Misdaad in de digitale stad

Goed nieuws en slecht nieuws over de Digitale Stad. Het experiment met het gratis toegankelijke publiekscomputernetwerk zal in elk geval tot 1 mei worden verlengd. De gesprekken met verschillende ministeries, de gemeente Amsterdam en sponsors over verdere verlenging zijn nog gaande. Inmiddels zijn er twaalfduizend geregistreerde stadsbewoners en voorlopig is de gigantische digitale huisuitzetting dus even van de baan.

Het slechte nieuws is dat de Digitale Stad steeds meer op een echte stad begint te lijken, compleet met criminaliteit en vandalisme. Vorige week heeft er een hacker in de stad huisgehouden zo'n akelige, eentje die de naam hacker eigenlijk niet verdient, vinden de Digitale Stad-hackers van Hacktic, omdat hij (zij?) elke hacker-etiquette met voeten treedt. De hacker-die-die-naam-niet-verdient heeft stukken van de stad gesloopt, met name in het Gebouw voor Kunst en Cultuur, de Kantoorwijk en de Kiosk. Alle Groene Amsterdammers waren bijvoorbeeld verdwenen. De schade is inmiddels weer vrijwel geheel hersteld, want gelukkig worden er elke week backups gemaakt van de Digitale Stad.
Maar hoe kan dat nou, zo'n vandaal? Onlangs nog beweerden de stadsbouwers van Hacktic voor de radio dat de Digitale Stad een van de best beveiligde computersystemen van Nederland was. Jongens toch, is dat niet de klassieke rode lap voor zowel goedaardige als kwaadaardige hackers?
Goedaardige hackers waren er al langer in de stad, een stuk of tien, volgens Felipe Rodriquez van Hacktic: ‘Nee, geen bekenden. We houden ze wel in de gaten, we hebben een lijst aangelegd van hun inlog-namen en hier en daar een soort boobytraps geinstalleerd. Op dit moment zit ik er weer eentje te volgen. Ze richten geen schade aan, proberen meestal alleen maar door de menu’s heen te breken en op het kale systeem te komen. Door ze te volgen hebben we al heel wat fouten uit de Digitale Stad gehaald.’
Zo zat er bijvoorbeeld een kardinale fout in de Freenet-software uit Amerika, op basis waarvan de Digitale Stad is gebouwd. Twee jongens (getraceerd door Hacktic) wisten zich daardoor de status van systeembeheerder toe te eigenen, maar dat gat was snel gedicht. Rodriquez: 'Wellicht dat een van de twee daar de pest over in heeft gekregen en vervolgens ging klieren, maar zeker weten we het niet.’
Wel is duidelijk hoe het is gebeurd: het password van de helpdesk is op de een of andere manier gekraakt en zo kon de hacker in bepaalde stadsdelen naar believen gaan schrijven en wissen. Pijnlijk: het computersysteem tikt nota bene elke nieuwe gebruiker op de vingers die een te simpel password (zonder rare tekens) kiest en gebiedt deze een moeilijker wachtwoord te verzinnen - maar de helpdesk zelf had dat verzuimd. Jongens toch. (marianne van den boomen)
Sinds de voormalige studentenleider Maarten van Poelgeest voor GroenLinks de agitprop bestiert, kom je nog eens wat tegen in het cafe. Zo verspreidt de firma Boomerang Freecards in het hele land gratis prentbriefkaarten met de rode en groene pepers van GroenLinks erop. Op de achterkant biedt de kaart de keuze tussen verkiezingsprogramma of lidmaatschap, onder het motto: 'Ik laat het er niet bij zitten.’
In dezelfde serie zit het huilende zigeunerjongetje en een bloterige foto van het sekssymbool Betty Page. Hoe nu? Laveert GroenLinks, in het zicht van de verkiezingen, tussen sentiment en seksisme? In dezelfde reeks zit Bep van Klaveren, alias 'the Dutch Windmill’ een bokser nota bene. Hoe nu? Is campagneleider Van Poelgeest vergeten hoe 'zijn’ Asva de Amsterdamse studentensporters verhinderde deel te nemen aan landelijke toernooien, omdat competitie ongezond zou zijn en uiteindelijk toch maar tot oorlog zou leiden?
De reeks bevat verder kaarten van kledingbedrijf Mac & Maggie, soepproducent Honig, filmgigant Paramount, platenmaatschappij Motown, wc-rollenbedrijf Page en verzekeringsmaatschappij Centraal Beheer. Hoe nu? Heult Maarten van Poelgeest, die als voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond de toenmalige onderwijsminister Deetman verweet gezwicht te zijn voor het bedrijfsleven, nu zelf met het kledingwezen, de wc- rollenindustrie en de verzekeringsmogols, kortom: het grootkapitaal?
Het is overigens niet voor het eerst dat Van Poelgeest met een verzekeringsmaatschappij in een schuitje zit. Medio 1988 sierde zijn postmoderne kapsel het omslag van Vast en zeker, een in de Haagse Post geniet reclamekrantje van verzekeraar Ohra. Van Poelgeest hield toen vol dat hij door de HP en niet door iemand van Ohra was geinterviewd, maar trok het kort geding tegen de Ohra op het laatste moment in: 'Het idee dat ik met de Ohra mee zou werken. Die wilden nota bene hun verzekerden op aids testen. Belachelijk!’
Van Poelgeest, vele jaren later en wijzer: 'Het kost ons twintig cent per kaart en we laten er 180.000 verspreiden. We hebben een behoorlijke respons gehad, ik vind die kaarten wel sympathiek. Het is een moderne manier van communiceren.’
Vooruit moet kunnen. Alleen die kreet: 'Ik laat het er niet bij zitten.’ Wat schreef Multatuli ook alweer in zijn Ideen: 'Nooit heb ik in de oprechte Haarlemmer gelezen: ons kindje stierf, maar we laten ’t er niet bij.’
Maar dat ging over godsdienst, niet over politiek. Laat staan over het verzekeringswezen. Vast en zeker. (paul damen)