Economie

Minder maar beter

Het is de natte droom van iedereen die de planeet wil redden maar niets wil veranderen: ecomodernisme. Wie zich met deze naam tooit is een onverbeterlijke optimist die zich het best thuis voelt bij GroenLinks en D66 maar die ook VVD en PvdA niet schuwt: verstandige, optimistische mensen die kiezen voor verstandige, optimistische partijen.

Menselijke doortastendheid gaat de ecologische rampspoed die op ons af komt onherroepelijk afwenden. Zo moeilijk is dat niet, aldus de ecomodernist. Stop onze verslaving aan fossiele brandstoffen en de helft van het werk is gedaan. En laten we daar nou net fantastische technologische alternatieven voor hebben bedacht. Zonnepanelen, warmtepompen, wat windenergie, biobrandstoffen, opslag van emissies en vooral veel elektrische auto’s, liefst getooid met de ‘T’ van de Tesla, en ja, op den duur ook elektrische vliegtuigen.

Technisch gesproken gaat het in het ecomodernisme om de verwachting dat de mensheid er op tijd in zal slagen om economische groei los te koppelen van uitstoot en grondstofverbruik door de toenemende dematerialisering van onze economische activiteiten. De gedachte is dat we steeds efficiënter gaan produceren, waardoor er minder eenheden grondstof nodig zijn voor de productie van dezelfde hoeveelheid goederen en diensten.

Het is een vorm van technisch utopisme die je tegenkomt bij vrijwel elke multinationale organisatie die zich heeft gecommitteerd aan de doelstellingen van Parijs. OESO, Wereldbank en Verenigde Naties hebben alle drie scenario’s ontwikkeld die moeten aantonen dat we bij het breed uitrollen van de groenste technologieën in staat zouden moeten zijn om ons grondstofverbruik en onze emissies binnen de bandbreedte van Parijs te houden.

En daarvoor is groei zoals gemeten door het conventionele cijfer van het bruto binnenlands product onontbeerlijk. Groene groei vereist immers forse investeringen in een nieuwe, postfossiele infrastructuur. Zonder groei geen investeringen, en zonder investeringen geen vergroening – zo luidt de kortste samenvatting van deze theorie.

Elektrisch rijden blijft een niet-duurzame bezigheid

In een vernietigende paper die vorige week in het academische tijdschrift New Political Economy onder de titel ‘Is Green Growth Possible?’ is verschenen, laten de auteurs Jason Hickel en Giorgos Kallis geen spaan heel van deze comfortabele theorie. Op basis van de recentste studies komen zij tot de conclusie dat technologische innovatie ons nooit het duurzaamheidsparadijs zal binnenleiden dat ecomodernisten ervan verwachten. Zo houden data die moeten aantonen dat er inderdaad sprake is van relatieve ontkoppeling er geen rekening mee dat in het tijdperk van mondialisering het merendeel van ons grondstofverbruik niet nationaal is, maar internationaal.

Oftewel, door de mondialisering van onze productieketens kunnen wij steeds meer van onze ecologische schade exporteren naar mensen en landen die veel armer zijn dan wij. Neem je dit mee, dan is er juist sprake van steeds inefficiëntere productie en zie je geen (relatieve) ontkoppeling van groei en vervuiling maar juist herkoppeling ervan, en geen dematerialisering van de productie maar juist re-materialisering.

En datzelfde geldt voor uitstoot, aldus Hickel en Kallis. Zelfs als de nieuwe technologieën waar ecomodernisten hun optimisme op baseren inderdaad hun beloftes gaan inlossen, dan nog zal het veel te lang duren voordat ze ook daadwerkelijk de maatschappelijke norm zijn geworden om de doelstellingen van Parijs te kunnen halen. En ook dat eerste is geenszins gegeven. Volgens experts is een kleine auto met zuinige benzinemotor bijvoorbeeld nog altijd duurzamer dan een Tesla, hoe de elektriciteit die hij verbruikt ook wordt geproduceerd. Groen of bruin, elektrisch rijden blijft een niet-duurzame bezigheid.

Hickel en Kallis trekken vernietigende conclusies uit hun bevindingen. Beleid dat uitgaat van oneindige groei in een eindige wereld en blind vertrouwt op onzekere technologische innovatie om ons te redden van ecologische rampspoed is onverantwoord en daarmee immoreel. Beter is het, aldus Hickel en Kallis, om te streven naar reductie van onze ecologische voetafdruk door minder en anders te consumeren, de eenzijdige beleidsfixatie op economische groei te vervangen door een nadruk op ontwikkeling en voorspoed, en niet langer te streven naar meer maar naar beter.

In de aanloop naar het debat over het klimaatakkoord is het verplicht leesvoer voor alle ecomodernisten.