‘misdaad is heerlijk’

Niets fascineert tegenwoordig zozeer als het gangsterdom. De tv slaat het publiek met misdaadshows om de oren en de ‘gangstarap’ uit de Amerikaanse getto’s verovert overal de poppodia. De onverwachte rentree van de crimineel als volksheld
ER WAS EEN LANGE en intensieve kruistocht door types als de Republikeinse senator Bob Dole en vice-presidentsvrouw Tipper Gore voor nodig om de Amerikaanse mediagigant Time Warner er toe te brengen zich terug te trekken uit de lucratieve handel in de zogeheten gangstarap. Het concern verkocht hun aandelen Interscope Records, uitgever van tal van zwarte rap-acts als Ice T. en Snoop Doggy Dog, terug aan de oprichters en ontsloeg de man die verantwoordelijk werd gesteld voor het morele verval van het concern, directeur Doug Morris.

De ‘grote schoonmaak’ van Time Warner richtte zich niet uitsluitend op de gewelddadige lyriek van de gangstarap. Ook de Amerikaanse cinema, met name Oliver Stone’s Natural Born Killers en het oeuvre van Quentin Tarantino (maar nadrukkelijk uitgezonderd het toch ook niet misselijke filmwerk van de grote Republikeinse verkiezingsmascotte Arnold Schwarzenegger) moesten het ontgelden in Bob Dole’s campagne, al stonden de gangstarappers met stip nummer een op de hitlist van de morele herbewapeners. 'Er is een grens overschreden’, zo had Dole de top van Time Warner onder druk gezet. 'Niet alleen van goede smaak, maar ook van menselijke waardigheid en fatsoen. Die grens wordt elke keer overschreden wanneer seksueel geweld voorzien wordt van een pakkend deuntje, wanneer tienermoord op een lekkere beat wordt gezet.’
De verhitte debatten over schuld en onschuld van de gangstarap kwamen drie jaar geleden op gang, toen rapper Ice T. op zijn cd Body Count het werkje 'Copkiller’ opnam. 'Dit gezeik heeft nu lang genoeg geduurd’, zo zong de rapper zijn publiek op dat nummer toe. 'Ik heb mijn geweerloop afgezaagd, ik heb mijn koplampen uitgedaan, ik sta op het punt te schieten. Ik ga wat smerissen uit de weg ruimen.’
Ice T. - als Tracy Marrow geboren in New Jersey en opgegroeid in Los Angeles - was de grote gangmaker van de gangstarap, en met 'Copkiller’ had hij zijn handelsmerk afgegeven. Het werd het ultieme verzetslied in Los Angeles na de Rodney King-affaire, waar de politie gold als de grootste vijand en waar tieners al voor het bereiken van de brommergerechtigde leeftijd zich bekwaamden in het bedienen van machinegeweren, het gebruik van crack en het plegen van groepsverkrachtingen (gangbangs).
Tijdens zijn tournees liet Ice T. er geen twijfel over bestaan hoe hij de wereld zag. 'Natuurlijk verheerlijk ik misdaad’, hield hij een interviewer na afloop van een concert in Paradiso voor. 'Misdaad is toch ook heerlijk! Er gaat niets boven een geslaagde bankoverval. Echt, dat is nog beter dan seks. Je verslaat het systeem en dat geeft de grootste kick die er bestaat. Misdaad is prachtig, geloof me. It’s like sticking your dick in the best pussy in the world.’
Met dat soort uitspraken zorgde Ice T. ervoor dat hij al voor de grote Bartholomeusnacht onder de gangstarappers door Time Warner werd ontslagen. De toenmalige president George Bush en zijn hulpje Dan Quayle hadden daar persoonlijk voor gezorgd, ondersteund door de Newyorkse gouverneur Mario Cuomo en de voorbeeldige Mozes-vertolker van de Amerikaanse film, Time Warner-aandeelhouder Charlton Heston. Zij alleen beschuldigden Ice T. van 'stuitende, weerzinwekkende en destructieve teksten’, gericht op een acute erosie van het normen- en waardenbesef van de Amerikaanse jeugd. Slechts een handjevol goden uit de Amerikaanse rock-hemel, zoals Bruce Springsteen, schoot de verdrukte rapper te hulp, erop wijzend dat er in het land nog altijd iets als vrijheid van meningsuiting bestaat. Ooit werden de teksten van Bill Haley en Elvis Presley ook weerzinwekkend bevonden, of zelfs werktuigen van Satan zelf.
Vanzelfsprekend werd de populariteit van Ice T. er niet minder om. Tijdens een recent concert van de rapper, in combinatie met de al even onverschrokken formatie Public Enemy, in de Amsterdamse sporthallen Zuid ontwaarde een recensent nog een 'zee van lelieblankje knuistjes’.
In verbaal geweld werd Ice T. daarna al snel gepasseerd. Zijn grote concurrent Snoop Doggy Dog, afkomstig uit een wijk in Los Angeles die in de volksmond de 'killing fields’ heet, zorgde in 1993 voor een enorm publiciteitsoffensief door tijdens een hardhandig treffen met een vijandelijke gang iemand in de rug te schieten. Puur op basis van deze publiciteit werd Snoopies debuut-cd Doggie Style al in de voorverkoop het best verkochte rap-album aller tijden. In nog geen drie weken vlogen er 3,5 miljoen exemplaren over de toonbank. In Harlem ging dominee Calvin Butts van de Abyssinian Baptist Church ertoe over om per bulldozer een verzameling Snoopy-werk plat te walsen, maar dat richtte niet veel uit.
VERGELEKEN MET de gemiddelde gangstarap-act lijken de Sex Pistols en al die andere schrikbeelden van de jaren tachtig postuum te verbleken tot brave Beatle-klonen. Vanzelfsprekend hebben zich dan ook talloze popcritici, jeugdsociologen en andere zedenpredikers gebogen over het zorgelijke rolmodel dat de gangster schijnt te vervullen in de hedendaagse jeugdcultuur. Te onzent verzuchtte reeds de Volkskrant: 'De immer creatieve zwarte bron lijkt vergiftigd’, somberend over de vraag hoe de Amerikaanse getto’s, vroeger de leverancier van zulke ontroerend mooi zingende, kundig dansende en mondharmonica-spelende jongetjes als Little Stevie Wonder en Michael Jackson, tegenwoordig de ene act na de andere levert waarbij het aantal veroordelingen blijkbaar als het enige criterium voor toelating tot de band heeft gegolden.
In Amerika lanceerde publiciste Martha Bayles een uiterst ingewikkelde, en bizarre raciale theorie over de gangsta-golf in de zwarte muziek. In het boek Hole in Our Soul: The Loss of Beauty and Meaning in American Popular Culture stelt Bayles dat de gangstarap het resultaat is van een onzalig vreemd element in de zwarte cultuur dat er sinds de afschaffing van de rassenscheiding zou zijn ingeslopen. Zij ziet het criminele gehalte van de hedendaagse zwarte muziek als een teken van de penetratie van de (blanke) rock 'n’ roll-pose der asocialiteit in het zwarte muziekwezen.
In het slaventijdperk, aldus Bayles, waren de levensomstandigeden van de zwarte Amerikaan toch minstens zo schrikbarend als in de getto’s van de hedendaagse Amerikaanse steden, maar toch werd de zwarte muziek van die tijd gekenmerkt door prachtige spirituals, uitingen van een zuivere ziel. Sindsdien is er de klad in gekomen: Barry White gaf al het slechte pad aan door de soulmuziek te vervuilen met muziek waarin een onmetelijke potentie centraal stond. Een op instant-succes op de blanke markt gericht 'primitivisme’ maakte zich van de Afro-Amerikaanse muziek meester, met als logisch eindresultaat de gangstarap.
Deze theorie laat nogal wat zaken ongenoemd. Het belangrijkste van al is wel dat jeugdcultuur sinds de jaren vijftig nu eenmaal altijd aan de kant heeft gestaan van alle elementen die voor de meest afkeurende reactie uit het ouderenkamp zorgden. Wat dat betreft zijn de gangstarappers de rechtmatige erfgenamen van de rock 'n’ roll, veel meer dan de veel te nauwkeurig gefohnde en met nep-tatoeages bestempelde omgeschoolde dameskappers die in het blanke segment van de rock-industrie overheersen. De rappers zelf hameren er keer op keer op dat zij slechts de taal spreken die ze heel de dag om zich heen horen, dat zij in feite chroniqueurs van het dagelijkse leven zijn.
Gangsterverheerlijking op zich is al helemaal geen noviteit in de Amerikaanse cultuur. Bezong hillbilly Woody Guthrie in de jaren dertig niet al Jesse James? Kwam zijn opvolger Bob Dylan niet al met een hele elpee vol sympathiserende liedjes over de pathologische massamoordenaar Billy the Kid? En de elpee Desperado van die zoetgevooisde Californische supergroep de Eagles, een van Bill Clintons favorieten - die ging toch ook in zijn geheel over een moordzuchtige gang, die van de Daltons?
Bovendien is de gangster in dit bange tijdsgewricht nu eenmaal een soort volksheld geworden. Zoals de Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar bij leven en welzijn in de sloppenwijzen van Medellin door de verdrukte horden als een soort schutspatroon werd aanbeden (een zelfde effect doet zich in Suriname bij Desi Bouterse voor), zo zijn ook de gangsters van Los Angeles en New York symbolen geworden van een way of life die nog enigszins uitzicht biedt op de vervulling van de Grote Amerikaanse Droom. Dat is niet iets waar politici blij mee moeten zijn, maar ze moeten zich wel realiseren dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor het klimaat waarin dat soort kunst geboren kan worden.
DE GANGSTARAPPERS trekken in Amerika niettemin aan het kortste eind. Zelfs MTV heeft fors gekort op de zendttijd voor de meest florerende muzieksoort van dit decennium. Ook in de cinema, alwaar gangstarappers als Ice T. schitteren in al even gewelddadig getoonzette films als New Jack City en Ricochet, is het gevecht voor een vrediger jeugdcultuur begonnen. Regisseur Spike Lee, nadrukkelijk als woordvoerder van jongere zwarten, presenteert deze maand zijn film Clockers, die vooral moet worden gezien als een pamflet tegen de popularitieit van de op hol geslagen gangsta-film.
In Europa wordt de puriteinse golf in de Verenigde Staten ondertussen handenwrijvend aangezien. Met name in Eindhoven, alwaar Philips-dochter Polygram resideert. Polygram is een van de grootste producenten van gangstarap, en koopt het ene na het andere verstoten label op, zoals onlangs Def Jam. Nog even en Philips is de grootste gangstarap-fabriek van de hele wereld.
De collectieve fascinatie van het Nederlandse publiek voor de gangster was sowieso al hevig. Talloze gangsters van vaderlandse bodem, van Steve Brown tot meesteroplichter heer Olivier, zijn via de buis al vertrouwde gasten geworden in de Nederlandse huiskamer. Tv-speurders als Peter R. de Vries en Jaap Jongbloed hebben een grote aanhang verworven met hun wekelijkse afdalingen in de vaderlandse onderwereld. De Belgische journalisten Danny Ilegems en Raf Sauviller gaan in hun eerder dit jaar verschenen boek Bloedsporen: Een reis naar de mafia, nog een stuk verder. Daarin wordt Nederland geschilderd als het maffialand bij uitstek. Tussen de Lage Landen en Sicilie is het 'meest geavanceerde, meedogenloze en ongrijpbare misdaadsyndicaat dat deze planeet kent’ opgebouwd, aldus het Belgische speurdersduo, dat in zijn polemische ijver zelfs horeca-baas Gerrit van der Valk een plaats in dit netwerk gunt. Zo komt de gangstarap ons allen rechtmatig toe. Yo mothafucker! Daarmee bouwt Nederland weer verder aan het toch al dissonante imago dat de natie heeft.