Essay: de Spaanse burgeroorlog en de Komintern

Misbruikt idealisme

Op 18 juli is het zeventig jaar geleden dat de Spaanse burgeroorlog uitbrak. Het is nog altijd een van de meest mythische oorlogen van de twintigste eeuw. De tragiek schuilt niet alleen in de één miljoen doden of de 36 jaar durende dictatuur van Franco daarna, maar ook in het misbruik van het idealisme van de buitenlandse vrijwilligers, zoals de Hollander Krijn Breur

Met tienduizenden kwamen ze naar Spanje om te vechten tegen de nationalistische troepen van Franco en diens Duitse en Italiaanse handlangers. Duizenden vonden er de dood of raakten voor hun leven verminkt bij de verdediging van de Republiek, waar sinds februari 1936 een linkse regering aan de macht was. In veel Europese landen waren fascistische of ultranationalistische krachten in opmars of hadden zelfs al de macht veroverd. De vrijwilligers die naar Spanje trokken, wilden een dam opwerpen tegen het internationale fascisme. Samen met Spaanse militairen, arbeiders en boeren vochten ze onder de door het communistische parlementslid Dolores Ibárruri, ofwel La Pasionaria, gemunte slogan No pasarán! – ze komen er niet door!

Hoewel in elk gewapend conflict avonturiers en dubieuze types opduiken, kan aan het idealisme, de opofferingsgezindheid, de moed en de onbaatzuchtigheid van de meeste van deze buitenlandse vrijwilligers niet getwijfeld worden. Het is dan ook geen wonder dat hun heroïsche maar vergeefse strijd mythische proporties heeft aangenomen. De Spaanse burgeroorlog van 1936-1939 geldt immers nog altijd als een van de weinige oorlogen waar de good guys en de bad guys heel gemakkelijk uit elkaar te halen waren.

Zoals altijd zit ook hier de werkelijkheid iets ingewikkelder en minder fraai in elkaar. De tragiek van de Spaanse burgeroorlog schuilt niet alleen in de één miljoen doden of de 36 jaar durende dictatuur van Franco die erop volgde, maar minstens evenzeer in de monsterlijke wijze waarop het idealisme van de meeste buitenlandse én Spaanse vrijwilligers is misbruikt. Onmiddellijk na het uitbreken van de oorlog trokken tal van vrijwilligers spontaan naar Spanje. De volledig door Moskou gedomineerde Komintern (de Communistische Internationale waarbij alle communistische partijen waren aangesloten) besloot in de herfst van 1936 deze vrijwilligers te organiseren in de zogenoemde Internationale Brigades. In totaal zouden zo’n 32.000 «Interbrigadisten» in Spanje vechten, naast ongeveer vijfduizend buitenlanders die opgenomen werden in andere milities, zoals die van de anarchisten of van de Partido Obrero de Unificación Marxista (poum). Ook zouden rond tienduizend non-combattanten – vooral veel artsen, verpleegsters en technici – de Republiek te hulp schieten.

De Internationale Brigades bestonden in meerderheid uit leden of sympathisanten van communistische partijen. Dat gold ook voor de tussen de zes- en achthonderd Nederlandse vrijwilligers. De Nederlandse sociaal-democratische partij (sdap) steunde tot in 1938 de zogeheten non-interventiepolitiek (zie kader) en riep haar leden dan ook niet op naar Spanje te gaan. Niettemin hebben enkele sociaal-democraten zich gemeld als vrijwilliger. Een van hen was de in 1917 geboren Krijn Breur, die daarvoor actief was geweest in de Arbeiders Jeugd Centrale (ajc) en die voor hij naar Spanje vertrok eerst zijn dienstplicht vervulde en een officiersopleiding volgde. In het lustrumnummer van De Wiekslag, het maandblad van de Rode Valken, had hij in 1935 tal van bevlogen teksten geschreven, zoals: «Het licht van ons vuur straalde uit in de duistere nacht van de tijd, en wij waren de wakers en voeders der vlammen, ons koesterend aan hun warmte en licht. Wij kenden onze taak en wij hebben het ondanks alles brandende gehouden.»

Voor Krijn Breur waren het geen loze kreten. Toen hij een kaart zag met een gewonde soldaat, die in het Catalaans vraagt: «En jij, wat heb jij gedaan voor de overwinning?» voelde hij zich persoonlijk aangesproken. Hij schreef een gedicht, waarin hij achtervolgd werd door het «doodsgrauwe» gezicht van de gewonde strijder, en dat eindigde met:

O, God! Verlos me van die helse waan

Geef zijn geweer aan mij. Laat me toch gaan!

Hij deed wat hem zijn plicht gebood.

’t Is ook mijn plicht. Ik moet. Nog uit zijn dood

Klinkt overal zijn stem mij na:

Y tú? Que has fet per la victoria?

***

In juli 1937 arriveerde Breur aan het Spaanse front, waar hij al spoedig gewond raakte en daarna werd opgenomen in de Hollandse eenheid van Piet Laros, een grondwerker en voormalige anarchist die enkele jaren daarvoor communist was geworden. Laros werd bekend als «kapitein Hollander Piet» en voerde het bevel over de compagnie De Zeven Provinciën, die deel uitmaakte van de aanvankelijk vooral uit Duitsers bestaande Elfde Brigade. Omdat hij belezen was, vlot sprak en schreef, werd Breur al spoedig «politiek commissaris» van de compagnie, wat betekende dat hij onder meer politieke scholing moest geven. Dit was opmerkelijk, omdat deze taak meestal aan communisten werd toevertrouwd. Deze scholing was onder meer bedoeld om het moreel van de troepen hoog te houden, om hen eraan te herinneren waarvoor ze vochten.

Ook aan het thuisfront maakte Breur duidelijk waar het om ging. In een brief aan zijn zuster Tini, die nogal afwijzend en sceptisch had gereageerd op zijn vertrek naar Spanje, herinnert hij haar aan het lidmaatschap van de socialistische jeugdbeweging. «Je was Rode Valk toen in Duitsland de partij van Hitler won en hij zijn tegenstanders liet vermoorden en gevangen zetten door zijn gewapende benden. Je was Rode Valk toen in februari 1934 in Wenen de arbeiders zich verzetten tegen het Oostenrijkse Fascisme en de strijd verloren. In onze Rode Nederzetting hebben we toen gesproken over deze gebeurtenissen, we hebben de vlaggen van onze Oostenrijkse vrienden gegroet en beloofd ze te bewaren tot Wenen weer rood zou zijn. (…) Een van de belangrijkste dingen die wij in het Rode Valkenwerk konden leren was; dat de mensen elkaar nodig hebben als ze iets goeds willen maken. Dat gold voor een troepavond, voor een Rode Nederzetting: hoeveel te meer moet dat gelden voor hen die de wereld beter willen maken!»

Na haar te hebben herinnerd aan enkele onaangename ervaringen tijdens haar eerste baantje, waar ze door anderen werd genegeerd en gepest, legt hij het verband met de wereldpolitiek: «Het Spaanse volk, de Spaanse arbeiders vechten tegen het Fascisme, ze leren in die strijd hoe ze elkaar nodig hebben om de oorlog te winnen en om een nieuw Spanje op te bouwen waar niet meer enkele grootgrondbezitters, kerken en kloosters rijk worden van de armoede en ellende van miljoenen mensen. En wij, de ‹Internationalen› helpen hen, omdat we weten van Italië, Hongarije, Duitsland, Oostenrijk, omdat we weten dat het Fascisme na Spanje niet stil zou staan maar ook in Frankrijk zou komen en ook in Holland. Zo vechten wij hier voor onze Spaanse kameraden, voor onszelf, voor Holland, voor jou.»

***

Voor Krijn Breur en zijn kameraden in de Internationale Brigades waren dit geen lege woorden. Duizenden van hen zijn voor deze idealen gesneuveld. Toch was het gewapende conflict in Spanje niet zo overzichtelijk en eenduidig als het voor de vrijwilligers aan het front leek.

Om te beginnen ging het de meeste partijen en groeperingen in het Republikeinse kamp niet om de verdediging van de democratische rechtsstaat. Bij de verkiezingen in februari 1936 had het linkse Volksfront – waaraan de anarchistische organisaties niet meededen, maar waarop de meerderheid van hun aanhangers toch stemde – wel gewonnen, maar het verschil met de rechtse coalitie was minder dan twee procent geweest. Rechts Spanje – dat bestond uit een bonte verzameling monarchisten, grootgrondbezitters, conservatieve liberalen, katholieke fundamentalisten en een handjevol echte fascisten – wachtte zijn kans af om weer aan de macht te komen. Ondertussen probeerden extreem linkse organisaties, zoals de Partido Communista de Espana (pce), de poum en de vooral in Catalonië machtige anarchistische organisaties, de Republiek in revolutionair vaarwater te loodsen. Het politieke geweld laaide daardoor op. Op 13 juli werd de monarchistische leider José Calvo Sotelo door socialistische politiemannen vermoord.

Het draaide in Spanje dus niet om de tegenstelling democraten versus antidemocraten, maar om een typische klassenstrijd. In dit opzicht moet de Spaanse burgeroorlog niet in de eerste plaats worden gezien als de opmaat tot de Tweede Wereldoorlog, maar eerder als de laatste in een golf revoluties die vanaf 1917 over Europa was gespoeld.

Veel tijdgenoten verbaasden zich er dan ook niet over dat de Sovjet-Unie zich in dit conflict mengde. Spanje: Een voortzetting van de Russische revolutie? luidde de titel van een pamflet van de reactionaire Nederlandse publicist L.H. Grondijs. De communistische propaganda heeft altijd ontkend dat het de bedoeling was in Spanje een soort sovjetstaat op te richten. Ook de meeste historici hebben later geschreven dat het Stalin alleen te doen was om een dam tegen Hitler op te werpen en dat de Spaanse communisten een gematigde, uitsluitend op de verdediging van de democratie gerichte politiek voerden. Sinds ruim vijftien jaar geleden de sovjetarchieven toegankelijker zijn geworden, is echter duidelijk geworden dat Stalin wel degelijk geprobeerd heeft Spanje in zijn greep te krijgen. Op korte termijn was het tot staan brengen van de fascistische opmars weliswaar het hoofddoel, en wilde hij Engeland en Frankrijk doen geloven dat er van een sociale revolutie geen sprake was, maar uiteindelijk zou Spanje een door Moskou gecontroleerde sovjetrepubliek moeten worden.

Voor de strijd tegen de troepen van Franco waren de Russische wapenzendingen van essentieel belang. De Sovjet-Unie stuurde honderden vliegtuigen, tanks en kanonnen, plus enorme hoeveelheden ander materieel en munitie, naar de Spaanse republiek. Onbaatzuchtig was deze hulp allerminst. De Russen vroegen er woekerprijzen voor en eigenden zich de gehele Spaanse goudvoorraad toe. Bovendien konden de wapens en het overige materieel worden gebruikt om greep te krijgen op de Republikeinse troepen. Voor dit deel werden eveneens enkele duizenden sovjetofficieren en instructeurs naar Spanje gestuurd, terwijl ook de Internationale Brigades een rol speelden bij het streven om de niet-communistische invloed terug te dringen.

***

Bij het uitbreken van de burgeroorlog stelde de pce getalsmatig niet veel voor. Met enkele tienduizenden leden stak de partij bijvoorbeeld nogal mager af bij de één miljoen leden tellende anarchistische vakbond cnt. De komst van tienduizenden communistische vrijwilligers uit het buitenland en van duizenden sovjetofficieren zorgde ervoor dat de krachtsverhoudingen zich in korte tijd drastisch wijzigden.

In het boek De oorlog begon in Spanje: Nederlanders in de Spaanse burgeroorlog (Van Gennep, 1986) vertelt Piet Laros dat hij met zijn compagnie ooit, «als waakhond», achter een anarchistische eenheid werd geposteerd en opdracht kreeg te schieten zodra deze militie zich begon terug te trekken. Aan de dochter van Krijn Breur heeft hij later verteld dat haar vader, die hem een keer moest vervangen als compagniescommandant, in moeilijkheden kwam toen hij opdracht had gegeven zich om tactische redenen enkele honderden meters terug te trekken. Volgens een politiek commissaris van de Elfde Brigade was dit desertie en diende Breur te worden gefusilleerd. Uit de door Ronald Radosh en Mary Habeck gepubliceerde collectie sovjetdocumenten Spain Betrayed: The Soviet Union in the Spanish Civil War (Yale University Press, 2001) blijkt zonneklaar dat Breur op dat moment echt in levensgevaar is geweest. Onder leiding van de beruchte nkvd-commandant Aleksandr Orlov zetten de Russen in Spanje een netwerk van kampen en gevangenissen op, met Spaanse communisten als bewakers, waarin kritische of «defaitistische» interbrigadisten of dissidente Spanjaarden werden opgesloten. Naar schatting zijn er in deze miniatuur-Goelag zo’n drieduizend mensen geëxecuteerd.

Vanuit de optiek van de Sovjet-Unie was een dergelijk repressieapparaat hoog nodig, omdat vanaf de zomer van 1937 het moreel van de Internationale Brigades hard achteruit ging. De buitenlandse vrijwilligers werden vaak als stoottroepen gebruikt en leden zware verliezen. Tegelijkertijd had hun idealisme te lijden onder de wrede realiteit van de oorlog en het niet zelden onmenselijke optreden van sovjetofficieren en Komintern-agenten. Om de verliezen aan te vullen werden de Internationale Brigades steeds vaker versterkt met Spaanse manschappen. Eind 1937 bestond de Elfde Brigade, waarin Laros en Breur vochten, voor tachtig procent uit Spanjaarden.

Een halfjaar later schreef Komintern-leider Dimitrov in een geheim rapport: «De soldaten van de Internationale Brigades zijn door de voortdurende strijd in extreme mate uitgeput, hun militaire waarde is verdwenen en de Spaanse divisies zijn hen significant voorbijgestreefd waar het gaat om gevechtskracht en discipline. De instroom van nieuwe vrijwilligers is te verwaarlozen en de Internationale Brigades hebben feitelijk opgehouden te bestaan als afzonderlijke eenheden.» Dat de Brigades in oktober 1938 werden opgeheven had dus niets te maken met Stalins plotselinge bereidheid zich aan de non-interventieovereenkomst te houden, maar alles met het feit dat ze niet langer bruikbaar waren als instrument voor zijn machtspolitiek.

Kort daarvoor had Krijn Breur een brief ontvangen van een vriend uit de ajc, die erg tegen hem opkeek en zichzelf verontschuldigde voor het feit dat hij niet zo moedig was. Breur antwoordde dat dit niet nodig was. «Ik geloof niet, dat naar Spanje gaan een bijzonder soort moed betekent, en zeker niet, dat zij die het gedaan hebben daardoor boven anderen uit steken. Moed is nodig om socialist te zijn, of alleen maar te geloven in Vrijheid en Democratie en daarvoor je leven in dienst te stellen. Op welke wijze je die dienst bewijst doet er niet toe. Als je bereid bent jezelf geheel te geven bezit je de moed die nodig is.»

Breur beëindigde de brief met de overtuiging dat het fascisme niet zou zegevieren. Uiteindelijk heeft hij gelijk gekregen, maar zelf zou hij dat niet meer meemaken. Begin 1939 keerde hij, inmiddels communist geworden, terug uit Spanje. Na de Duitse inval in Nederland maakte hij deel uit van het gewapend verzet. Eind 1942 werd hij gearresteerd en op 5 februari 1943 is hij gefusilleerd. Net als tal van andere oud-Spanjestrijders ging ook Piet Laros in het verzet. Hij overleefde het concentratiekamp en stierf in 1997 op 96-jarige leeftijd. l Met dank aan Dunya Breur

Literatuur: van de herziene editie van hét standaardwerk is onlangs een Nederlandse vertaling verschenen: Hugh Thomas, De Spaanse burgeroorlog (Anthos, 2006). Nieuw is: Anthony Beevor, De strijd om Spanje (Anthos, 2006). Voor de rol van de Sovjet-Unie, zie Stanley G. Payne, The Spanish Civil War, the Soviet Union and Communism (Yale University Press, 2004). Over Krijn Breur schreef zijn dochter Dunya het ontroerende boekje Een gesprek met mijn vader (SUN, 2000)

Spaanse burgeroorlog, 1936-1939

De Spaanse burgeroorlog – de vierde in honderd jaar! – begint als op 17 juli 1936 de koloniale troepen in Spaans Marokko in opstand komen tegen de linkse regering die in februari aan de macht is gekomen. Een dag later slaat de rebellie over naar het vasteland. De door een aantal nationalistische generaals, van wie Franco de onbetwiste leider zou worden, gecoördineerde opstand wordt in de linkse bolwerken Barcelona en Madrid neergeslagen door milities van anarchisten, socialisten en communisten en loyale eenheden van het leger en de politie. Maar al spoedig hebben de Nationalisten het zuiden en noordwesten van Spanje in handen, terwijl de Republikeinen in het zuid- en noordoosten aan de macht blijven. In de loop van 1938 bereiken de Nationalisten de oostelijke Middellandse Zeekust, waarna het Republikeinse Spanje in tweeën is gedeeld. Eind maart 1939 valt Madrid en eindigt de Spaanse burgeroorlog in een bloedige moordpartij op de verslagen Republikeinen.

Vanaf het begin is de burgeroorlog óók het strijdtoneel van internationale krachten. Uit angst voor een nieuwe wereldoorlog besluiten Groot-Brittannië en Frankrijk zich buiten het conflict te houden met een non-interventieverdrag. De landen die het verdrag ondertekenen beloven geen wapens en troepen te leveren aan de Nationalisten of de Republikeinen. Duitsland, Italië en het fascistische Portugal sluiten zich aan bij het verdrag, maar gaan gewoon door met militaire steun aan Franco en de zijnen. Italië levert, naast veel zwaar materieel, in totaal zo’n 75 duizend soldaten. Hitler stuurt het Condorlegioen, dat bestaat uit Luftwaffe- en tankeenheden en ongeveer tienduizend man telt. De Sovjet-Unie zendt naast tanks, vliegtuigen en lichtere wapens ook officieren en instructeurs. Wat betreft bewapeningen en manschappen blijft de hulp aan de Republiek echter ver achter bij die aan Franco.