Misrekening

Door zelf geen concreet voorstel op tafel te leggen over de verhoging van de AOW-leeftijd heeft het kabinet een half jaar verspeeld.

EEN PAAR HOOFDROLSPELERS hebben er eind maart flink naast gezeten. Het kabinet gaf de sociale partners toen een half jaar de tijd om met een alternatief te komen voor de voorgenomen verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar.
Kijk even mee terug. FNV-voorzitter Agnes Jongerius juichte onmiddellijk dat daarmee die verhoging van tafel was, want zo’n alternatief bedenken was eenvoudig. CDA-minister van Sociale Zaken Piet Hein Donner sprak over een historische afspraak met werkgevers en werknemers, iets wat andere landen ons volgens hem niet nadoen waardoor daar de sociale conflicten hoog oplopen. En de PVDA hoopte dat beiden het bij het rechte eind hadden, want een breed gedragen alternatief zou de partij goed uitkomen.
Inmiddels is dat halve jaar verstreken en zijn deze week de eerste acties in het openbaar vervoer tegen de verhoging van de AOW-leeftijd gepland. Zo eenvoudig was het bedenken van een alternatief dus niet. De sociale onrust blijkt daardoor achteraf slechts een half jaartje uitgesteld te zijn geweest. Nu het maatschappelijk draagvlak voor een AOW-maatregel ontbreekt, komt dat de PVDA slecht uit omdat de kiezer over vijf maanden naar de stembus mag om een nieuwe gemeenteraad te kiezen en in zijn stemgedrag ongetwijfeld landelijke issues een rol zal laten spelen. De PVDA is in de peiling van Maurice de Hond inmiddels al kleiner dan de SP en de PVV, allebei partijen die tegen een verhoging van de AOW-leeftijd zijn.
Het opbreken van het overleg in de Sociale Economische Raad, zes uur voordat het halve jaar verstreken zou zijn, ging gepaard met een hoop misbaar. Jongerius droeg met de opmerking ‘tuig van de richel’ aan het adres van de werkgevers flink bij aan de verruwing van de omgangsvormen. Met enige ironie zou je kunnen zeggen dat de als onhoffelijk ervaren manier waarop de werkgevers lieten weten dat verder overleg geen zin meer had juist een zegen is geweest voor de FNV. Daardoor kon de vakvereniging de werkgevers flink de schuld geven van het mislukken van het overleg en ging alle aandacht uit naar de toon in plaats van de inhoud.
Want als dat laatste was gebeurd, had Jongerius in alle eerlijkheid moeten zeggen dat de werknemers en werkgevers elkaar niet konden bereiken. Daarvoor was de kloof te diep. Anders dan de FNV had verwacht, bleef het zoeken naar een alternatief voor de ruim vier miljard euro die de AOW-maatregel moet opbrengen noodgedwongen beperkt tot het terrein van AOW, pensioenen, lonen en werk. Uitwijken naar het totaal andere terrein van de hypotheekrenteaftrek, waar de vakbeweging in maart nog naar hintte, kon niet meer, omdat de economische crisis zich in het achterliggende half jaar verdiepte. Een ingreep in de hypotheekrenteaftrek is daardoor des te waarschijnlijker geworden, maar dan niet als alternatief voor de vier miljard van de AOW-ingreep, maar als aparte maatregel om bij te dragen aan het wegwerken van een toekomstig tekort van de overheid van nog eens 35 miljard euro.
De misrekening van de hoofdrolspelers heeft ondertussen tot veel mist in de samenleving geleid. Nog steeds weet niemand hoe de voorgenomen verhoging van de AOW-leeftijd vorm gaat krijgen: wanneer gaat die in en voor welke jaargang dan, gaat de invoering geleidelijk of met een klap, moet een 57-jarige van nu er al rekening mee houden of gaat het niet voor hem gelden? Door zelf geen concreet voorstel op tafel te leggen, heeft het kabinet een half jaar verspeeld. Op een werkzaam leven is dat niet veel, maar op een kabinetsperiode waarvan al twee jaar zijn verstreken wel.
Omdat de mensen door de economische crisis toch al onzeker zijn, had er de afgelopen zes maanden – in de SER en daarbuiten – beter gediscussieerd kunnen worden over en geageerd tegen een uitgewerkt kabinetsvoorstel. Dat had een deel van de onrust en onzekerheid, en daarmee van het verzet kunnen wegnemen. Met name dat van de huidige oudere werknemers. Als het toch de bedoeling zou zijn van dit kabinet hen buiten schot te laten, was het in het belang van de coalitiepartijen geweest als die oudere werknemers dat hadden geweten. Het had de FNV wind uit de zeilen genomen, het zijn immers vooral ouderen die lid zijn van een vakbond.
Maar dan had het kabinet het er eerst onderling over eens moeten zijn. En daar zit ’m de kneep: het kabinet had ook zichzelf in maart een half jaar respijt gegeven. Het heeft er zichzelf mee in de staart gebeten.
Als de coalitiepartijen verstandig zijn, trekken ze uit het AOW-epos voor de nog in het vat zittende ingrijpende hervormingen de les dat in onzekere tijden het zoeken van draagvlak in de samenleving een andere tactiek vergt. Voor de precieze vormgeving van een verbetering van zijn loon, pensioen, belastingtarief of aftrekmogelijkheden kan een burger meestal nog wel even geduld opbrengen, maar op een verslechtering daarvan zit hij helemaal níet te wachten. Als hem dan wel keer op keer wordt verteld dat het in de nabije toekomst anders, minder en soberder moet, wil hij graag weten hoe en wat dan precies. Laat je dat als kabinet te lang in het ongewisse, dan gaat de tegenpartij er wel heel gemakkelijk met de winst vandoor.
Een mens heeft een hekel aan veranderingen en prefereert zekerheid boven onzekerheid. Daarbij is zelfs de zekerheid over hoe een minder rooskleurige toekomst eruitziet nog te verkiezen boven onzekerheid. Een burger weet dan tenminste waar hij tegen is. Politieke voorstanders van ingrijpende hervormingen moeten daarom op zoek naar een nieuw evenwicht tussen zorgvuldigheid, draagvlak en daadkracht. Daarbij is het draagvlak in dit tijdsgewricht gebaat bij meer daadkracht, hoe paradoxaal dat sommigen misschien ook in de oren klinkt.