Minnovatie in Nederland

Iedere politicus weet het: er is weinig gunstiger voor de eigen populariteit dan de daden van je voorganger veroordelen. Afgelopen week was het innovatiebeleid van de kabinetten-Balkenende aan de beurt.

Tijdens zijn eerste werkbezoek (locatie: Den Bosch) beloofde premier Rutte een nieuwe dageraad in subsidieland. Niet langer zal het geld om innovatieve bedrijven te steunen worden uitgedeeld als ‘strooigoed’. Voortaan kan alleen nog een beperkt aantal topsectoren op overheidssteun rekenen. Daarbij zullen vaak nodeloos ingewikkelde aanvraagprocedures worden versimpeld. Eerder trok het kabinet de stekker uit het innovatieplatform, Balkenende’s haperende motor van de Nederlandse kenniseconomie.

Terwijl Rutte de Brabantse ondernemers toesprak, verdedigde Maxime Verhagen ten overstaan van de Tweede Kamer het nieuwe innovatiebeleid. Hij had een overeenkomstige boodschap: er komt een einde aan de lappendeken van subsidie-uitdelers en -ontvangers. De woorden van premier en vice-premier klinken bijzonder verstandig. Stroperige bureaucratie moet vloeiender gaan lopen en Nederland gaat vooral doen waar het goed in is. Al moet worden gezegd dat dit kunstje vaker is vertoond. Ook het laatste kabinet-Balkenende wees - bij monde van het verketterde innovatieplatform - economische sleutelgebieden aan.

Gloort hier hoop voor Nederland als innovatieland? Helaas. ‘Concentreren op topgebieden’ is Rutte-Verhagen-Newspeak voor ‘minder geld aan innovatie besteden’. Komend jaar schrapt het kabinet zestig miljoen aan onderzoekssubsidies, oplopend naar 550 miljoen in 2015. Ook de aardgasbaten, waarvan een deel traditioneel was bestemd om de economie te wapenen tegen het opraken van het gas, zullen het onderzoek niet langer ten gunste komen. Voortaan gaan ze naar de aflossing van de staatsschuld. In totaal komt dit neer op bijna één miljard minder ondersteuning van de kenniseconomie.

Op deze manier verliest de ‘I’ van Verhagens nieuwe superministerie Economie, Landbouw en Innovatie aan betekenis. Een minister van zowel ‘E’ als ‘I’ moet niet alleen topgebieden aanwijzen, maar ze ook de kans geven om uit te groeien tot steunpilaar van de Nederlandse economie. Onderzoek naar watermanagement, voedseltechnologie en tuinbouw wordt niet beter door onderzoek naar duurzame energie af te knijpen, om een van de slachtoffers van de bezuinigingslogica te noemen. Bovendien lijden de plannen onder economische tunnelvisie. Het kabinet behandelt onderzoekssubsidies als kostenpost in plaats van als investering in economische groei. Een kleinere staatsschuld en een kloppend huishoudboekje van de overheid zullen op zichzelf weinig uithalen om groei te herwinnen.

Tijdens zijn werkbezoek deed Rutte de geruststellende mededeling dat Nederland nog steeds aan de Europese top staat als het gaat om publieke investeringen in de kenniseconomie. Voorlopig is dat waar. Maar de begroting waarover collega Verhagen in de Kamer debatteerde, laat zien dat de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling sinds 2004 jaar op jaar zijn gedaald. Door bijna één miljard te bezuinigen op innovatie zet het kabinet deze verschraling door. Als Rutte écht afstand wil nemen van zijn voorganger moet hij de budgetten voor onderzoek flink verhogen.