Bijna een kwart van de ruim vierhonderd musea in ons land verwachtten, zonder aanvullende steun, het einde van het jaar niet te redden, zo bleek uit een enquête van de Museumvereniging onder haar leden tijdens de eerste lockdown. Meer dan ooit had de cultuursector afgelopen jaar een pleitbezorger nodig, en dat werd Mirjam Moll. Als directeur van de Museumvereniging en Stichting Museumkaart en als lid van de Taskforce culturele en creatieve sector, het adviesorgaan voor de minister van ocw, zat Moll er bovenop: van steunpakketten en protocollen tot aan de benodigde bestickering voor bij instellingen op de vloer.

Moll kweekte draagvlak voor cultuur bij de politiek en benadrukte het gemis van kunst bij het publiek. In interviews liet zij zich kennen als warm en hoffelijk, maar ook als scherp en standvastig. Dankbaar voor de financiële steun die uiteindelijk geboden werd, maar kritisch op de verdeling, bijvoorbeeld toen bleek dat een deel van de sector tussen wal en schip viel. Keer op keer kreeg ze de vraag voorgeschoteld: als de kleine musea omvallen, is dat eigenlijk zo erg? Ze wist steeds te antwoorden vanuit een kalme overtuiging, sprak over kunst als ‘ons échte goud’, de slogan die zij had bedacht voor de Nationale Museumweek.

Irene Asscher-Vonk, voorzitter van het bestuur van de Museumvereniging, roemt haar persoonlijke inzet en haar vermogen om mensen te raken. ‘De grote erkenning die haar nu ten deel valt, spiegelt haar eigen betrokkenheid: altijd aan het werk om de belangen van de musea te verdedigen.’ Ze noemt haar bevlogen werk voor de Museumkids Awards voor de meest kindvriendelijke musea van het land en voor de Museumkaart, het vlaggenschip van de vereniging. Volgens haar heeft ze van het zware coronajaar ook genoten.

Asscher-Vonk: ‘Ze was een spin in het web, ze deed waar ze hartstikke goed in was en dat loonde: ze heeft er dag en nacht achterna gehold maar er kwám ook steun. Dat haar dat lukte, kwam door het krediet dat ze bij iedereen had, van de minister tot de portier van het ministerie en van de museumdirecteur tot de bezoeker. Ze kreeg dingen voor elkaar omdat ze intrinsiek met de belangen bezig was.’

Moll studeerde rechten in Leiden en was werkzaam als adviseur voordat ze in 1999 in de kunst terechtkwam, eerst als plaatsvervangend directeur bij het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten. In 2010 begon ze bij de Museumvereniging en in 2019 werd ze directeur. Daarnaast was Moll bestuurslid bij MKB-Nederland en bij het Meldpunt voor ongewenste omgangsvormen in de culturele sector en creatieve industrie (mores).

‘Moll had de cijfers goed op orde én ze was een heel warm mens. Een diepe buiging voor haar’

Ook had ze zes jaar lang zitting in het bestuur van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, waar ze mede sprak vanuit haar Indische achtergrond. Voorzitter Gerdi Verbeet noemt haar een ‘buitengewoon plezierig mens met uitgesproken opvattingen’. Verbeet: ‘Mirjam bracht onder meer naar voren hoe ze vond dat we moesten omgaan met een thema als de oorlog in Zuidoost-Azië, het toenmalige Nederlands-Indië, zowel in de herdenking op de Dam als in de activiteiten in de Nieuwe Kerk. Ze wist hoe belangrijk het voor haar eigen achterban was, voor hun verwerking van de geschiedenis, dat ook nieuwe generaties weten wat zij hebben doorgemaakt.’

Regelmatig wordt in de Nieuwe Kerk het Indisch Onze Vader gezongen en dat is aan Moll toe te schrijven.

Verbeet herinnert zich haar humor en oprechte belangstelling. ‘Ik heb zelden zo’n netwerker pur sang gezien als zij, in de goede zin van het woord, iemand die voortdurend probeerde knoopjes te leggen tussen organisaties. Niet omdat ze zelf met een strik vooraan wilde staan, maar vanuit het idee dat erfgoed doorgegeven moet worden zodat nieuwe generaties daarvan kunnen leren en om recht te doen aan de diversiteit.’

Na haar plotselinge overlijden regent het dankbetuigingen, onder meer van zo’n beetje alle musea uit het land. Moll stond altijd ‘aan’, vertelt Minke Schat, directeur van Museum Panorama Mesdag, en stond open voor álle musea. In coronatijd werd het contact met haar intensief, bijvoorbeeld na elke persconferentie. Schat: ‘Rutte was bij wijze van spreken nog niet uit beeld of de museumdirecteuren hadden al een e-mail van haar. “Houd moed”, was de boodschap, met een samenvatting van wat er was gezegd en wat dat precies voor ons betekende. Ze gaf tips and tricks, zette alles nog eens op een rij en wees op de mogelijkheden voor bestaande en nieuwe vormen van financiering, compleet met voorbeeldbrieven die we bijvoorbeeld aan de wethouder van onze gemeente konden sturen. Ze dacht continu met ons mee.’

Schat noemt Moll, zeker voor de kleinere musea, een ‘rots in de branding’. ‘Ze heeft de stem van iedereen duidelijk naar buiten gebracht. Ze had de cijfers goed op orde én ze was een heel warm mens. Een diepe buiging voor haar.’

De culturele instellingen in ons land waren volgens Moll klaar om veilig en verantwoord publiek te ontvangen, maar de heropening laat vooralsnog op zich wachten. Momenteel doet de petitie ‘Open de musea en presentatie-instellingen’ de ronde. Ruim vijftienduizend handtekeningen zijn gezet, die van Mirjam Moll was een van de eerste.