Samenleving: Migratiebeleid op maat

Miniwereldjes in wording

Migratiebeleid zal in de toekomst deels lokaal worden vormgegeven, voorspellen deskundigen. De kiemen daarvan zijn in sommige gemeenten al zichtbaar. ‘Wij zijn pragmatischer, we staan dichter bij inwoners en bedrijven.’

Limburg, 24 maart. Vrouwen sorteren asperges bij Verstappen in Leveroy. Door de coronacrisis heeft het bedrijf een tekort aan buitenlandse werknemers © Chris Keulen / HH

De afgelopen weken landden ondanks de coronamaatregelen regelmatig vliegtuigen op Eindhoven Airport, met arbeidsmigranten. ‘Aspergevluchten’ werden ze al snel gedoopt. Het is oogsttijd en aspergeboeren kunnen daarbij niet zonder hun vaste seizoensarbeiders. Na commotie over te volle busjes zette een busbedrijf vier touringcars in die elk hooguit twaalf Roemeense migranten vervoerde naar hun bestemming: een aspergeboer in Horst aan de Maas, in Noord-Limburg.

‘Gisteren kwamen nog eens driehonderd Roemenen in Eindhoven aan’, zegt Ryan Palmen, de vvd-burgemeester van Horst aan de Maas, tijdens een videogesprek. Samen met pvda-wethouder Roy Bouten, die integratie van arbeidsmigranten en nieuwkomers in zijn portefeuille heeft, zit hij in het gemeentehuis aan een grote tafel. Ze hebben voor de speciale gelegenheid een Limburgse vlaai gehaald. ‘Het is heel simpel’, vervolgt Palmen, nadat hij een eerste hap heeft genomen. ‘Wij hebben ze nodig. En niet alleen voor de asperges. We redden het hier niet met alleen Nederlanders.’

Daarom ontwikkelt de Noord-Limburgse gemeente al jaren bewust migratiebeleid. Vier jaar geleden kreeg het project ‘Het belang van arbeidsmigranten’ van Horst aan de Maas om die reden de Ere Polonus, een prijs wegens excellente verdiensten voor de Poolse gemeenschap in Nederland. Het project richtte zich op verantwoorde huisvesting en actieve deelname in de samenleving. ‘Het uitgangspunt was én blijft: we heten de arbeidsmigranten welkom’, zei de toenmalige burgemeester tijdens de uitreiking. ‘We hebben ze immers hard nodig om onze economie draaiende te houden. Nu, maar ook in de toekomst.’

Vanuit Den Haag ontbreekt een heldere visie op migratie in de toekomst. De regering is vooral aan het pappen en nathouden. Het gevolg daarvan is dat er geen keuzes worden gemaakt. Niet over arbeidsmigratie – is bijvoorbeeld het sociale zekerheidsstelsel wel migratiebestendig? – en niet op het gebied van vluchtelingen, waar vooral ‘alle grenzen dicht’ het adagium is. Twee jaar geleden kwam het Adviescollege Vreemdelingenzaken (acvz) met de toekomstverkenning ‘Op weg naar 2030’, waarin het een aantal mogelijke toekomstscenario’s uitwerkte voor een ‘bestendig migratiestelsel’. ‘Een zinvolle en realistische aanpak van migratie is gebaat bij een erkenning daarvan door politici, bestuurders en burgers’, stelde het adviescollege. Want migratie is van alle tijden, dus ook van de toekomst.

De gemeente Horst aan de Maas, waar zestien dorpen onder vallen, richt haar beleid vooral op arbeidsmigranten, hoewel ze ook actief vluchtelingen naar de regio proberen te halen. ‘Ik stond als tiener twintig jaar geleden ook samen met Polen op een rozenveld’, zegt Bouten. Zo’n tien tot vijftien procent van de inwoners komt uit Polen – naast een groeiende aanwezigheid van Roemenen en Bulgaren nog steeds de grootste groep. De wethouder: ‘Hun aanwezigheid doet veel met de levendigheid in de gemeente. Er zijn Poolse supermarkten, Poolse ondernemers en er is zelfs een Poolse discotheek.’ Maar dat niet alleen. ‘De kerk in Meterik is nog open omdat er een Poolse parochie is. In Tienray bestaat de supermarkt nog omdat er arbeidsmigranten in de buurt wonen.’

Het huidige college, dat bestaat uit cda, Essentie, D66, GroenLinks en pvda, gaat daarbij nog een stap verder dan het vorige bestuur: het nieuwste beleidsplan richt zich op de zogenaamde longstay-arbeidsmigranten. Het uitgangspunt: de seizoensmigrant moet worden verleid te blijven. ‘Die gaat een van onze reguliere inwoners worden’, zegt wethouder Bouten. In de gemeente staan ruim vijfduizend vacatures open, meer dan het aantal mensen dat in de WW zit. Voor de toekomst zijn de prognoses dat de behoefte aan arbeidsmigranten alleen maar zal toenemen, zo bleek ook uit de quickscan die de gemeente liet uitvoeren.

De burgemeester en wethouder sommen op: bij Greenport Venlo zitten grote logistieke bedrijven in een groeiende sector, de verbinding van Rotterdam naar het Ruhrgebied is in ontwikkeling, er is hier een sterke agrarische sector – zacht fruit als blauwe bes en aardbei, asperges en boomteelt – en er zijn aanverwante agrotechnische bedrijven, de technische maakindustrie. Kortom: veel handwerk waar nog veel groei in zit. Ondertussen neemt de beroepsbevolking de komende tien jaar af.

De wethouder: ‘In Limburg is veel vergrijzing en de krimp zit er ook hier aan te komen.’

De burgemeester: ‘Je kunt het ontkennen, of je kunt met migranten in gesprek gaan om het makkelijker te maken. Wij kiezen voor het laatste. We willen een actieve rol gaan spelen. Bij long stay denken we niet: die mensen vinden hun eigen weg wel. We willen ze helpen door goede voorlichting te geven over alle mogelijkheden in Nederland. We kijken niet weg als er problemen zijn, maar de basis is: we zien het als kans. Economisch en sociaal.’

Dat betekent gericht beleid en dat doet Horst aan de Maas met een simpel stappenplan: ten eerste zorgen dat de huisvesting op orde is. Er worden meer sociale huurwoningen gebouwd – ‘deze groep migranten kan geen huis in een villawijk kopen’ – verspreid over de gemeente. En dan: sociale integratie. De gemeente biedt taalcursussen aan en ontwikkelde participatiecirkels – arbeidsmigranten en Nederlanders helpen elkaar met ‘dagelijkse maatschappelijke uitdagingen’. Als kers op de taart mag iedere arbeidsmigrant die zich in de gemeente vestigt een ‘talentscan’ doen. Het college wil mensen de kans geven om zich verder te ontwikkelen. Voor de toekomst zullen ook op andere terreinen arbeidskrachten nodig zijn.

Burgemeester Palmen: ‘Over tien jaar hebben we bijvoorbeeld veel zorgmedewerkers nodig.’

Iedere arbeidsmigrant die zich in de gemeente vestigt mag een ‘talentscan’ doen

Wethouder Bouten: ‘Dus waarom zouden we geen opleidingen aanbieden? De man kan lassen, de vrouw kan in de zorg – sorry voor het rolbevestigende voorbeeld – en als daarvoor extra papieren nodig zijn en een cursus Nederlands, zijn wij graag bereid om daarvoor ons best te doen.’

En dan is er nog het ‘Project Twijfelaars’. ‘We willen mensen die hier al een paar seizoenen komen en soms een jaar blijven verleiden om zich hier te vestigen’, zegt Bouten. ‘Er is hier een rijk verenigingsleven, er zijn scholen, voetbalclubs.’

Burgemeester Palmen: ‘Je moet een open en eerlijk verhaal vertellen. Problemen zijn er, maar de oplossing is niet dat constant te roepen, de oplossing is het met elkaar te regelen. We zijn een dorp. Wij doen wat goed is voor de mensen, ongeacht waar ze vandaan komen. Iedereen die zich hier vestigt, krijgt persoonlijk van de dorpsraad of het wijkcomité een welkomstpakketje overhandigd.’

Gemeenten zoals Horst aan de Maas gaan een voortrekkersrol spelen bij internationale vraagstukken zoals migratie, voorspelt Barbara Oomen, hoogleraar sociologie van de mensenrechten aan het University College Roosevelt (Universiteit Utrecht), telefonisch vanuit Middelburg. Deze trend zal volgens haar in de toekomst alleen maar groter worden. ‘Je ziet op lokaal niveau eigenzinnig beleid.’

Niet alleen op het gebied van arbeidsmigratie, ook als het gaat om vluchtelingen en asielbeleid nemen gemeenten steeds meer eigen initiatief. Zoals Berlijn: vanuit daar wordt op dit moment een luchtbrug gecreëerd om mensen uit het vluchtelingenkamp Moria op Lesbos te halen. ‘In Duitsland is vanuit gemeenten een grote beweging aan het ontstaan om vluchtelingen uit Griekenland op te halen’, zegt Sara Miellet, promovenda bij het Europese onderzoeksproject Cities of Refuge, waarvan Oomen projectleider is. Zo is er het Duitse verbond Städte Sicherer Häfen, een alliantie die in 2019 begon met dertien steden en nu al bestaat uit 51 gemeenten. De alliantie wil niet alleen symbolische solidariteitsverklaringen, maar werkt ook aan concrete voorstellen zoals wetswijzigingen om direct zelf vluchtelingen op te kunnen nemen.

‘In Duitsland is een grotere betrokkenheid op het gebied van opvang van aus Seenot gerettete Schutzsuchende’, zegt Miellet. ‘Maar zolang er geen oplossing komt voor het falende Europese asielsysteem en er niet wordt gewerkt aan legale migratieroutes, denk ik dat dit ook in Nederland verder zal toenemen.’ Er zijn ook al twintig Nederlandse steden die na een oproep van hulporganisaties minderjarigen uit Lesbos op willen nemen, waaronder Leiden, Amsterdam, Zwolle, Nijmegen en Groningen.

‘Humanitaire olifantenpaden’, noemt Barbara Oomen dat; de mogelijkheid voor vluchtelingen om direct toegang te krijgen tot een veilige plaats van aankomst. Nog een voorbeeld: in Italië sloot de gemeenschap Sant’Egidio een overeenkomst met de regering en liet ruim tweeduizend vluchtelingen uit Lesbos direct overkomen. Oomen ziet transnationale netwerken ontstaan. In Europa zijn er 35 stedennetwerken op het gebied van vluchtelingen. Cities of Refuge is daarvan een voorbeeld. ‘Think global, act local’, zegt Oomen. ‘Het nationale niveau wordt overgeslagen.’

‘Veel natiestaten worden steeds conservatiever’, constateert ze. ‘Ze blijven achter ten opzichte van lokale overheden. Ze volharden in het idee dat ze de grenzen kunnen dichtgooien. Feitelijk kunnen ze de grote vraagstukken van onze tijd, zoals klimaatverandering en migratie, niet goed aan.’

Omdat het beleid van de nationale overheid – het dichtgooien van de grenzen – niet overeenkomt met de realiteit, bedenken lokale overheden steeds vaker eigen oplossingen. Oomen wijst ook op de bed-bad-en-broodvoorzieningen die gemeenten ondanks het verbod uit Den Haag toch openhielden. ‘Deels is dat een kwestie van openbare orde, maar dat gebeurde ook vanuit principiële redenen’, aldus hoogleraar Oomen. Kijk ook naar de discussie over het kinderpardon, zegt ze, waarbij vvd-bestuurders afweken van de nationale partijlijn.

Lokale overheden zullen zo steeds meer de vormgevers van het vreemdelingenbeleid en zelfs van het vreemdelingenrecht worden, denkt Oomen. Het is positief, maar ze ziet ook het gevaar; de centrale overheid is belangrijk voor gelijkheid en rechtszekerheid. ‘Als je alles neerlegt bij gemeenten, vergroot dat rechtsongelijkheid én de kloof tussen stad en platteland.’ Sinds de decentralisatie is het hele sociale domein al meer naar lokale overheden verschoven. Ook de zorg voor statushouders. Het is nu al heel verschillend in welke gemeente je als vluchteling terechtkomt. Steden als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht zijn voorlopers. ‘Die hebben de middelen om meer te doen en de politieke kracht om een vuist te maken tegen de Rijksoverheid. In Noord-Beveland heeft één ambtenaar drie portefeuilles onder zich.’

De natiestaat moet dus wel ‘aan boord blijven’, vindt Oomen. Tegelijkertijd zullen er onherroepelijk lokaal veel nieuwe ontwikkelingen ontstaan. Ook op het gebied van arbeidsmigratie. Lokale overheden die vanuit een economisch belang denken, zoals Horst aan de Maas, zouden bijvoorbeeld de mogelijkheid kunnen krijgen om samen met het bedrijfsleven migranten uit te nodigen en op te leiden. ‘Al dan niet via een systeem van circulaire migratie en contacten met het thuisland, bijvoorbeeld’, zegt Oomen. Ze vindt het een reëel toekomstscenario. ‘Over twintig jaar zijn lokale overheden miniwereldjes wat betreft diversiteit en oplossingen.’

Als het aan burgemeester Palmen ligt, mag de regering zich meer op dit soort ontwikkelingen focussen. ‘Niet zo politiseren als het om buitenlanders gaat. Wij moeten lokaal problemen oplossen en dat kunnen we. Wij zijn pragmatischer, we staan dichter bij inwoners en bedrijven. Maar dan hebben we ook hulp en ruimte nodig vanuit Den Haag, geen gepolariseerd debat.’