Minder lasten, minder banen

Of het nu om Albert Heijn gaat of Hoogovens, KPN of het bankwezen, het beeld is overal hetzelfde: het bedrijfsleven maakt recordwinsten en stoot tegelijk recordaantallen banen af. Met andere woorden: ook als ze massa’s geld hebben, gebruiken bedrijven dat niet om banen te maken. Dat is niet leuk voor een kabinet dat z'n beleid heeft gebaseerd op de omgekeerde vooronderstelling dat bedrijven banen zullen maken als je ze minder belasting laat betalen. Die vooral van liberale zijde gekoesterde gedachte leidde in het regeerakkoord tot een lastenverlichting ter grootte van 9 miljard gulden, als gevolg waarvan netto 55.000 fulltime banen zouden ontstaan. Los van het feit dat dat banen zijn a raison van meer dan anderhalve ton per stuk, niet de goedkoopste dus, blijkt het hele verhaal ook nog niet op te gaan.

Daarmee staat ook de tweede pijler van het kabinetsbeleid, de loonmatiging, op de tocht. Want die is gebaseerd op dezelfde redenering: minder loonstijging - dus meer geld in de bedrijven laten zitten - betekent meer banen. Maar waarom zouden bonden hun looneisen matigen terwille van meer banen als dat, evenals de lastenverlichting, geef effect blijkt te hebben?
Het CPB heeft een en ander nog eens opgeschreven in het binnenkort te verschijnen Centraal economisch plan, een stuk dat de basis pleegt te vormen voor de komende begroting. Maar het is allemaal nog erger. Want de dalende werkgelegenheid bij grote bedrijven was al langer bekend. Vandaar ook dat in het regeerakkoord de lastenverlichting vooral wordt beloofd aan kleine ondernemers. Waar de groten banen afstoten, is juist het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de ogen van velen de nieuwe banenmotor. Niet alleen Jan Kamminga houdt niet op dat te beweren, zijn pleidooi is overgenomen door de PvdA, die vooral in de persoon van Rick van der Ploeg de deugden van het kleine ondernemerschap bezingt. Maar helaas. ‘Het MKB is zeker geen onafhankelijke banenmotor’, schrijft het CPB. Want er mogen dan vele nieuwe kleine bedrijfjes ontstaan, niet meer dan zestig procent daarvan bestaat vijf jaar later nog.
Natuurlijk zijn er ook successen. Bijvoorbeeld dat van de zakelijke dienstverlening. Maar die scoort alleen maar zo goed omdat grote bedrijven steeds meer activiteiten afstoten naar kleine dienstverleners en leveranciers. Eerder een verplaatsing van werk dus dan een toename. En dan zijn er nog de statistische valkuilen. Bedrijven met meer dan honderd werknemers worden gerekend tot het 'grootbedrijf’. Als een bedrijf met 114 medewerkers er 16 op straat zet, is het dus op slag van grootbedrijf gedegradeerd tot midden- en kleinbedrijf en tellen die 98 werknemers als verlies aan werk bij het grootbedrijf en als 98 banen extra in het MKB. Iets wat de laatste jaren in ruime mate is voorgevallen. Als je die vertekeningen eruit haalt, concludeert het CPB, is het aandeel in de totale werkgelegenheid van het MKB de afgelopen jaren zelfs sterker gedaald dan dat van het grootbedrijf. Zowel de PvdA-variant (Steun het MKB!) als de VVD-variant (Steun alle bedrijven!) van het werkgelegenheidsbeleid is daarmee failliet. Zal dat tot de val van het kabinet leiden? Dat zou het. Als men een alternatief had.