Minnaarschap en liefde

Minnaars zonder liefde

De beroemdste roman van Marguerite Duras, De minnaar, is heruitgegeven. Duras’ uiteindelijke doel was ‘de geheimzinnige dood te sterven van minnaars zonder liefde’.

Toen Marguerite Duras (1914-1996) door de Franse journaliste Laure Adler werd benaderd voor een biografie reageerde ze afhoudend. De gedachte dat iemand anders dan zijzelf over haar schrijven zou, stond haar tegen. Niet vreemd, wanneer je bedenkt dat iemand anders jouw levenswerk – dát te begrijpen wat onbegrijpelijk is en vervolgens op te schrijven in een taal zonder woorden, werk dat nooit af is en nooit af zal zijn – in één boek wil proberen te vatten. Toch zegde ze toe en als beloning werd ze zogenaamd ontmaskerd door haar biografe. Duras was tijdens de oorlog minder heldhaftig dan gedacht, ze was ziekelijk jaloers en zwaar aan de drank bovendien.

Probleem met een schrijversbiografie is dat het object niet alleen feiten maar ook werk nalaat. Een geschreven leven waarin lijnen zijn te ontdekken die raken aan lijnen uit het geleefde leven. Duras’ werk staat erom bekend dat het haar leven mystificeert; in haar romans en verhalen komen de ervaringen uit haar jeugd op steeds weer een andere manier terug. Haar moeilijke jeugd in Frans-Indochina en haar relatie met een oudere Chinese man zijn onderwerp voor Un barrage contre le Pacifique (1950) en L’amant (1984). Haar verzetsverleden en het verblijf van haar echtgenoot in Dachau worden beschreven in Le douleur (1985). Deze mystificatie maakt het ingewikkeld wanneer je op zoek bent naar dat ene verhaal. Doe je dat niet, dan geeft dat mysterie juist diepte en reliëf.

In het leven en werk van Duras licht één lijn van begin tot eind fel op, en dat is de liefde, of de onmogelijkheid daarvan. Duras had de liefde lief met een overgave die iets tragisch en tegelijkertijd onoverwinnelijks had.

Marguerite Duras, geboren als Marguerite Donnadieu, groeide op in de Franse kolonie Indochina, samen met haar moeder en twee broers. Haar vader was gestorven na een ziekbed in Frankrijk. Dit gezin is een bron van de pijn die in de meeste van haar teksten opdoemt. In de biografie wordt Duras geciteerd: ‘Plotseling weet ik niet meer wat ik in de verhalen over mijn kinderjaren die ik in mijn boeken heb verteld, vermeden heb te zeggen, wat ik gezegd heb, ik geloof dat ik heb gezegd hoe we van onze moeder hielden, maar ik weet niet of ik heb gezegd hoe we haar ook haatten en hoe we van elkaar hielden, en elkaar haatten ook, gruwelijk haatten (…)’ Haar moeder wordt beschreven als een wrede en bij vlagen tirannieke vrouw. De oudste broer was knettergek. Beiden vierden hun woede bot op de jonge Marguerite, in taal en in vuistslagen. Het jongere broertje was haar enige bondgenoot. Hij en Marguerite wijdden elkaar in in de liefde – later schrijft ze de roman Agatha, die gaat over incestueuze liefde, een vorm van liefde die ze als een van de volmaaktste beschouwde. Toen Marguerite hoorde dat haar jongste broer gestorven was, sloeg ze dagen letterlijk met haar hoofd tegen de muur. In de lezing van biografe Adler bleef Marguerite haar hele leven op zoek naar haar broer. Haar minnaars, degenen die ertoe doen, waren broers, schrijft Adler.

In De minnaar, de roman waarmee ze wereldberoemd werd en die onlangs opnieuw werd uitgegeven, schreef Duras over haar eerste minnaar. Het meisje is vijftien wanneer ze hem ontmoet, een oudere Chinese man. De man kijkt, zij wordt bekeken. Zij weet dan al dat de begeerte in de eerste blik besloten ligt. Vrouwen maken volgens haar de vergissing te denken dat ze begeerte zouden moeten opwekken. ‘De begeerte lag in de vrouw die haar opwekte of anders was er geen begeerte.’ Het meisje leert de kracht van haar kwetsbare vrouwenlichaam kennen. Een lichaam dat nog niet eens helemaal kind-af is, maar dat nu, door de ogen van deze man, verandert in een wapen.

De verhouding is niet alleen een spel dat ze eigenlijk niet spelen mag, maar ook uit noodzaak geboren. Hij is rijk en het gezin van het meisje in De minnaar is arm. De verslaving aan het verboden genot gaat echter de hoofdrol spelen. De minnaar voorspelt dat ze verliefd zal worden op de liefde, dat ze hem en alle mannen die na hem komen ontrouw zal zijn. Deze woorden maken het jonge meisje diepgelukkig. Dat zegt ze hem waarop hij haar tot haar grote genot ruw neemt.

De kluwen van begeerte, verlangen, geilheid, macht en afhankelijkheid waarin het meisje in De minnaar verstrikt raakt, kenmerkt Duras’ bewogen liefdesleven. In het schrijven, een niet-aflatende poging te begrijpen wat zich in haar afspeelt, doemt steeds weer die onmogelijkheid op te duiden wat het betekent, liefde. Er zit een kloof tussen binnen- en buitenwereld, tussen het doorvoelen van een gebeurtenis en deze van een afstand waarnemen en analyseren. Het meisje in De minnaar lijkt soms boven zichzelf uit te stijgen en wordt zo waarnemer in plaats van deelnemer. De grillige perspectiefwisselingen in de roman, van eerste naar tweede persoon, versterken deze schizofrene manier van waarnemen, voelen en uiteindelijk leven.

Een essentieel onderdeel van deze eerste liefde was dat het Marguerite de kans gaf om uit de verstikking van het gezin te ontsnappen en te ontkomen aan de haat-liefde die ze voor haar moeder voelde. Dat is de rol van minnaars, schreef Duras: het zijn de eerste vertrouwelingen buiten het gezin.

In De minnaar droomt het meisje ervan haar vriendin, Hélène Lagonelle, samen met haar minnaar te zien zodat het genot haar via een ander lichaam zou bereiken, waarmee het onuitwisbaar zou zijn. ‘Om aan dood te gaan.’ Ook in de roman De vervoering van Lol V. Stein speelt deze verwisseling een sleutelrol. Een jonge vrouw herleeft het traumatische moment dat ze wordt verlaten door haar grote liefde. Ze creëert een nieuwe liefde en ensceneert een ontmoeting tussen hem en zijn minnares. Vanuit een korenveld aanschouwt ze de twee naakte minnaars in een verlicht venster. Ze dwingt de man van de andere vrouw te houden. De man doet wat ze wil, en heeft de andere vrouw lief zo veel hij kan.

Lol vertelt hem over de avond van het bal waarop haar geliefde danste met een andere vrouw en haar vervolgens verliet. Vanaf dat moment hield ze niet meer van hem, zegt ze. ‘De een neemt de plaats van de ander in.’ Dit vervreemdende effect van de willekeur – als het een ander kan zijn, wie ben ik dan – stelt de liefde in een ongemakkelijk licht.

Een opvallende omkering is dat Duras in haar leven deel uitmaakte van een driehoeksverhouding waarin zij de enige vrouw was. Ze trouwde Robert Antelme, die na de oorlog in Dachau wordt teruggevonden, en werd verliefd op Dionys Mascolo. De liefde was wederzijds, al vond Dionys haar aanvankelijk erg opdringerig. ‘Ze wilde dat ik haar voortdurend zei dat ik van haar hield, maar in die tijd gebruikte ik die woorden niet.’ Tussen Robert en Dionys ontstond een intense vriendschap. De liefde tussen Marguerite en Dionys werd serieus en hij werd haar enige minnaar. Duras bleef bij Robert, maar verlangde naar Dionys. Deze zal later over haar zeggen: ‘Marguerite heeft me geleerd dat de lichamelijke liefde een kunst is, dat er geen ernstiger en tragischer leerschool is.’

Duras maakte gebruik van de zogenoemde écriture de silence waarbij ze, aanvankelijk beïnvloed door Hemingway, schreef door niet te schrijven. Haar zinnen zijn kort, associatief en schijnbaar onlogisch. Ze worden net zoveel gevormd door dat wat er níet als dat wat er wél staat. Lees haar argeloos, en je raakt langzaam onder invloed van al die zinnen die net niet lijken te kloppen. Stiltes zijn te lang, mensen kunnen gedachten lezen of weten iets wat je als lezer niet weet. Dat maakt van het lezen van de dialogen een ongemakkelijke, maar ook een prikkelende ervaring.

In de roman Moderato cantabile ontmoeten een man, een arbeider en een vrouw, echtgenote van een directeur, elkaar in een café waar een paar dagen eerder een moord is gepleegd. Een man vermoordde zijn geliefde, en dat fascineert de directeursvrouw mateloos. Hij wil over háár praten, zij over de moord. Zoals in veel van Duras’ werk is het verlangen onuitgesproken maar aanwezig. Het meest intens echter is de angst die haar schrijven oproept. Die onbenoembare angst is in haar verhalen sluimerend aanwezig. Zoals in de scène in Moderato cantabile waarin de arbeider tegen de directeursvrouw praat. Hij weet veel over haar, of doet alsof, het is alsof hij haar bespioneerd heeft. Zij gaat voorbij aan die gedachte en laat zich meevoeren door zijn verhaal over haar. Hij zegt: ‘Als zomers de ligusters huilen dan sluit u uw raam om ze niet meer te horen en u bent naakt omdat het zo warm is.’ De vrouw smeekt om meer wijn: ‘Ik wil nog wat wijn (…) altijd wil ik wijn.’ Het is melodrama, bijna te veel. Toch stoort het niet, omdat het in al zijn absurdheid iets teweegbrengt. Omdat het resultaat inderdaad een onbestemd, angstig levensgevoel is en je het gevoel krijgt dat er iets aan de hand is, dat het niet goed is, dat het verdriet overal is, onzichtbaar zodat het je overvalt.

Moderato cantabile is te lezen als Duras’ geconcentreerde en ingedikte visie op de liefde en haar beperkingen – zowel in taal als in verbeelding. Je zou je voor kunnen stellen dat dit een residu is van het steeds maar herhalen van het verhaal over de liefde waarmee ze in De minnaar begint. De vrouw en man in Moderato cantabile zien elkaar gedurende een week elke dag. Ze praten over de mogelijke achtergronden van de moord. Hun samenzijn eindigt in een krachteloze kus. De spanning die hen samenhield, lag in de fantasie over de crime passionnel en de krachtige maar onhoudbare liefde die zij daarachter vermoeden. Het is de ultieme eenzaamheid: een vrouw, wakker geschud uit haar gesedeerde bestaan door een daad van vernietiging, probeert via een onbekende man uit de slaapwandeling die haar leven is te ontsnappen. De man probeert aan zijn eenzaamheid te ontkomen door zich het leven van de vrouw voor te stellen. Hij kan met haar praten door óver haar te praten. Maar ze komen niet tot elkaar, in de kus blijven hun lippen op elkaar rusten – een dood ritueel, schreef Duras. Ook hier de verwisseling: het zijn een ander leven, een andere vrouw en een andere liefde die de directeursvrouw in beroering brengen.

Net als in De minnaar en De vervoering van Lol V. Stein staat iets de beleving van liefde, van de ander, in de weg. Uit de romans spreekt een wanhoop die voortvloeit uit het onvermogen te komen tot een wezenlijke kern. Er lijkt iets dood. Misschien hangt dit samen met Duras’ streven de liefde voor haar moeder uit te doven, zoals ze in De minnaar schreef. En was haar uiteindelijke doel om via de lust en de begeerte iets te voelen dat dicht in de buurt van de liefde kwam. Om, zoals ze schrijft in De minnaar, ‘de geheimzinnige dood te sterven van minnaars zonder liefde’.

Marguerite Duras, De minnaar. Uit het Frans (L’Amant) vertaald door Marianne Kaas. Meulenhoff, 144 blz., € 15,90

Laure Adler, Marguerite Duras: Biografie. Uit het Frans vertaald door Théo Buckinx. De Geus, 640 blz., € 15,-; het andere genoemde werk van Duras is (vertaald) antiquarisch verkrijgbaar