Misdaad en liefde

Edzard Mik speelt met de verwachtingen van de lezer © Giuliyani

Marten Landman zit in een lastig parket. Hij is verzeild geraakt in een politieverhoor, ongekwalificeerd optredend als de advocaat van Nazim Bulut. Deze invalide man is op zoek naar zijn tienerdochter Gülay, die weggelopen of mogelijk zelfs ontvoerd is. Marten heeft goede bedoelingen, maar zijn misplaatstheid ontgaat niemand: ‘“Mag ik vragen”, en de voorlichter keek Nazim indringend aan, “mag ik vragen waarom meneer Bulut geen advocaat in de arm heeft genomen maar een journalist?”’

Deze situatie en de dreigende ondertoon van de dialoog doen terecht denken aan een klassieke politieserie. Mea culpa, de tiende roman van Edzard Mik, heeft alle eigenschappen van een misdaadverhaal, inclusief een vrij complexe intrige. Als scholier was Marten samen met zijn toenmalige beste vriend Erol betrokken bij een vechtpartij. Toen ze ’s avonds door Maastricht liepen, vergezeld door Martens vriendinnetje Sybil en Mehmet, de oudere broer van Erol, werden ze aangevallen door een drietal Turkse jongens. Hun overvallers waren er alleen niet op berekend dat Mehmet ‘kampioen kickboksen van Limburg’ was; ze werden genadeloos in elkaar geslagen, en een van de belagers belandde zelfs met ernstig letsel in het ziekenhuis.

Nu, achttien jaar later, is Marten teruggekeerd naar het domein van zijn jeugd om het slachtoffer bij te staan: het was Nazim die na deze noodlottige vechtpartij met de ambulance moest worden afgevoerd. Hoewel Marten onschuldig is, voelt hij zich verantwoordelijk voor Nazims lot: hij gaat op zoek naar Gülay om iets goed te maken.

Dit boek is een misdaadroman, liefdesverhaal en fenomenologisch essay ineen

Het is niet alleen schuldgevoel dat Marten terug naar Maastricht brengt. Hij treft daar ook Sybil, die toen ze kort na het incident uit elkaar gingen verkering kreeg met Erol. Ze zijn in de tussentijd getrouwd, en hun huwelijk staat onder druk omdat Erol, inmiddels een succesvol strafpleiter, aan de lopende band vreemdgaat. Marten maakt van de gelegenheid gebruik om op pad te gaan met zijn jeugdliefde.

Zo gaat Mea culpa gaandeweg steeds minder op een crimi lijken. Dergelijk kameleontisch genrespel is kenmerkend voor het werk van Mik, die eerder met Goede tijden (2009) al een parodistische soaproman schreef. Hij speelt met de verwachtingen van de lezer en probeert je met een verleidelijk verhaal te grijpen, om dan plotseling de diepte in te duiken. In Mea culpa slaagt deze tactiek opnieuw: het hoge tempo en de spanning van het misdaadverhaal trekken je het boek in, en voor je er erg in hebt ben je in een filosofische roman over tijd en herinnering beland.

Marten is al snel meer met Sybil dan met Gülay bezig. Aanvankelijk zoeken ze als team naar het vermiste meisje, maar hun verhouding wordt steeds intiemer. Mik laat zijn hoofdpersoon in een droomachtige toestand terechtkomen, waarin heden en verleden vermengd zijn geraakt. In de tekst bootst hij dit uiterst ingenieus na door Martens herinneringen en ervaringen vloeiend in elkaar over te laten lopen. Marten en Sybil doen vroeger en nu versmelten door te baden in een beek waar ze bijna twintig jaar geleden ook al samen in zwommen: ‘Ik staarde omlaag, naar het stromen, en alsof het van een andere orde was, een orde die buiten mijn bereik lag, kon ik niet geloven dat ik erin zou kunnen springen. Toch was dat wat ik deed en sloten we elkaar een moment later in de armen en werden we door dat stromen omspoeld alsof het nooit anders was geweest.’

De tijdsprongen worden geïntensiveerd door Miks consistente, verzorgde stijl. De lange, gejaagde zinnen vol bijstellingen en preciseringen spiegelen de koortsachtige gedachtegangen van Marten, en geven je het gevoel dicht op zijn huid te zitten. Zoals Mik wisselt tussen heden en verleden schakelt hij ook soepel van introspectief naar beschouwend schrijven. Hij plaatst je nu eens heel dichtbij, beziet de verwikkelingen dan weer van veraf. Doordat Mik continu de subjectieve blik van zijn verteller blijft vasthouden, wordt iedere beschrijving psychologisch betekenisvol: Martens karakter tekent zich af in wat hij wel en niet opmerkt.

In de compositie van Mea culpa toont zich de meesterhand van de schrijver. Niet alleen worden verschillende tijdlijnen met elkaar in verband gebracht, ook op verhalend niveau komen de verschillende intriges samen in een overtuigend, gestroomlijnd geheel. Dit boek is een misdaadroman, liefdesverhaal en fenomenologisch essay ineen. Onder die lagen is een aangrijpend portret van een moeizame verhouding tussen een vader en een zoon te vinden – een thema dat ook de kern van Miks geslaagde roman Mont Blanc (2012) vormde. Wat Mea culpa boven eerder werk doet uitstijgen is de ontzagwekkende concentratie van de vertelling. Iedere gebeurtenis is beladen in deze compacte roman, waardoor de verhaalwereld een schaduwwerkelijkheid wordt vol betekenis. Het is aan de lezer om deze samenhang te ontdekken, en zich te laten voortstuwen door het strakke ritme van de vertelling. Tot de schrijver je met een bruuske ontknoping uit zijn constructie zet en kordaat de deur achter je dicht gooit.