Inzending Martin van Amerongen-Prijs

Minister van Defensie.

Ik stond op het punt de knipselmap van Henk Vredeling open te slaan toen Kevin me om tien uur bij hem in het torentje ontbood. Het gaat om een interview met Vrij Nederland. Het is allemaal waar. Kevin heeft nog geen idee wat hem allemaal boven zijn hoofd hangt.

Kevin is niet alleen. Sjoerd, onze opperbevelhebber der strijdkrachten is bij hem.Generaal-majoor of luitenant generaal of generaal-generaal of maarschalk of admiraal bij nacht. Ik moet me er toch eens in verdiepen waar al die strepen en sterren voor staan. Ik vind het zo’n belachelijk gezicht, een volwassen kerel in een geupgrade padvindersoutfit. Ik heb me kostelijk vermaakt bij het huwelijk van onze kroonprins. met het bekijken van de koninklijke gasten. De een nog potsierlijker behangen dan de ander met aan zichzelf en elkaar verleende huisordes. Vooral Charles kon nauwelijks ademhalen en van rechtop lopen was geen sprake, hij helde gewoon naar voren. Aan het eind van de stoet een echte held, Nelson Mandela, in een zwart hemd, met een piepklein oranje strikje.

Kevin zal wel spijt hebben dat hij mij door Kees in zijn maag heeft laten splitsen. Maar niemand wou defensie. Ze konden niemand vinden. Dat zal wel verband houden met het echec van de JSF. Ik ben vierde, vijfde misschien wel zesde keus. Dit kabinet is een in allerijl bij elkaar geraapt zootje, wat recht moet doen aan de wens van de kiezer. De motto’s zijn ‘Why not?’ en ‘let’s give it a try’. Het wachten was op Kees. Hij kwam er maar niet uit, was ook verrast. Regeringsdeelname. Minister van Cultuur en minister van Defensie. Twee sleutelposten, een geweldig onderhandelingsresultaat. Maar in de haast om op tijd op het bordes te staan maak je personele blunders. Ik ben er een van, de enige van het Revolutionair Volksfront die daadwerkelijk in dienst is geweest, zelfs als sergeant afgezwaaid. Specialist Communicatie bij de Luchtmacht, vliegbasis Soesterberg. Dat is nog eens een CV. Ik denk dat Kevin niet eens weet wat een UZI is!

Op zijn bureau lag Vrij Nederland, een foto van mij, ik sta in een schildwachthuisje. Sjoerd en ik hebben nog nooit met elkaar gesproken. Hij is alleen maar op het ministerie aan me voorgesteld, gelijk met de ambtelijke top.

‘Steven, is het waar dat jij voornemens bent alle ceremonieel van onze krijgsmacht af te schaffen, althans dat is wat Vrij Nederland uit jouw mond heeft opgetekend.’ Kevin zei het met een grote glimlach, als een goede grap, met een gezicht van dat kan toch niet waar zijn. Sjoerd lachte me ook bemoedigend toe, een beetje zoals je naar een slungel kijkt die een lekke band heeft.

Ik antwoordde kort, zonder lach en ook niet plechtig, zoals je het jawoord uitspreekt. ‘Ja.’

‘Maar Steven dat kun je toch niet menen, je kunt toch niet van de ene dag op de andere met zo’n rijke traditie breken, maar nog los daarvan, je bent helemaal niet in de positie om zo’n vergaand besluit te nemen. En dan nog wat, het staat niet in het regeerakkoord, voor zover ik weet is het niet een keer ter sprake gebracht door Kees en tijdens onze kennismaking heb je dat ook niet aangeroerd.’

‘Er staat zoveel niet in het regeerakkoord, Ik hoor je nog zeggen, dit keer een houtskoolschets en geen wurggreep.’

‘Maar hoe stel je het je in godsnaam voor.’

‘Nou zo ingewikkeld is het niet hoor. Ik ben voor het leger. Als iemand het in zijn hoofd haalt om tegen ons of onze bondgenoten te gaan vechten, dan zullen we ons verdedigen, dan moeten we kunnen vechten. Onze jongens en meisjes moeten dus goed bewapend zijn en goed getraind, en daar heb ik veel voor over. Nooit meer Srebrenica. Maar twee dingen. In de eerste plaats moet de dienstplicht weer worden ingevoerd. Die eis heb ik gesteld en dat is ook in het regeerakkoord opgenomen en dan, en ik geef toe dat daar nu pas mee kom, maak ik een eind aan al dat onzinnige militaire vertoon. Ik haat dat gemarcheer en dat stompzinnige gepronk. Het is al erg genoeg dat we zoiets moeten hebben als een leger, maar we gaan er niet mee paraderen. Laats zag ik weer hoe ze in Engeland op de Mall met duizenden langs de koningin trekken of met quatorze juillet op de Champs Elysées. Dat walgelijke machtsvertoon. En zo’n Sarkozy die er dan bij staat te glunderen. En dan vliegen er nog zo’n stuk of tien Mirages over met rode, witte en blauwe strepen. Dat achterhaalde gedoe moet maar eens afgelopen zijn. Maar, Kevin (ik negeerde Sjoerd) maak je geen zorgen, ik zal mijn voorstellen keurig in het kabinet brengen en ik hoop daarna in de Kamer. Voor the time being heb ik besloten dat op Prinsjesdag de krijgsmacht geen bijdrage levert. Den Haag zorgt voor de beveiliging, dat kan de Haagse politie uitstekend, die heeft zich na 11 september wel bewezen. Als de koningin die paar honderd meter zonodig in een gouden koets wil afleggen, ze doet maar, maar het leger begeleidt haar niet. Verder nog iets?’

Kevin geloofde zijn oren niet. Zijn wanhopige ogen zochten steun bij Sjoerd. Sjoerd is een slimme man, onze generaals zijn geen domme jongens, en hij schatte juist in dat een goed gesprek mij niet van mijn voornemen zou afhouden. Er was iets anders nodig. Kevin flikkerde me nu zijn kamer uit en zijn kabinet en als hij dat niet onmiddellijk zonder schroom deed, dan wachtte een interessante tijd. Hij vond het wijs om dat inzicht niet nu met Kevin te delen, daar was hij te fatsoenlijk voor, hij wachtte tot ik de kamer uit was.

Ik verliet het torentje met mijn mooie nonchalante elegante loop. Ik hecht aan een ontspannen manier van bewegen, uitstralen dat je alle tijd van de wereld hebt en in bent om van alles te genieten, een mus, lekker weer, een toevallige ontmoeting met een stel schoolkinderen. Ik moest wel erg mijn best doen om niet te brullen van de lach. Ik hoorde bijna hoe Sjoerd Kevin nu probeerde duidelijk te maken, dat als hij dit over zijn kant zou laten gaan, er een proces ingang werd gezet waarvan de uitkomst niet kon worden voorspeld. Ik kon hem horen zeggen. ‘Kevin als je hem er nu niet uitflikkert, met zijn achterlijke ideeën erbij, dan worden we de risee van de hele wereldgemeenschap. We slaan een pleefiguur.’

En Kevin zou dan gevat zeggen dat Frits dat ook van Pim had gezegd.

Ik wandelde terug naar het ministerie om Kees te bellen. Die avond zat ik bij Matthijs van Nieuwkerk en dat leek me een goede gelegenheid mijn opvattingen kenbaar te maken. Kees wal al onderweg naar Kevin, maar voordat hij daar was belde ik hem op zijn mobiele nummer. Hij moest er erg om lachen en beloofde me dat hij stand zou houden en wenste me plezier bij Matthijs.

Van Hilde, mijn voorlichter, hoorde ik dat de telefoon niet stilstond. Het staat gelijk. Er bellen net zoveel voorstanders als tegenstanders. Voorstanders hebben er schik in en de tegenstanders uiten verwensingen, dreigementen, komen langs om me in elkaar te slaan en dat soort dingen. Er is nog geen brief met een kogel bezorgd, dus dat valt weer mee.

Hilde ging mee naar de studio. Van mij hoefde ze niet, maar het hoort er wel bij geloof ik. Hilde is een jonge geestige en slimme vrouw. Ze begrijpt dat ik bloedserieus ben met mijn voornemen alle protocollaire flauwekul af te schaffen en zal me daarin steunen. Ik maakte me geen enkele illusie over hoe zij een rechtse minister zou steunen, dan zou ze op de barricade staan voor vaandel en eresaluut. Henk, mijn chauffeur, vindt geloof ik helemaal niets. Hij zegt geen boe of bah. Hij weet van mijn secretaresse waar we naar toe moeten en hij zorgt dat ik er op tijd ben. That’s it. Ik hou wel van een praatje, Henk niet, jammer. Misschien komt dat nog, als we elkaar wat beter kennen.

Kees belde hoe hij bij Kevin was gevaren. Kevin maakte zich grote zorgen, maar deinsde er kennelijk voor terug om er nu een halszaak van te maken. Hij had wel tegen Kees gezegd dat er geen sprake van kon zijn dat mijn voorstellen verder kwamen dan het kabinet. Kees had geantwoord dat hij daar kennis van nam en het tegen mij zou zeggen, maar dat hij vond dat de minister van defensie in deze zijn eigen verantwoordelijkheid had.

Het was gezellig druk in de Plantage. Onrustig gedraai van Matthijs met Eric van Muiswinkel, die er kennelijk vanavond bij zat. Technici keken of de microfoons en de camera’s het goed deden. Ik keek als altijd geamuseerd. Ik zag dat veel mensen in het publiek me bestudeerden en dat mijn naam vaak werd gefluisterd. Dat is Steven Eernisse, de nieuwe minister van Defensie, van het Revolutionair Volksfront, nee daar.

De andere gasten waren Mart Smeets, die ermee ophoudt en Heleen van Rooyen, naar aanleiding van haar nieuwste boek ‘’ er op of er onder’. Ik was als eerste aan de beurt.

Van Nieuwkerk. Dat was zeker schrikken voor je.

Ik: helemaal niet. Het was meer lachen, met mijn vrouw op bed springen van plezier.

Van Nieuwkerk: kom nou, dit is toch een geweldig serieuze verantwoordelijkheid, het is toch geen grap.

Ik: hoe zo? Denkt u (ik vind het heerlijk om tegen bekende mensen u te zeggen en niet mee te doen aan zo’n klef ons kent ons sfeertje) dat ik het een grap vind. Ik ben bloedserieus.

Van Muiswinkel: nou dat voorstel van u (slimme man) om alle ceremonieel af te schaffen is toch nauwelijks serieus te nemen.

Ik: wacht maar af, voor mij is het menens hoor.

Van Nieuwkerk: Wat betekent de krijgsmacht voor jou.

Ik: Ik wil sterker zijn dan de vijand. We moeten dus een goed leger hebben en sterke bondgenoten. Op onze beurt zijn wij een aantrekkelijke partner als we veel over hebben voor het bondgenootschap en zelf sterk zijn. Ik hecht dus enorm aan een goed getraind en goed en zwaar bewapend leger.

Van Muiswinkel: U wilt de dienstplicht weer instellen?

Ik: Ja. Het huidige leger is vervreemd van onze samenleving. Dat is wel gebleken bij de parlementaire enquête over Srebrenica en later in Afghanistan en Darfur.

Er gaapt een geweldig gat tussen het leger en de politiek. Het leger is in de war over de verhoudingen, over wie de baas is in Nederland. De legerleiding weigert verantwoording af te leggen en zien iedere vorm van bemoeienis van buiten als een teken van wantrouwen. Dat vind ik zorgelijk.

Van Muiswinkel: Begrijp ik dat u de hele legertop naar huis wil sturen?

Ik: Dat is helemaal niet nodig.

Van Nieuwkerk: Ik hoor je toch net zeggen dat ze daar in de war zijn.

Ik: Maar niet in een mate dat dat niet zou kunnen worden verbeterd.

Uit de enquête is overigens ook gebleken dat de politiek niet helder voor ogen staat wie welke verantwoordelijkheid draagt, daar moet ook het nodige worden verbeterd. Ik voel me bijzonder verantwoordelijk voor de krijgsmacht en zal die verantwoordelijkheid ten volle nemen. Ik heb gemerkt dat militairen buiten onze samenleving staan. Door het invoeren van de dienstplicht voor jongens en meisjes ga ik dat verbeteren. Het is ook goed dat jongens en meisjes op die manier ervaren dat ze deel uit maken van een samenleving, zonder wie ze niet zo goed zouden kunnen bestaan. Gemeenschapszin kan op vele manieren worden bevorderd en dit is er een van.

Van Muiswinkel: U bent in dienst geweest. Ik ook. Ik vond het weggegooide tijd.

Ik: nou ik niet, al zag ik wel hele gekke dingen.

Van Muiswinkel: Nou anders ik wel (gelach) Maar geef daar is wat voorbeelden van.

Ik: Ik weet nog mijn eerste dag. Je komt op, je krijgt een plunjezak en je basisuitrusting, je ondergoed in de maten te groot of veel te groot (gelach)

Smeets kan zich niet beheersen en zegt dat het zijn eerste kennismaking was met boxershorts. Er wordt geen aandacht aan geschonken. Ik ga verder

Nadat we ons allemaal in ons eerste grijs hadden gehesen en we onze laarzen aan hadden getrokken, moesten we ons melden op de Appèlplaats. Tot mijn stomme verbazing waren er jongens die daar naartoe marcheerden.

Van Nieuwkerk: waren daar ook jongens bij die met zo’n Duitse paradepas liepen, met van die stijve hoogopgetrokken benen.

Ik: nee

Van Muiswinkel tegen de anderen: Dat is nog knap moeilijk hoor. (en tegen mij) De Russen liepen er ook zo bij. Henk Vredeling kotste daarop. De Russen waren toch jouw vrienden?

Ik: Nou vrienden is een groot woord, ik voelde en voel me aangetrokken tot het socialistische gedachtegoed. Maar, ik ben het met u eens, die manier van marcheren vind ik ook walgelijk en onbegrijpelijk.

Van Rooijen: ik kan het niet goed uitleggen, maar van uniformen en marcheren word ik altijd hartstikke nat. (enorm gelach)

Nu pas viel me op dat ze de hele tijd met haar rechterknie tegen me aan zat te scheuken. Ik keek eens onder de tafel en zag dat haar rok zo was opgekropen dat ze bijna in haar onderbroek zat. Ik deed er vast verstandig aan om een beetje met de anderen mee te lachen, en deed dat ook, maar dacht bij mezelf, wat ben jij een stompzinnig wijf.

Ik vervolgde nadat iedereen was uitgelachen.

Ja zo wordt iedereen door iets geraakt. (gelach)

Van Nieuwkerk: waar word jij door geraakt. (gelach)

Ik; Ik negeerde dat en ging door.

Goed, die jongens liepen niet met die paradepas, maar wel al rechtop, armen vrij strak langs hun lichaam op en neer en een stevige pas. Niemand had dat gezegd dat wij zo moesten lopen. Ze deden dat uit zichzelf. Ik vond dat eng.

Van Nieuwkerk: Zei je dat dan ook tegen ze?

Ik: Nee, ik zei het tegen Willem Jan, die later een van mijn beste vrienden zou worden. Ik was niet zo’n held.

Van Muiswinkel: Inmiddels wel hè. (gelach)

Ik: Ook hoe jongens reageerden toen we ons wapen kregen. Gelijk in en uit elkaar halen, op elkaar richten, pief, paf, poef zeggen. Ik ben er als de dood van, maar er waren jongens bij die begonnen te stralen.

Smeets: Ik zat in het militaire basketbalteam, dus ik werd geweldig ontzien, ik hoefde bijna nooit mee te doen aan exercitieoefeningen en zo. Maar het nemen van de schietbaan vond ik eigenlijk wel leuk.

Ik: ik was er niet zo goed in, ik lazerde altijd van de boomstammen af.

Van Nieuwkerk: Maar heb jij wel eens iets ceremonieels moeten doen?

Ik: Twee keer. De eerste keer was toen tijdens een oefening in Duitsland een jongen onder een tank was gekomen.

Van Nieuwkerk: Die was dus gelijk morsdood.

Ik: Dat kun je wel zeggen ja. Ik kende die jongen niet, maar het legeronderdeel waar ik bij was, moest drie saluutschoten afvuren. Wij moesten daarop oefenen, dat we dat gelijktijdig deden.

Van Nieuwkerk: Dat is toch niet zo gek, dat je daarop moet oefenen. Anders is het geen gezicht.

Ik: Nee, dat vond ik ook niet gek. Ik vond het gek dat zo’n jongen die door een ongeluk om het leven was gekomen een militaire begrafenis kreeg. Veel sterren en strepen, veel gemarcheer en ik zat dan bij het erepeloton,van een man of acht, dat aan weerskanten van de kist stond. Vlak voordat de kist de grond in ging, moesten wij drie keer vuren. Dat klonk alsof we die jongen rechtstreeks naar God schoten. Iedereen, nou in ieder geval de familie, barstte in tranen uit. Ik kon me net goed houden, maar achteraf heb ik het eigenlijk altijd een valse emotie gevonden, een beetje een Amerikaanse film.

Van Nieuwkerk: en de tweede keer?

Ik: Herr Heinemann, de Bondspresident kwam op staatsbezoek. Dat was voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog dat een Duits staatsman een officieel bezoek bracht aan Nederland dus dat zou gepaard gaan met veel ceremonieel. Nu had Heinemann laten weten niet op militair vertoon gesteld te zijn.

Van Muiswinkel: Dat is voor een Duitser heel bijzonder. (gelach)

Ik: De Luchtmacht kreeg, als onderdeel dat er het minst krijgszuchtig uitzag de opdracht de erewacht te leveren en ik was een van de uitverkorenen.

Van Nieuwkerk: dat bedoel je cynisch of vond je het toen een eer?

Ik: Ik bedoel dat inderdaad cynisch, al moet ik zeggen dat ik het toen wel een bijzondere ervaring vond. Het ging er bij de luchtmacht niet zo krijgszuchtig aan toe, alles was daar gericht op het vliegen, dat moest model en gedisciplineerd, maar hoe je je gedroeg of er bij liep werd minder belangrijk gevonden.

Van Muiswinkel: Dat klinkt mij wel gezond in de oren.

Ik: Dat was het ook. Wij liepen dus meer sjokkend dan marcherend naar het Paleis op de Dam. Je verwachtte eerder een klaproos uit onze UZI dan een kogel. Het was in 1970 dus Amsterdam was antimonarchie en tegen dik doen, en de Amsterdammers konden ons wel waarderen. Ik herinner me kreten als; Kijk eens wat een lekkere jongens en Ik voel me gelijk een stuk veiliger.

Van Muiswinkel: Amsterdammers hebben een mooi gevoel voor humor en moeten ook niets hebben van militair gedoe. Daarom hou ik zo van Amsterdam.

Ik: Wij stonden voor het Paleis en tegenover ons bij het monument stonden jongens van de studentenweerbaarheid, met van die pluimen. Die stonden al strak in het gelid, met de sabel onhandig schuin naar voren.

Van Nieuwkerk: Ben jij daar niet bij geweest Eric? (gelach)

Van Muiswinkel: Nee, het lijkt me eerder iets voor Mart. (gelach)

Smeets: Jongens alsjeblieft.

Ik: Wij stonden er dus een beetje suffig bij, in ieder geval in schril contrast met die studenten. Er klonken saluutschoten, dus hij was op het Centraal Station gearriveerd. Nou dan duurt het heus nog wel even voordat hij op de Dam is, maar in paniek riep onze commandant: ‘Brengt eregroet’. Dan moet je in de houding springen, echt even fier en stevig, zonder dat het hakkenklakken is, en je moet je rechterarm heel merkwaardig voor je borst houden met je hand op het wapen. Je hand hoor je er tegen aan te slaan, zodat het een beetje klinkt en het er ferm uitziet. Nou wij vonden dat dat veel te vroeg was, ga maar eens een half uur in zo’n schizoïde houding staan, dus wij zeiden: te vroeg en deden het niet. Na tien minuten probeerde hij het op nieuw en toen deden we het wel.

Smeets: Dat vonden de Amsterdammers natuurlijk prachtig, zo’n stukje militaire ongehoorzaamheid.

Ik: Ja die lagen in een deuk en gaven veel commentaar dat hij het er niet bij moest laten zitten en zo, maar alles in een heel vriendelijke sfeer, hoor.

Toen kwamen de eerste hoge officieren in grote zwarte auto’s. Nou de ene Duitse officier zag er nog bespottelijker uit dan de ander. Allemaal operettefiguren. Heinemann kon dan niet van militair vertoon houden, dat was kennelijk nog niet tot het Duitse leger doorgedrongen. Ze zagen er allemaal uit als Hermann Goering.

Vervolgens besloot een paard, boven op mijn laarzen te schijten, nou dan begrijpt u dat ik mijn lachen niet kon houden en ik stond dus volkomen voor aap als erewacht.

Van Muiswinkel: Kan zo’n commandant je dan wisselen of zoiets. Zo van ga jij maar in de hoek staan of naar huis.

(alom gelach)

Ik: Vervolgens blies de Koninklijke Militaire Kapel de beide volksliederen en na een half uurtje ging het gezelschap ergens anders naar toe en konden wij inrukken. Allemaal een gevulde koek en een flesje voor de moeite. Ik geloof dat de dirigent voor dat optreden een Duitse onderscheiding heeft gekregen. Ik vroeg me altijd al af waar die lintjes, medailles en andere eretekenen voor staan. Nou die worden dus op die manier vergaard. Ik vond het toen onzin en dat vind ik nog steeds.

Van Nieuwkerk: Nou dat is dan duidelijk. Ik dacht dat ceremonieel vertoon ook de samenwerking verbeterde en het gevoel van saamhorigheid versterkte. Kan dat niet zo zijn.

Ik: misschien zit daar wel wat in. Maar in mijn beleving is het voornamelijk ter meerdere eer en glorie van de machthebbers, het is machtsvertoon. Kijk eens wat wij allemaal in huis hebben. Zo heb ik ‘je maintiendrai’, het motto van de Oranjes, ook altijd zo begrepen dat dat vooral sloeg op dat zij hun eigen positie zullen handhaven in plaats van laat ik zeggen onze democratie.

Van Nieuwkerk: wij wachten je voorstellen met belangstelling af. Ik kan me zo voorstellen dat je op massale tegenstand kunt rekenen. Blijf nog gezellig bij ons.

Ze hadden een geweldige saxofonist, Yuri Honing, die met zijn kwartet ‘Round Midnight’ speelde en daarna was het de beurt aan Heleen van Rooijen. Van Muiswinkel vroeg mij op fluistertoon: ‘Draag je een kogelvrijvest?’ ‘Nee’ antwoordde ik. ‘Lijkt me niet onverstandig er wel een aan te trekken.’ zei hij, gemeend bezorgd. ‘Stel je niet aan’ zei ik. Hij haalde zijn schouders op en zei; ‘Suit yourself.’

De volgende dag zat ik al vroeg in de regeringsfriendship die ons naar Parijs vloog voor een ontmoeting van Europese ministers van Defensie om het voor de zoveelste keer te hebben over een Europees leger. Ik ben daar een groot voorstander van.

Sjoerd begeleidde me, en Hilde en nog een stuk of vijf ambtenaren van mijn departement die naar mij lachen en een stuk of tien militairen, die weer meer naar Sjoerd kijken.

Sjoerd haalde de Telegraaf tevoorschijn. Op de voorpagina in oorlogsletters. EERNISSE MOET WEG. Het Oud Strijders Legioen heeft mijn ontslag geëist.

In de Volkskrant wordt juist heel positief gereageerd op mijn optreden bij De wereld draait door. In de NRC heeft Blokker mij dunnetjes over gedaan en nog een keer op zijn manier uitgelegd wat het belang is van het in de pas lopen. Blokker is de beste, nou, soms Grijs.

We verzamelden voor een fotosessie onder de Arc de Triomphe. Ik kijk vol afgrijzen naar de eeuwige vlam van de onbekende soldaat. Dat is nou precies waar ik van gruwel, dat soort symboliek. Moet die vlam Frankrijk bij elkaar houden?

Ik ging een beetje opzij staan. Het ging toch om Sarkozy die voor de gelegenheid even is komen opdraven om zijn jongen te ondersteunen en voelde een stekende pijn in mijn borst. Ik verloor de macht over mijn benen. Ik hoorde Sjoerd zeggen; Mooi schot.

Ik kroop naar de eeuwige vlam van de onbekende soldaat en doofde hem met mijn lichaam.