Politiek sonnet

Minister Korthals

Ik ben straatarm en ik heb nooit eens geld.

En in mijn boerendorp, ben ik geen held.

Iets verdienen, als ‘k mij naar Holland waag.

’t Is even slikken, ’t zit dan in mijn maag.

Dan geef ik mijn ouders eens lekker eten.

Dan kan mijn zuster ’t bordeel vergeten.

Ik weet ’t is dom, als ik mij daaraan waag.

En ik zit er dan ook mee in mijn maag.

Nu zit ik dan ook in een koude cel.

Samen met iemand anders, ’t is een hel.

De politiek heeft z'n gezicht gered.

Ach, de laatste week pas goed opgelet.

De kleinste jongens, vaak de grootste straf.

De minister gaat gelukkig niet af.