Economie

Minder bullshit graag

Het reces in de politiek nodigt uit tot reflectie. Kamervoorzitter Khadija Arib sprak bij het laatste debat van ‘methodes die niet thuishoren in onze parlementaire democratie’. Wat zouden we in het politieke métier graag anders gedaan zien worden? Minder bullshit, dat zou mooi zijn. En dan heb ik het niet alleen over Thierry Baudet, Pieter Omtzigt en Denk, maar ook over de Groningse aardbevingen, de dividendbelasting, en Stef Blok.

De Amerikaanse filosoof Harry Frankfurt muntte in 2005 ‘bullshit’ als filosofisch begrip. Wat tot dan toe een ongepast grove kreet was, werd nu geanalyseerd als maatschappelijk fenomeen. Bulshitters, betoogde Frankfurt, maakt het niet uit of hun beweringen waar of niet waar zijn – een gebrek dat uiterst pijnlijk overkwam op de hoogleraar in de analytische filosofie, waarin alles juist draait om de eenduidigheid van concepten en het waarheidsgehalte van beweringen. Frankfurt vreesde dat bullshit de fundamenten van onze beschaving aantast. Zijn belangrijkste punt was dat bulshitters geen leugenaars zijn, althans niet expres. Leugenaars vermijden de waarheid, en zijn er dus in ieder geval nog mee bezig. Bulshitters niet. De dingen die ze zeggen en schrijven dienen een ander doel dan waarheid of leugen. Ze willen je gewoon iets aansmeren. Bullshit is in de eerste plaats marketing. In Frankfurts wereld is het omgekeerd: wat je beweert moet waar zijn, en pas daarna kan het eventueel een doel dienen.

Bullshit heeft sinds 2005 een ongekende vlucht genomen. Iedereen die tot hiertoe doorgelezen heeft denkt nu al een tijdje aan Donald Trump, de meester-bullshitter. Aan fake news en de post-truth-wereld: wat je niet zint is dus niet waar. De inmiddels 89-jarige filosoof moet het tandenknarsend hebben aangezien. De reactie op zoveel bullshit was de opkomst van de fact checker. Tijdens politieke campagnes of in vaste rubrieken in je krant gaan zij na of een bewering waar is, of misschien grotendeels onwaar. Ze doen dit om de bullshitter de wind uit de zeilen te nemen: zie je wel, het klopte niet.

We slaan aan op ­leugens, maar tolereren bullshit

De fact checkers slaan daarmee de plank volledig mis. Zoals marketeers snoepjes op de juiste hoogte in de schappen plaatsen, zo doen bullshitters dat met hun beweringen. Die plek in het schap is niet waar of onwaar: ze is effectief. De kiezers worden niet in een bullshitverhaal meegenomen omdat het klopt. De grote vraag is: waarom dan wel? Hoe verklaren we de aantrekkingskracht van bullshit, en de straffeloosheid ervan?

Dat was ook de vraag waar Frankfurt mee worstelde. Als maatschappij hebben we leugens gestigmatiseerd – liegen doe je gewoon niet – maar de bulshitter gaat vrijuit. Terwijl bullshit minstens zo perfide is als de leugen. Bedenk hoe antisemitisme werkt: het is de ultieme vorm van bullshit. Je kunt eindeloos aantonen dat de Protocollen van de wijzen van Zion gefabriceerde onzin is, ze blijven opduiken. Waarom? In het antwoord op dat raadsel ligt het wezen van de bullshit besloten. Blijkbaar is er iets met bullshit, dacht Frankfurt, dat we nodig hebben, en daarom veroordelen we het niet. Maar wat dat iets dan is, was hem een raadsel.

Dat raadsel is nog net zo actueel als dertien jaar geleden. We slaan aan op leugens, maar tolereren bullshit. Minister Zijlstra werd verwijderd omdat hij gejokt had; premier Rutte gaat vrijuit hoewel zijn beweringen over de dividendbelasting pure bullshit waren, filosofisch gezien. Het ging hem niet om de waarheid of onwaarheid van stukken die hij wel of niet gelezen zou hebben. Het ging erom die belasting erdoor te krijgen. De media trapten in de val en gingen tot het gaatje om de aard van de stukken en hun beweringen over het Binnenhof boven water te krijgen. Net als fact checkers die het succes van bullshitters niet begrijpen. Ook in de affaire-Stef Blok, die na het reces wordt voortgezet, gaat een goed begrip van bullshit cruciaal worden.

De oplossing voor bullshit als probleem in de politiek lijkt me duidelijk. Zoals we leugens als kwalijk stigmatiseren, zo moeten we bullshit ook stigmatiseren. We moeten gevoelig worden voor alle uitingen en acties die als doel hebben ons een product, politieke partij, ngo, dividendbelasting of wat dan ook aan te smeren. We noemen dat dan bullshit. Voor publieke figuren is dit net zo dodelijk als jokken of een #MeToo-aantijging. Iemand die dat doet, is niet te handhaven. Ga in gedachten eens na wie er in deze nieuwe atmosfeer na het reces in de Kamer terugkeert.

Zo gaat het natuurlijk niet. Maar als we gaan stemmen volgens het bullshitcriterium krijgen we andere politici. En hopelijk ook een ander belastingbeleid.