die na het failliet van zijn bedrijfje omdat het bankkrediet was ingetrokken aan Mina schrijft dat hij geen andere uitweg ziet dan zelfmoord, zoals zo vele kleine Italiaanse ondernemers op dit moment. Antwoord: ‘Mijn beste vriend, ik kan alleen de woorden citeren van een goede vriend van mij toen hij te horen kreeg dat zijn vader zelfmoord had gepleegd om dezelfde redenen als de jouwe: Che Stronzo (“Wat een lul”), dat zei hij. Hou nog even vol. De dingen zullen veranderen. Dat kan niet anders. Een warme omhelzing van je Mina.’ Of een meisje dat klaagt over het feit dat haar ex-vriend de vers ontloken liefde met haar nieuwe vriend heeft verpest door allerlei nare en onware dingen over haar te vertellen, waardoor de nieuwe vriend het had uitgemaakt. Antwoord: ‘Mia cara, ik verbaas me over je verdriet. Hoe gaat het gezegde ook al weer, due piccioni con una fava (“twee vliegen in één klap”), toch? Ben je mooi vanaf, van die twee druiloren. Zoek een man die je waard is en denk er niet meer aan, bacio, Mina.’ Mina neemt deze schrijfseltjes bloedserieus en rangschikt haar schrijvende kwaliteiten boven aan haar topprestaties. ‘In de laatste jaren heeft Mina in belangrijke kranten en bladen geschreven, een opdracht waarin ze zichzelf opnieuw meester heeft getoond en uitdraagster van een belangrijk gedachtegoed.’ Het staat er echt, in de biografie op haar eigen site.

Dat Mina haar fel bevochten vrijheid alleen met eten, roken, kaartspelen, boeken lezen, gezellig moederen en grootmoederen zou opvullen, is onzin. Ze is nog altijd in de eerste plaats zangeres, en heeft een heel team aan netbouwers en filmpjesbedenkers om zich heen. Veruit het leukste resultaat van haar verdwijntruc is het Disney-tekenfilmpje waarin zij, Mina, is omgebouwd tot Katrien Duck, en hij, Adriano Celentano, de Italiaanse Mick Jagger, tot Donald Duck. De cd Mina Celentano uit 1998 is het meest succesvolle album uit hun beider carrière. Binnen een paar weken waren er 1,6 miljoen van verkocht. Het tekenfilmpje waarin zij een ­ruziënd/minnend Napolitaans Donald Duck-echtpaar spelen is geweldig. Hun stemmen zijn dat ook. Het liedje Che t’aggia di (‘En wat moet ik je zeggen’ in Napolitaans dialect) ook.

Vast en zeker heeft ze ook nog iets anders te vertellen. Maar dat houdt ze voor zichzelf.