Vrouwen in de politiek ontmoeten meer haat

Misogynie als politiek wapen

Tien procent van alle tweets gericht aan vrouwelijke politici bevat haat of agressie, blijkt uit onderzoek samen met de Utrecht Data School. Vrouwen die de politieke arena betreden kunnen rekenen op online recensies over hun stem, lichaam, religie of huidskleur. Politieke partijen vrezen dat jonge vrouwen terugschrikken.

‘Ik wil niet dat dit een huilverhaal wordt’, zegt Dilan Yeşilgöz-Zegerius, nummer vijf op de vvd-kieslijst. ‘Hoe kwetsbaarder je je opstelt, hoe meer je het over jezelf afroept’, vult fractiegenoot Bente Becker aan, nummer vier op de lijst. ‘Je wil niet zeggen: kijk eens hoe zielig ik ben, ik word niet serieus genomen’, zegt bij1-leider Sylvana Simons, die zich eigenlijk heeft voorgenomen het hier niet meer over te hebben, omdat je als vrouw automatisch een val in wandelt: ‘Als je echt een sterke vrouw bent, dan trek je je toch nergens iets van aan?’

‘Ik wil geen zeikwijf zijn’, zegt ook pvda’er Attje Kuiken. ‘Benoemen dat het er is moet gebeuren, maar gelijktijdig zit in mijn achterhoofd: wat als ik hierover ga praten?’ Lisa Westerveld van GroenLinks overwoog een paar jaar geleden samen met pvda’er Kirsten van den Hul om seksisme bespreekbaar te maken in de Tweede Kamer. ‘Dat hebben we toch maar niet gedaan. Dan word je die vrouw die zich druk maakt over dit onderwerp. Dat blijft je achtervolgen.’

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch -redacteuren Karlijn Saris en Coen van de Ven over het Twitter-onderzoek naar seksisme bij vrouwelijke politici. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

Het doet akelig denken aan hoe Hillary Clinton in het najaar van 2016 haar verloren presidentsverkiezingen moest duiden. Speelde haar vrouw-zijn een rol? Zij wist: als ik ja zeg ben ik een slechte verliezer, als ik nee zeg ontken ik een met seksisme doordrenkte verkiezingscampagne. Een politica ernaar vragen betekent: haar in de problemen brengen. Het is wellicht een van de gemeenste aspecten van seksisme: de angst om er als slachtoffer van te worden gezien, laat staan het in te brengen als factor van betekenis, is dodelijk. Het is mogelijk schadelijker dan erover zwijgen.

Daarom spreekt De Groene Amsterdammer voor dit verhaal met twaalf vooraanstaande vrouwelijke volksvertegenwoordigers van links tot rechts en van conservatief tot progressief, om erachter te komen wat de impact van seksisme is. Hoeveel haat ontvangen Nederlandse vrouwelijke (kandidaat-)Kamerleden en op welke manier uit die haat zich? Dit onderzochten wij samen met data-onderzoekers Joris Veerbeek en Sahra Mohamed van de Utrecht Data School (Universiteit Utrecht). Hoewel seksistische verwensingen toestromen via kanalen als Facebook, LinkedIn, Instagram, e-mail en per post, hebben wij ons vooral geconcentreerd op Twitter – dat geldt als de politieke stamkroeg van Nederland en verzamelplaats van mondige burgers.

The Guardian, The New York Times, Amnesty International en andere internationale onderzoekers berichtten de afgelopen jaren keer op keer: politici krijgen veel online haat, maar vrouwen disproportioneel meer en opvallend vaker persoonlijker. In het Verenigd Koninkrijk stelden achttien parlementsleden zich om die reden niet opnieuw kandidaat bij de laatste Lagerhuis-verkiezingen. Met dat uitgangspunt onderzochten we 339.932 tweets die tussen 1 oktober 2020 en 26 februari 2021 zijn gestuurd naar alle vrouwen op Nederlandse kieslijsten. We maakten daarbij gebruik van een categoriseringsmodel geïnspireerd op vergelijkbaar onderzoek van Amnesty International naar vrouwenhaat. Het label ‘gender’ gebruikten wij voor uitspraken over de vermeende rol van de vrouw of stereotyperingen over vrouwen. Daarnaast labelden wij ook tweets over leeftijd/lichaam, etniciteit en religie.

Tien procent van alle tweets gericht aan vrouwen op kieslijsten is haatdragend of zelfs bedreigend. De meeste van die verwensingen dragen het label gender en zijn dus seksistisch. Volksvertegenwoordigers die naast hun vrouw-zijn ook tot een minderheidsreligie behoren of van kleur zijn krijgen extra haat over zich heen.

Al zal het percentage haatberichten in werkelijkheid hoger liggen, alleen zeer duidelijke voorbeelden zijn door ons als zodanig gelabeld om subjectiviteit en interpretatie zo veel mogelijk te beperken. Ook zijn tweets waarin vrouwelijke politici niet direct worden aangeschreven (‘gementioned’) niet meegenomen, terwijl vaak in die gevallen vrouwenhaat nog weliger tiert. Als vier vrouwelijke lijsttrekkers – meer dan ooit – in februari van dit jaar aanschuiven bij talkshow M, regent het tweets met teksten als: ‘Als dit geen beffen wordt?’ ‘Begint met z en eindigt op eikwijven’. ‘Wat doen al die wijven tijdens etenstijd bij een talkshow? Moeten hun mannen niet eten?’

Behalve Twitter analyseerden we ook 245 kranten- en tijdschrift-interviews met vrouwelijke en mannelijke politici die de afgelopen twee jaar verschenen. Daaruit blijkt dat mannen en vrouwen in Den Haag door journalisten nog altijd verschillend worden bevraagd en beschreven. Op zowel sociale als in klassieke media is seksisme hardnekkig, variërend van uitgesproken misogynie tot subtieler, alledaags seksisme.

‘Wauw’, zegt Sigrid Kaag als ze hoort dat zij in absolute cijfers de vrouwelijke volksvertegenwoordiger is die veruit de meeste haatberichten ontvangt. ‘Dit is een onprettige bevestiging van wat ik zelf ook dacht te zien.’ 22 procent van alle tweets die de d66-lijsttrekker en minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking ontvangt is haatdragend. Goed voor dertienduizend nare tweets in minder dan vijf maanden, ongeveer één per kwartier. In de persoon Kaag komt alles samen wat seksisten als de ultieme horror lijken te ervaren: zij is als machtige vrouw getrouwd met een Palestijnse man. ‘Dat is zo’n beetje het allerergste’, duidt Kaag zelf. ‘Hij is niet zomaar een buitenlander, maar ook nog een man met een islamitische achtergrond die in Jeruzalem is geboren. Daarnaast ben ik internationaal georiënteerd en dus kosmopolitisch.’

Die mix staat garant voor een constante stortvloed aan beledigingen en bedreigingen over haar lichaam, haar uitstraling maar ook fantasieën over haar seksleven en complotten over ‘heulen’ met de islam. Wanneer Kaag een speech geeft op een partijcongres of collega Geert Wilders via Twitter wijst op de grondwet, regent het scheldpartijen waarin termen vallen als ‘terroristenliefje’, ‘palestijnenknuffelaar’ en ‘staatshoer’ met ‘de uitstraling van een rotte pudding’.

‘Iets is altijd groter in je eigen beleving. Maar uit dit onderzoek blijkt: ik ben niet gek’, zegt Kaag. ‘Dit is buiten alle proporties, maar uiteindelijk gaat dit niet over mij. Ik weet dat vrouwen het zwaarder te verduren hebben dan mannen in de politiek en in de media. In welk land dan ook. Ze worden aangesproken op hun uiterlijk, op hun gezin. De lelijkste foto’s worden gekozen, bewust of onbewust. Het bredere patroon is dat tegen vrouwen en meisjes wordt gezegd: praat niet. Heb geen mening. En durf er niet voor te staan. Want wij weten jou te vinden.’

Na een decennialange carrière als topdiplomaat voor de Verenigde Naties is thuiskomen in die zin tegengevallen. ‘Het is vooral het zelfbeeld van Nederland dat problematisch is. Wij zijn een land dat investeert in vrouwen- en meisjesrechten over de hele wereld. Maar wij willen kennelijk niet erkennen dat wij in ons eigen land nog altijd vormen van misogyne excessen toestaan. Het woekert voort.’ Kaag wordt feller na elke zin en moet dan plots lachen. ‘Ik wind mij hier enorm over op, zoals jullie zien. Ik ben oud genoeg en heb genoeg ervaring om te zeggen: fuck it, mij raakt het niet meer. Stel je voor dat ik mij op mijn 59ste, na dertig jaar carrière, zou laten wegschreeuwen, hoe is het dan voor alle jongere vrouwen die na mij komen of er al zijn?’

Als Lisa Westerveld in 2017 net voor GroenLinks in de Tweede Kamer is verkozen, bezoekt ze, gehuld in een rode jurk met V-hals, de première van Jesse, een documentairefilm over haar partijleider. Een aanwezige maakt een overzichtsfoto van het theatergezelschap en twittert die. Journalist Jan Roos, op dat moment net afgetreden als lijsttrekker van VoorNederland, ziet dat en deelt het bericht: ‘Goeie tetten in rood jurkje’. Meerdere twitteraars maken ingezoomde uitsnedes van haar decolleté en delen die ook. ‘Die foto’s gingen heel Twitter over’, zegt Westerveld. ‘Ik schrok echt. Mensen stuurden berichtjes met ranzige opmerkingen en nog altijd duikt die foto van mijn borsten op. Je voelt je aangeraakt, je voelt je bekeken. “Complimenten” hoef ik ook niet. Moet ik echt in zo’n setting rekening houden met hoe ik precies zit?’

Sigrid Kaag: ‘Dit is buiten alle proporties, maar uiteindelijk gaat dit niet over mij. Het bredere patroon is dat tegen vrouwen en meisjes wordt gezegd: praat niet. Heb geen mening. En durf er niet voor te staan. Want wij weten jou te vinden’

Al voor haar Kamer-lidmaatschap voedde website GeenStijl het online seksisme van reaguurders en twitteraars door artikelen te publiceren met suggestieve titels als: ‘Dienstmededeling: Lisa is geen GroenLinks-hoer’. Nadat ze eenmaal in de Kamer was verkozen, kopte het weblog in een volgend stuk over de ‘knappe blondine’: ‘Krijgt Lisa Westerveld (GL) echt DICKPICS?’

Als vrouwelijke politicus is het haast een taak om de aandacht níet op uiterlijk vertoon te vestigen. ‘Als ik op een verkiezingsposter sta, krijg ik opmerkingen als: je haar is te lang, zo lijk je minder slim’, zegt Anne Kuik (cda). ‘Er is een man die steeds zulke opmerkingen maakt en mij daarmee achtervolgt op verschillende platformen.’ In haar boek De zijkant van de macht (2018) beschrijft Julia Wouters, politicoloog en voormalig rechterhand van Lodewijk Asscher, hoe dat proces werkt. Volgens haar associëren we politiek leiderschap nog steeds onbewust met mannen in maatpakken en puntschoenen. Alles wat daarvan afwijkt is opvallend en dus aan kritiek onderhevig. Want wat je als vrouw ook draagt, uitstraalt of zegt, het zal niet voldoen aan het ingesleten beeld van goed leiderschap.

Met een strakke jurk ben je niet serieus te nemen, een mantelpak is weer te streng. Klinkt je stem zacht, dan ben je te lief, maar een schelle of hoge stem die ook nog eens overslaat is hysterisch. ‘Stemverheffing is iets waar ik mij heel bewust van ben’, zegt SP-partijleider Lilian Marijnissen in een podcast-interview met Gijs Groenteman, ze refereert aan verkiezingsdebatten van vier jaar geleden. ‘Ik was de enige vrouw tussen zeven mannen. Zeker op het moment dat ze door elkaar gaan roepen met die zware mannenstemmen, probeer dan daar als vrouw maar eens tussen te komen op een manier waarbij de kijker thuis niet denkt: nou, nou, nou, moet dat nou? Moet er zo worden geschreeuwd? Als vrouw is het opletten geblazen.’

Wouters noemt het in haar boek ‘de koorddans’; de grens tussen te feminien en te masculien is dun. Balans vinden is een vak apart. Doordat bij vrouwen het vergrootglas ligt op randzaken zoals uiterlijk, is het voor hen een extra uitdaging om de aandacht op hun ideeën te vestigen. ‘Het is iets wat ik herken’, zegt pvda’er Attje Kuiken. ‘Ik zat in de ondervragingscommissie die onderzoek doet naar de toeslagenaffaire. Wij werden in een hoofdredactioneel van een krant de volgende dag “de vocale dames” genoemd. Kritiek wil ik altijd serieus nemen, maar doet het ertoe dat wij dames zijn? Ik vroeg me toch af: krijg ik nu geen dubbele kritiek? En is die ook terecht? Je gaat toch twijfelen.’

‘De kakelkipjes van de VVD’ of de ‘kijvende wijven van de vévédé’. Wanneer Bente Becker en Dilan Yeşilgöz-Zegerius samen in een tweet worden aangesproken is de kans op seksisme groter. ‘Je mag mij een slechte politicus noemen en kritiek uiten op mijn standpunten, maar vaak word ik op Twitter gedegradeerd tot een niet-zelfdenkend mens, een praatpopje, het meisje dat gestuurd is door haar baas’, zegt Becker. ‘Als vrouw verdien je het gewoon om op je ideeën te worden beoordeeld en niet als kipje te worden weggezet.’ Een pvv-Kamerlid retweette onlangs nog instemmend een bericht waarin ‘Bente’ en ‘Dilan’ werden weggezet als slaafse vrouwen die hun baasje volgden.

De vvd’ers voeren in de Kamer het woord over ‘harde onderwerpen’ zoals migratie, terrorismebestrijding, veiligheid en justitie. ‘Bij bepaalde types ontstaat dan kortsluiting. Zij vinden dat wij als lieve vrouwen dit soort dingen niet mogen of kunnen vinden’, zegt Becker. ‘Zulke opmerkingen komen meestal van oudere mannen die nog uit een tijd komen dat het heel bon ton was om zo met vrouwen om te gaan. Ze zijn het inhoudelijk met je oneens en denken: ik ga haar framen als onwetend meisje, dan neemt het draagvlak voor haar ideeën vast af.’

De ‘meneren’ noemt Dilan Yeşilgöz-Zegerius ze. ‘Het zijn vaak heren die ergens in de verte zelf een achtergrond hebben op mijn dossier en mij even komen uitleggen hoe het zit. Toen ik nog woordvoerder klimaat was, kreeg ik bijvoorbeeld middelbareschooldocenten natuurkunde op mijn dak die me gingen uitleggen wat CO2 is.’ Westerveld herkent dat, zij praat als onderwijswoordvoerder via LinkedIn geregeld met onderwijsbestuurders. ‘Je krijgt regelmatig reacties waaruit duidelijk blijkt dat ze je dom vinden. Het heeft altijd een toon van: kom maar eens langs, dan zal ik je uitleggen hoe het zit. Terwijl ik hiervoor járenlang bij de onderwijsbond heb gewerkt, goed in de bekostiging zit en nu wetten schrijf!’ zegt ze lachend. ‘Ik moet ook altijd bij hén langskomen.’

Dat vrouwelijke volksvertegenwoordigers online anders worden aangesproken dan mannen blijkt ook uit de data-analyse. Zij horen vaker termen als ‘vrouwtje’, ‘meid’ of ‘meisje’. Mannelijke equivalenten als ‘jongetje’ of ‘kerel’ komen minder voor. Het benadrukken van geslacht gebeurt sowieso vaker bij vrouwelijke politici dan bij hun mannelijke collega’s: vrouwelijke aanspreekvormen komen meer voor dan mannelijke aanspreekvormen.

‘Ik word online nóóit met mijn achternaam aangesproken’, zegt Lisa Westerveld. ‘Dat is prima, want ik wil ook een benaderbaar Kamerlid zijn, maar in de negatieve en denigrerende berichten word ik ook standaard “Lisa” genoemd.’ Hetzelfde geldt voor collega’s als ‘Bente’, ‘Sylvana’ en ‘Annabel’. Vrouwelijke politici worden, zo blijkt uit onze data-analyse, aanzienlijk minder vaak bij hun achternaam aangesproken dan mannelijke politici: bij mannen gebeurt dit in 55 procent van de gevallen, bij vrouwen is dat slechts 27 procent.

‘Er was een tijd dat ik bodyguards bij me had omdat ik populair was, nu heb ik bodyguards omdat ik zo gehaat word’, zegt Sylvana Simons. Met haar partij bij1 strijdt ze voor ‘radicale gelijkwaardigheid’, ze hoopt na deze verkiezingen plaats te nemen in de Tweede Kamer. ‘Mensen kennen mij vooral als antiracist, maar ik ben boven alles een feminist. Op het moment dat ik geboren word is het eerste onderscheid dat wordt gemaakt mijn sekse. Pas als ik de boze buitenwereld instap zijn daar ook racisme, klassenstrijd en al die andere gevechten.’ Simons kampt al jaren met online haat via tal van kanalen, zij is nog altijd een van de politici die de meeste agressie ontvangt.

‘Voor mij begon dat op één avond: 13 mei 2015, ik weet de datum nog precies.’ Die avond sprak zij in een uitzending van De Wereld Draait Door een tafelgenoot aan op de term ‘zwartjes’. ‘Het moment dat ik mij publiekelijk uitsprak tegen racisme gingen de sluizen open. Ik liep de uitzending uit, zette mijn telefoon aan en mijn leven was veranderd. Daarvoor kende ik ook racisme en zeker ook seksisme, ik was altijd de “goedlachse exotische presentatrice”. In de rol van presentatrice werd ik getolereerd, omdat ik mijn mond hield en ongevaarlijk was.’

De reacties die zij nu krijgt lopen uiteen van bewerkte pornografische plaatjes met stereotype zwarte vrouwen met grote borsten en dikke billen, tot scheldpartijen en bedreigingen. ‘Het gaat áltijd over het lichaam. De racist en de seksist, ik kan ze moeilijk uit elkaar houden, hebben het allebei over het lijf. Over de kleur van dat lijf of over of je een lekker wijf bent of juist te oud. De onderliggende vraag die altijd terugkeert is: zou ik haar doen? Doen, die uitdrukking alleen al. “Ik zou haar wel of niet doen.” De man is de norm en mag bepalen of jij ook waardig bent, simpelweg door te besluiten of hij jou wel of niet wil.’

Het is een optelsom, concludeert Simons. ‘Mijn blonde collega’s hebben niet die racistische component, maar worden vaker als “dom blondje” gezien. Als je islamitisch bent heb je weer te maken met islamofobie.’ Dat is terug te zien bij de vijftien vrouwelijke politici die de meeste haat krijgen toegestuurd. Hoe meer kwetsbare identiteiten iemand heeft boven op het vrouw-zijn, des te groter de kans op haat. Van de vijftien zijn er vijf (33 procent) van kleur of hebben een migratie-achtergrond.

Het Kamerlid dat naar verhouding de meeste online agressie kreeg te verduren is de 26-jarige klimaatactivist die op plek negen staat van de GroenLinks-kieslijst: Kauthar Bouchallikht. Er ontstond een rel, eerst over haar hoofddoek en al snel over haar vicevoorzitterschap bij Femyso, een Europese jongerenorganisatie die vermeende banden heeft met de Moslimbroederschap. Later bleek dat ze als demonstrant tegen geweld in Gaza op een plein had gestaan waar ook borden te zien waren met antisemitische leuzen. Ze nam van al die zaken afstand: antisemitisme zei ze te verafschuwen en met de Moslimbroederschap wilde zij evenmin te maken hebben. Maar online was de stroom aan haat niet meer te stoppen. Dertig procent van alle tweets gericht aan haar bevatten haat, meestal een giftige mix van islam-haat en seksisme, op het hoogtepunt kwam er een dag lang elke drie minuten haat binnen. Het wemelt van termen als ‘kopvod’, ‘Marokkaanse hoer’ en ‘terroristenmeisje’.

‘Het is heel heftig’, zegt Bouchallikht. Ze zwijgt secondenlang. ‘Het is gek om in cijfers te horen wat je hebt meegemaakt, dit is geen top-drie waar je in wil staan.’ Rondom haar ontstond een online debat over haar plek op de kieslijst. Kon zij wel blijven? Iets waar partijleden maar ook grote aantallen mensen van buiten de partij zich fel over uitlieten. ‘Kritische vragen zijn prima, maar dit werd online haat. Ik vind het vooral erg dat je dit moet meemaken als je de politieke arena betreedt. Bij mij is actief geprobeerd om dat te belemmeren.’

Partijen hebben soms al moeite om jonge vrouwen op kieslijsten te krijgen, blijkt uit een rondvraag. ‘Ik ken vrouwen die graag op de lijst wilden die het uiteindelijk niet deden’, zegt Kathalijne Buitenweg, de huidige nummer twee van GroenLinks. ‘Ik kan me voorstellen dat zij denken: geef mijn portie maar aan fikkie, ga ik mijn hoofd boven het maaiveld uitsteken?’

Dilan Yeşilgöz-Zegerius: ‘Als je zwijgt omdat je weet: ik krijg zoveel bagger over mij heen, er worden hele legers op mij afgestuurd, dan raakt dat onze democratie en rechtsstaat in het hart. Dan raakt het ons allemaal’

‘Ik had toevallig afgelopen week gesprekken met jonge meiden die zelf de politiek in willen of willen helpen bij de campagne. Allemaal beginnen ze hierover: hoe ga je hiermee om?’ zegt Yeşilgöz-Zegerius. Haar partijgenoot Becker vult aan: ‘Als ik een gewone week heb gehad waarbij ik denk: business as usual, krijg ik telefoontjes van vrienden die willen weten: gaat het nog goed met je? Die zien wat er online gezegd wordt. Zeker voor een nieuwe generatie, vooral voor jonge meiden, draagt dit bij aan hun beeld van wat het betekent om in de politiek te zitten.’

Neem Eva Vlaardingerbroek, een leeftijdsgenoot van Bouchallikht met diametraal andere ideologische ideeën. De zelfverklaarde conservatief en tot de implosie van Forum voor Democratie een boegbeeld van die partij voor de aankomende verkiezingen, zag haar nachtmerrie werkelijkheid worden toen ze zich in november publiekelijk van Thierry Baudet afkeerde. Ze had jaren geleden ‘iets’ gehad met de partijleider. Iets waarvan ze zelf vond dat het niets was geweest maar waarvan ze wist: als dit de publieke opinie bereikt, ben ik er geweest. ‘Thierry wist hoe bang ik was dat dit uit zou komen’, zei ze tegen De Telegraaf. ‘Toen ik op de lijst kwam, heb ik gezegd: kunnen we alsjeblieft zwijgen over wat er toen tussen ons is gebeurd.’ Dat deed hij aanvankelijk. Maar toen Vlaardingerbroek zich in een televisie-uitzending scherp uitliet over Baudet zette hij die oude relatie genadeloos in. Hij zei dat zij ‘ex-geliefden’ zijn geweest. ‘Dat hij op nationale tv zo’n opmerking maakte, heeft alle schijn van een bewuste actie’, zegt Vlaardingerbroek tegen De Telegraaf. ‘Waar ik bang voor was, gebeurde: ik was de “rancuneuze ex” en nog veel grovere seksistische opmerkingen stroomden binnen.’

‘Seksisme kan een wapen zijn’, zegt SP’er Sadet Karabulut. Ook op zittende politici kunnen seksisme of andere vormen van haat impact hebben. ‘Er zijn collega’s voor wie dit zo heftig is dat ze aan zelfcensuur doen’, zegt Yeşilgöz-Zegerius. ‘Als je zwijgt omdat je weet: ik krijg zoveel bagger over mij heen, er worden hele legers op mij afgestuurd, dan raakt dat onze democratie en rechtsstaat in het hart. Dan raakt het ons allemaal.’

Seksisme is een functioneel onderdeel van het patriarchaat, zegt Simons. ‘Het is een self fulfilling prophecy die mannen in posities van macht houdt. Het dient dus een doel. Het is de mores in de samenleving die stelt dat je vrouwen op een manier mag benaderen en behandelen die bij een man nooit geaccepteerd zou worden.’

Seksisme op Instagram

Instagram wordt in gesprekken met vrouwelijke volksvertegenwoordigers vaak het ‘liefste’ of ‘een vriendelijker’ platform genoemd. Maar uitgerekend dit sociale-mediaplatform lijkt op een andere manier seksistisch te zijn, blijkt uit een data-experiment van De Groene Amsterdammer, Pointer en NOS in samenwerking met de Duitse onderzoeksgroep AlgorithmWatch. Centraal stond de vraag: hoe doen politici het op Instagram en welk gedrag wordt door het algoritme beloond of afgestraft? Wat komt hoger en wat komt lager terecht in de tijdlijn van gebruikers? Zo worden foto’s van eten hoger geplaatst dan natuurfoto’s. Maar wie echt succes wil op Instagram plaatst vooral een foto van het gezicht – vrouwengezichten krijgen daarbij voorrang op mannengezichten. Of dat gewenste positieve discriminatie is of opnieuw een manier om vrouwen af te rekenen op hun uiterlijk is voer voor discussie. Lees hier verder.

Ook in krantenkolommen wemelt het van de voorbeelden. In de categorie wat je wel tegen vrouwen zegt maar niet tegen mannen: Tommy Wieringa die op pagina 2 van de NRC schrijft ‘verliefd’ te zijn op Sigrid Kaag. Max Pam die in zijn Volkskrant-column Lilianne Ploumen een ‘aardig mens’ noemt die op zijn zus lijkt. Al zal ze volgens Pam aan charisma moeten winnen en is ze als partijleider ongeschikt. Op eenzelfde manier vinkt hij ook lijsttrekkers Lilian Marijnissen en Sigrid Kaag af. Een eveneens mannelijke columnist van die krant, Sander Schimmelpenninck, noemde Eva Vlaardingerbroek op Twitter maandenlang ‘dienstmaagd’.

Toen Rutte III vier jaar geleden aantrad, vroeg de nos aan Cora van Nieuwenhuizen of zij als enige vvd-minister de excuustruus was. Dan is er nog voetbalcommentator Jack van Gelder die van Sigrid Kaag wil weten waarom zij niet ‘gewoon’ de naam van haar man gebruikt. Of neem die nestor van de Haagse NRC-redactie die na het aantreden van de nieuwe d66-leider zonder schroom schrijft over de ‘vagina-vote’. ‘Stuitend vond ik dat. Vooral van die krant’, zegt Kaag. ‘Opnieuw: het gaat niet om mij, dit had ook een andere vrouw kunnen zijn.’ Zij besloot daarom met een aantal partijgenoten te reageren; door de ontstane commotie werd de kop boven het stuk aangepast.

Waar seksisme in columns en op opiniepagina’s opvalt en met een snelle correctie of via ophef publiekelijk gecorrigeerd kan worden, is er ook verhuld seksisme op redactionele pagina’s te vinden. Uit een analyse van 245 interviews in kranten en tijdschriften met mannelijke en vrouwelijke politici (waaronder ook kabinetsleden en burgemeesters), verschenen sinds 1 januari 2019, blijkt: ze worden anders bevraagd én beschreven. In gesprekken met mannen domineren woorden als ‘miljarden’, ‘financiën’, ‘plannen’ en de ‘rechtsstaat’. Bij hun vrouwelijke collega’s gaat het over ‘vrouw’, ‘dochter’, ‘moeder’, ‘ouders’, ‘meisje’ en ‘leven’. Zelfs het woord ‘man’ komt in interviews met vrouwen bijna twee keer zo vaak voor als in interviews met mannen. Dat blijkt uit visualisaties van de vijftien meest onderscheidende zelfstandig naamwoorden die voorkomen in de onderzochte artikelen.

Een zorgwekkende verklaring voor het verschil in benadering geeft Julia Wouters in haar boek Zijkant van de macht, waarin ze een onderzoek aanhaalt van Adformatie over hoe politieke redacties bij lange na niet het kritieke quotum halen van dertig procent vrouwen. ‘Bij elk van de tien landelijke dagbladen was de chef van de parlementaire redactie een man.’ Inmiddels is dat getal ietsje beter geworden.

‘Sociale media zijn in die zin ook een springplank geweest voor vrouwen’, zegt Kathalijne Buitenweg, die vorig jaar in De Groene een essay publiceerde over online seksisme. ‘Juist daar werden zij niet beperkt door het seksisme in traditionele media.’ Dat geluid klinkt vaker. Het is fijn om benaderbaar te zijn, maar het maakt ook aanraakbaar. Hoewel Twitter volgens de politici nog altijd het belangrijkste platform is – ‘je hoopt dat luie journalisten er je boodschap oppikken’ – is het ook het grimmigste. ‘Daar is het het ergst. Daarna Facebook, en Instagram is het minst erg’, zegt Attje Kuiken. ‘Daar krijgen wij soms liefdesverklaringen, dat is dan weer een ánder verhaal.’

De aard van een boodschap op een sociale-mediaplatform is in grote mate afhankelijk van het design en de gebruikers van dat platform. Twitter beloont polarisatie en laat kleine boodschappen die het goed doen snel viraal gaan. ‘Met de “retweetknop” kun je makkelijk een bombardement ontketenen’, zegt Buitenweg. ‘Het is een wapen geworden waarmee je mensen kunt intimideren.’ Veel vrouwen die zijn gesproken voor dit verhaal herkennen dat mechanisme. ‘Als ik aan een gevoelig onderwerp raak of ik reageer op bepaalde mensen, komt er een trollenleger los met honderden berichten’, zegt Kuiken. De enige remedie op zo’n moment is terugslaan of mensen actief gaan blokkeren, maar aantrekkelijker is uitloggen – op zo’n moment verlaten vrouwen letterlijk het online debat. Ongeveer een vijfde van de haatdragende tweets die wij vonden zijn inmiddels door Twitter verwijderd.

‘Als je intimidatie in deze vormen tolereert, dan moet je niet verrast zijn over excessen’, zegt Kaag. ‘Dit is de kanarie in de koolmijn.’ Sommige online agressie vertaalt zich al naar offline bedreigingen. Kamerleden van verschillende partijen noemen extreem-rechts en een fanatieke groep Turkse nationalisten. Bekend is hoe DENK collega-Kamerleden met een Turkse achtergrond (ook mannen) via sociale media en in Turkse kranten verdacht maakte, door te communiceren hoe zij hadden gestemd over een motie over de Armeense genocide. ‘Mijn collega’s en ik hebben bijna een jaar niet buiten rond kunnen lopen zonder belaagd te worden’, zegt Yeşilgöz-Zegerius.

Lisa Westerveld stond op een festival toen ze via haar telefoon las hoe iemand haar op Facebook – als reactie op een krantenartikel – een dildo met weerhaken toewenste. ‘Ik schrok echt. Deze man kwam ook uit Nijmegen, hij kan er zo achter komen waar ik woon.’ Ook andere Kamerleden die wij spraken ontvingen tweets, Facebook-berichten, maar ook handgeschreven brieven met grove verkrachtingsfantasieën. Sylvana Simons kent de wijkagent inmiddels persoonlijk, aanslagen op haar werden verijdeld.

Zo zijn er veel meer verhalen. ‘Mensen worden in een hoek gedrukt waarvan het de bedoeling is dat ze er niet meer uitkomen’, zegt Sigrid Kaag. ‘Het erodeert de democratie als wij constant worden belaagd. Het erodeert de kans op kwaliteit.’ Attje Kuiken echoot wat al haar collega’s zeggen die wij spraken voor dit verhaal: ‘Het draait niet om mij, ik ben niet zielig. Ik zit nu hier, ik heb het mooiste werk van Nederland. Het gaat mij vooral om hen die na mij komen.’


Voor dit stuk is samengewerkt met data-onderzoekers Joris Veerbeek en Sahra Mohamed van de Utrecht Data School (Universiteit Utrecht), met assistentie van Marieke van Santen bij het verzamelen van de kandidatenlijsten. Een uitgebreide onderzoeksverantwoording is te vinden op groene.nl

Over het onderzoek

Hoe onderzoek je seksisme, iets wat zeer uitgesproken en expliciet kan zijn maar ook subtiel en verhuld? Bij het Twitter-onderzoek is ervoor gekozen om twee onderzoekers van de Universiteit Utrecht en twee redacteuren van De Groene Amsterdammer terughoudend haat te laten labelen. Zij merkten alleen dat aan wat zeer expliciet is en trainden zo een computermodel om 339.932 tweets automatisch het juiste label toe te kennen. Een volledige onderzoeksverantwoording is hieronder te vinden.