Minachting als hoeksteen

Rabat - Excessen halen soms het nieuws, zoals een half jaar geleden het trieste geval van Zineb Chtit, een elfjarig meisje dat als petite bonne bij een rechter en zijn vrouw in het noordelijke Oujda in dienst was. Ze werd er zwaar mishandeld, geslagen met een stok, overgoten met kokend hete olie. Meer dood dan levend wist ze aan haar werkgevers te ontsnappen en werd ze ergens op straat aangetroffen. Haar vader liet zich niet afkopen door de rechter en klaagde het echtpaar aan. De vrouw van de rechter, verantwoordelijk voor de mishandeling, verdween voor drie jaar achter de tralies.
De slavernij werd in Marokko een halve eeuw geleden afgeschaft, maar er zijn naar schatting nog altijd zestigduizend petites bonnes die als kindslaven werken, extreem lange dagen, nauwelijks vakantie, zwaar onderbetaald. Vaak gaat hun salaris (vijftig euro per maand, als het al zoveel is) naar de ouders, die hun dochter min of meer hebben verkocht, uit arren moede. Mishandeling is een breed begrip. Zo'n meisje de kans op scholing ontnemen is een vorm van mishandeling. Haar blootstellen aan de pesterijtjes van de kinderen die in hetzelfde huis rondlopen, die van haar werkgevers dus, idem dito. Bonnes, al dan niet petite, worden ook vaak seksueel misbruikt. Ze zijn weerloos.
Er is nu een wetsvoorstel dat verbiedt meisjes jonger dan vijftien jaar in dienst te nemen. Die wet moet ook de salariëring, de werktijden en dergelijke gaan regelen. Er is al kritiek op het voorstel, dat niet ver genoeg zou gaan. Men lijkt er op het ministerie van Sociale Zaken ook nog niet over uit hoe een en ander het best kan worden gecontroleerd. Meestal zijn het buren die de autoriteiten of een kinderbeschermingsorganisatie op misstanden attenderen, vaak als zo'n zaak als die van Zineb in het nieuws is geweest.
Wat nodig is en in één klap aan alle ellende een einde zou maken, is een mentaliteitsverandering. Voor veel Marokkanen immers is de zwakkere medemens slechts daar om uitgebuit en verpletterd te worden - niet ik beweer dat, maar een schrijver als Abdellah Taïa, of een intellectueel als TelQuel-hoofdredacteur Ahmed Benchemsi. Die laatste noemt de hogra, de minachting, zelfs de hoeksteen van de relatie die de Marokkaan heeft met iemand die minder rijk of van minder goede komaf is. Kan de voorgenomen wet hier op de lange duur verandering in brengen? Het lijkt een begin.