Misschien verandert er toch nog iets op cyprus

Opnieuw een dode op de Groene Lijn, de Cyprische versie van de Berlijnse muur. Na de twee Grieks-Cyprioten die in augustus in de bufferzone werden vermoord door Turkse Grijze Wolven en Turkse soldaten, schoten afgelopen zondag twee Grieks-Cyprioten een Turks-Cypriotische schildwacht dood.

Een escalatie? Een doorbraak? Of slechts een rimpeltje in de status-quo? Al jarenlang is er over de kwestie-Cyprus weinig nieuws te melden. Steeds wordt hetzelfde verhaal verteld: over hoe de verhoudingen al kort na de onafhankelijkheid in 1960 verslechterde, over de tussenkomst van de VN in 1964, over de Turkse invasie in 1974 na de mislukte staatsgreep die was opgezet door de Griekse dictatuur. Daarmee was de tweedeling van het eiland een feit. Ze werd bekrachtigd toen de Turks-Cyprische leider Denktasj in 1983 de Turkse Republiek Noord-Cyprus uitriep.
Sindsdien is er weinig veranderd. Alle onderhandelingen zijn stukgelopen, alle bemiddelingspogingen mislukt. Het Turkse leger zit nog steeds in Noord-Cyprus en het vermoeide VN-contingent nog steeds in de bufferzone. Tienduizenden Turkse kolonisten hebben zich in Noord-Cyprus gevestigd. Dat is allemaal in het voordeel van Denktasj. Die vindt de huidige situatie prima. Het Turkse leger garandeert het voortbestaan van Denktasj’ ministaatje. Dat is weliswaar alleen maar door Turkije erkend, maar het voert handel met tientallen andere landen. Iedere formule voor een hereniging van het eiland, bijvoorbeeld een losse federatie van twee autonome staten, vindt Denktasj een achteruitgang, en dus onaanvaardbaar. En voor de grote mogendheden is Cyprus niet belangrijk genoeg om zware druk uit te oefenen voor een oplossing.
Toch is de situatie in en rond Cyprus langzaam aan het veranderen. Denktasj staat bloot aan kritiek in Noord-Cyprus zelf. In Grieks-Cyprus grijpen jonge heethoofden terug naar het antiquarische ideaal van de vereniging van heel Cyprus met Griekenland. De spanningen tussen Nato-leden Turkije en Griekenland zijn de laatste tijd ook om andere redenen dan de kwestie-Cyprus opgelopen. In Griekenland is het tijdperk-Papandreou afgesloten. De nieuwe premier Simitis, de gedoodverfde winnaar van de vervroegde verkiezingen van 22 september, heeft minder last van populistische en nationalistische exaltatie dan zijn voorganger.
En dan Turkije. Daar heeft de nieuwe regering zich in een web van tegenstrijdigheden gemanoeuvreerd. De islamitische premier Erbakan probeert diverse cirkels tegelijk te kwadrateren. Aansluiting zoeken bij de islamitische wereld en tegelijk warme relaties onderhouden met de Verenigde Staten. De veiligheid van Koerdisch Noord-Irak garanderen en tegelijk de Koerden bestrijden en Saddam te vriend houden. Krijgshaftig Turks-Cyprus verdedigen en tegelijk de banden met de EU aanhalen.
Washington studeert op een nieuw initiatief om een eind te maken aan de impasse, waarmee de meeste Cyprioten aan beide kanten van de Groene Lijn al lang hebben leren leven. Misschien brengt de veranderende situatie beweging in de positieoorlog op Cyprus. Maar misschien moet het conflict eerst nog verder oplaaien voordat er een doorbraak komt.