Dramaserie: ‘The Queen’s Gambit’

Miss Schaken

In Walter Tevis’ roman The Queen’s Gambit is de hoofdpersoon een onzekere jonge vrouw die schaakgrootmeester wordt. In de gelijknamige Netflix-serie groeit ze uit tot een popcultuur-idool en een sekssymbool. Maar wie is ze echt?

Anya Taylor-Joy als Beth Harmon in de Netflix-serie The Queen’s Gambit © Charlie Gray / Netflix

De eerste schaakspeler op de cover van het Amerikaanse blad SportsIllustrated was niet de geniale Bobby Fischer, maar een vrouw: Lisa Lane. Dat was op 7 augustus 1961. Een paar jaar eerder was Fischer grootmeester geworden; vanaf zijn veertiende won hij jaar in, jaar uit het nationale kampioenschap; en hij was op weg naar de wereldkroon, die hij in 1972 veroverde door Boris Spassky in Reykjavík, IJsland, te verslaan in de ‘wedstrijd van de eeuw’. Het punt is dat Fischer al ‘Fischer’ was toen uitgerekend Lane op de cover kwam. Opeens was zij Miss Chess, terwijl vrouwen eigenlijk ‘niet kunnen schaken’. Tenminste, dat zei Fischer: ‘Ze zijn allemaal zwak, alle vrouwen. Ze zijn dom vergeleken met mannen. Ze zouden niet moeten schaken, ze zijn beginners. Ze verliezen altijd van een man.’

De inhoud van het coverartikel echoot deze seksistische opvatting. Neem de eerste alinea: ‘Lisa gaat ervan uit dat ze elk schaaktoernooi wint waar ze zich voor inschrijft, en dat de enige zet die ze hoeft te doen het kopen is van een nieuwe jurk ter voorbereiding van haar volgende overwinning.’ Lisa’s uiterlijk fascineert de auteur. Terwijl ze speelt, is ze hauntingly beautiful; als ze bij het bord voorover leunt in opperste concentratie, dan is er een ‘serene uitdrukking op haar bleke en delicate gelaat’.

Vele jaren later is er een nieuwe Miss Chess, maar dan in fictie. Beter gezegd, er zijn twee versies van de gedroomde koningin van schaak: Beth Harmon, hoofdpersonage in Walter Tevis’ roman The Queen’s Gambit (1983), en de Beth Harmon die we zien in de Netflix-serie gebaseerd op het boek.

De Beth van Netflix lijkt nog het meest op Lisa Lane, in ieder geval zoals Sports Illustrated haar in de jaren zestig afbeeldde. In de rol van Beth is de Amerikaanse acteur Anya Taylor-Joy inderdaad ‘spookachtig mooi’. Deze Beth raakt als tiener geobsedeerd door modieuze jurken, haarstijlen van die tijd, de jaren zestig, en make-up om het plaatje compleet te maken. Wel zien we hoe Beth meesterschaker wordt als ze het spel leert bij een mysterieuze conciërge, Mr. Shaibel, in de kelder van het weeshuis waar ze opgroeit. Maar ze blijft met haar opvallende uiterlijk het tegenovergestelde van de vreemde verzameling contactgestoorde mannen die de schaakwereld bevolkt.

Een ándere Beth is die van de roman. Tevis, overleden in 1984, schreef boeken over eenzaamheid en vervreemding, over succes en mislukking: The Hustler (1959) en het vervolg, The Color of Money (1984), over jonge poolspelers, mannen, die leren hoe het leven werkt, en begin jaren zestig The Man Who Fell to Earth, over een alien die in Kentucky belandt. In die staat groeide Tevis op, en dat is ook waar we Beth in The Queen’s Gambit als peuter in een weeshuis ontmoeten. Het begin van de roman is hartverscheurend. Het kind is verloren. Ze heeft geen vrienden. Ze heeft geen idee hoe het leven in elkaar steekt.

Het verschil tussen deze Beths, met Lisa Lane als een geest ergens tussen hen in, is confronterend. Op de Beth van de roman werd ik verliefd, op hoe ze schaakt, op haar intelligentie, op de genadeloze agressie van haar speelstijl, die Tevis uitgebreid beschrijft; allemaal eigenschappen waar Bobby Fischer nachtmerries van zou hebben gekregen. Maar de Beth van Netflix is een glamour girl. Ze liet mij koud tijdens het kijken, totdat ze in de allerlaatste aflevering iets magistraals doet.

The Queen’s Gambit is een hit, en Anya Taylor-Joy’s uitbeelding van Beth draagt ertoe bij dat het personage snel is uitgegroeid tot een popcultuur-idool en sekssymbool. Een krantenopschrift dekt de lading: ‘Sex, drugs en rock-’n’-roll: Netflix maakt schaken weer hip’ (uit de rubriek Bingewatchers van het Algemeen Dagblad). Bij het stuk staat een enorme foto van Beth in haar standaardpose in de serie: glimmend rood haar perfect in stijl, lange, zwarte oogwimpers, knalrode lippen, modieuze jurk. In een van de talloze discussies over de serie op sociale media post een mannelijke kijker: ‘Ik verdronk in de ogen van Beth.’

De Beth van Netflix liet me koud, totdat ze in de allerlaatste aflevering iets magistraals doet

Veel wijst erop dat Tevis zijn wonderkind Beth baseerde op Lisa Lane, covergirl van Sports Illustrated én een dodelijk effectieve schaker. Net als in Beth’s verhaal raakte ook Lisa haar vader op jonge leeftijd kwijt, waarna haar moeder haar slechts met moeite opvoedde. Plaatsing in een weeshuis kon haar moeder nog net voorkomen, maar Lisa woonde wel bij verschillende gezinnen terwijl ze op de middelbare school zat. Voor haar was schaak, evenals voor Tevis’ Beth, een vlucht uit een uitzichtloos bestaan. Zoals de auteur het stelt: ‘Je gaat schaken, omdat je persoonlijkheidsproblemen ondervindt. Schaken is een manier om te ontsnappen.’

Meer nog dan Lisa Lane stond er nog iemand model voor Beth Harmon, en dat was Walter Tevis zelf. Hij leerde schaken op zijn zevende. Rond die tijd werd hij gediagnostiseerd met een neurologische ziekte en belandde hij in een kuuroord voor kinderen, waar zijn ouders hem aan zijn lot overlieten. Jaren later mocht hij naar hen terugkeren in Lexington, Kentucky. Maar de jonge Tevis was toen al verslaafd aan kalmeringsmiddelen (die kreeg hij, net als Beth in boek en serie, als kind driemaal daags toegediend); hij kon nergens aarden (‘Ik voelde me een alien’), en ging tot diep in de nacht pool en schaak spelen. Hij werd schrijver, wat zijn alcoholistische vader nooit accepteerde. Later begon Tevis ook te drinken, flínk te drinken, en hierin volgt zijn heldin Beth hem in de roman.

Het wonderlijke is dat Tevis over zichzelf schreef, over zijn eigen ervaringen, en dat een jonge vrouw, Beth, zijn tweede ik werd, dezelfde vrouw die nu dankzij de serie een toonbeeld van verzet is geworden tegen mannelijke overheersing in de schaakwereld, in de wereld überhaupt. Over zijn Beth windt Tevis een paar jaar voor zijn dood geen doekjes in een radio-interview. ‘Het boek gaat over slimheid bij vrouwen… over het soort toegewijde, hoge-snelheidsintelligentie dat je nodig hebt voor het schaken… ik sta versteld van haar, van hoe ze geen idee heeft hoe zoiets als seks werkt, maar als ze schaakt… dán lukt het haar, dán kan ze penetreren.’

Om het schaken in de serie authentiek te maken, werd de Rus Garri Kasparov, volgens velen de beste schaker aller tijden, ingehuurd als consultant. Maar hier zie ik weinig van terug. In de schaakscènes – we volgen Beth van toernooi naar toernooi terwijl ze furore maakt als jonge grootmeester – lijkt het net alsof de spelers standaard aan snelschaak doen.

Wie iets van Kasparovs werk wil meekrijgen, moet de pauzeknop gebruiken om te zien hoe hij situaties uit beroemde wedstrijden heeft opgesteld. Maar het uitspelen hiervan maakt vervolgens dan weer geen deel uit van het verhaal. Dat is frustrerend, vreemd en vooral anders dan in de roman. Hierin beschrijft Tevis pagina’s lang hoe Beth speelt, hoe ze zich uit benarde posities redt, hoe genadeloos hard haar stijl en strategie zijn. Ook als schaak je niets zegt, zal het uitspelen van de partijen spannend zijn om te lezen: ‘But now she whittled away at the pawns, throwing subtle threats at them while attacking his remaining bishop and forcing him to protect the key pawn with his queen. When he did that, brought up his queen to hold his pawns together, she knew she had him.’ Deze beschrijvingen zijn cruciaal, omdat ze ons direct toegang geven tot Beth’s denken en gevoel. Soms is ze onzeker en bang. Maar vaker is ze verveeld, omdat ze weet dat ze gaat winnen, niet vanwege een of andere magische kracht, zoals de serie suggereert, maar omdat ze haar hersenen gebruikt.

Wie de Netflix-Beth ziet schaken, zal geneigd zijn Bobby Fischer te volgen: vrouwen kunnen het niet. De Beth van de serie komt over als fake, met haar jurken en make-up, alsof ze in iedere scène een shoot voor Vogue doet, en niet veel meer dan dat. We zien haar niet denken, we volgen de slopende marathons van de partijen niet, nooit zien we haar echt lijden. Maar als ik het boek lees, dan zie ik precies het tegenovergestelde: een fabuleuze vrouw die de beste schaker van de wereld moet verslaan, en ik geloof in haar.

Pas in de allerlaatste aflevering vangen we een glimp op van de echte Beth, die van het boek. Ze is in Moskou voor een toernooi waar ze in de finale speelt tegen haar aartsrivaal, de Rus Borgov. Het conflict gaat niet alleen over schaken, het gaat over hoe deze jonge vrouw leert hoe te leven, hoe te winnen, een wereld waarin mannen – zoals ik, schrijver van dit stuk – haar met wantrouwen bejegenen. We zien haar cool dansen, haar jurkjes en lipstick, haar hoge jukbeenderen en haar donkere ogen met die onmogelijk lange wimpers. (En of we kijken…) Deze Beth pronkt met haar sexy uiterlijk, net zoals Lisa Lane haar vrouwelijkheid gebruikte – en liet gebruiken – toen ze op de cover van Sports Illustrated kwam, en mannen als Bobby Fischer meteen zeiden: maar kún je het wel, meisje, kun je schaken, niet hupseflups wat stukken rondschuiven en dan fladderen met de oogleden, maar superintelligentie-schaken, meegaan met de grote jongens, de echte?

De laatste minuten redden de serie, omdat deze momenten een enorme schoonheid hebben. (Wees gerust: ik verklap niets van de apotheose.) Beth moet terug naar Amerika, maar stapt uit de auto en loopt een park binnen waar tientallen Moskovieten zitten te schaken. Die herkennen meteen de nieuwe superster van het schaken. ‘Het is Lize!’ (Haar volledige naam is Elizabeth, en ‘Lize’ is een verdere referentie aan Lisa Lane.) Een grijsaard nodigt haar uit voor een pot. Ze neemt plaats achter het bord, gracieus als altijd, nét een model op de catwalk, en opent met d4 (d5) en c4, het gambiet van de koningin.


The Queen’s Gambit is nu te zien op Netflix