Misleidende teletubbiepoppen

In IJsland een hip epicentrum van de popmuziek zien is sterk overdreven, maar wel komt dit jaar een aantal opvallende muziekproducties van het eiland.

Medium muziek

Zo nam de eigenzinnige ambient-zangeres Julianna Barwick er op uitnodiging van producer Alex Somers haar serene Nepenthe op. Somers’ ‘eigen’ band Sigur Rós revancheerde zich met de rijke en gevarieerde sprookjespop van Kveikur op het wat vlakke Valtari en het vertrek van een bandlid in 2012. Geen IJslander, maar tijdelijk woonachtig in Reykjavik is de Amerikaanse artiest John Grant. De singer-songwriter die eerder een harmonieuze jaren-zeventigsfeer omarmde, maakte er nu deels een plaat met synths en beats, Pale Green Ghost, waarop hij zijn hiv-besmetting verwerkt.

Naast het nodige productiewerk trekt Grant dit jaar de aandacht als vertaler van Ásgeir Traustis IJslandse debuutplaat Dýrð í dauðaþögn. Het jonge talent is met zijn 21 jaar al een superster in eigen land: tien procent van alle driehonderdduizend inwoners heeft zijn cd in de kast staan (vergelijkbaar met Adele in Engeland en meer dan de landgenoten Sigur Rós en Björk). Afgelopen Kerst stond Ásgeir met ene Blaz Roca maar liefst negen weken op nummer één, met het afschuwelijke hiphopnummer Hvítir Skór. De bijbehorende videoclip met boksende teletubbiepoppen is al even stupide. Een grap misschien, misleidend in ieder geval, die single. Want wie In the Silence beluistert, hoort vooral een gevoelige liedjesmaker, geen blingbling hiphop-act of type seks, drugs en rock-’n-roll. Bovendien, welke rebel laat alle teksten voor zijn liedjes schrijven door zijn bejaarde vader?

De plaat is een vriendelijke en geslaagde symbiose van elektronica en vaak beheerst ingezette piano, blazers of akoestische gitaar. Ásgeirs ijle falsetzang doet denken aan Bon Iver. Hoewel zijn stem weinig variatie heeft, vind je die wel terug in zijn liedjes. Van een steriele tokkelballad (On that Day) tot aanstekelijke pop (King and Cross) en zelfs een liedje (Torrent) dat randje songfestival is maar net binnenboord blijft. Soms neigt de plaat naar bombast, maar de voet gaat steeds op tijd weer van het gas. De sfeer heeft iets ongrijpbaars en lijkt hier en daar op het eerste gezicht weinig fundament te hebben. Hoe mooi de songs uiteindelijk landen merk je na een aantal draaibeurten.

Op In the Silence is het binnen warm en buiten koud. Het best hoor je dat bij de diepe heimwee van het subtiele Going Home, waarbij het verlangen om al thuis te zijn in contrast staat met de last die op de weg daarnaartoe wordt gedragen (‘You’re with me in the dark/ Light my way at night/ … Now this burden weighs me down/ The heaviest of weights’). Romantische muziek met een donker randje die voort lijkt te komen uit een hoofd vol mijmeringen en verlangens. Wat deze winterplaat daarbij onweerstaanbaar maakt: bij Ásgeir vind je altijd troost.


Ásgeir speelt op 17 november in de oude zaal van de Melkweg, Amsterdam

Beeld: Vera Palsdotti