Elke beslissing die de overheid neemt, kan ingrijpende gevolgen hebben voor mensen, maar het besluit om met defensie op missie te gaan in het buitenland heeft mij altijd extra zwaar geleken voor politici. Omdat ministers en Kamerleden weten dat ze dan behalve over in mooie woorden geformuleerde doelen ook beslissen over leven en dood van het eigen defensiepersoneel én van mensen in het land waar de missie naartoe gaat. Die missies trekken daarnaast ook sporen in de binnenlandse politiek.

Ik kom hierop door het debat in de Tweede Kamer over het evacueren van tolken en anderen die in Afghanistan hebben gewerkt voor de Nederlandse ambassade, ngo’s of journalisten. Half augustus viel de hoofdstad Kabul in handen van de Taliban, de evacuatie verliep in paniek, en afgelopen week gebeurde wat velen vreesden: de Taliban vermoordden een tolk die voor de Nederlanders had gewerkt.

Een paar weken geleden sneuvelde d66-partijleider Sigrid Kaag als minister al over Afghanistan: als gevolg van een motie van afkeuring over de evacuatie-aanpak besloot ze op te stappen bij Buitenlandse Zaken. cda-minister van Defensie, Ank Bijleveld, trad kort daarna ook af vanwege die motie van afkeuring. Onder druk gezet door haar partij.

Al sinds de val van Kabul popt in mijn hoofd de vraag op: hoe zou het zijn met Jolanda Sap? Zij was partijleider van GroenLinks toen iets meer dan tien jaar geleden minister-president Mark Rutte met haar aan een keukentafel ging praten over steun voor een verdere missie in Afghanistan. Het minderheidskabinet van vvd en cda had de stemmen van de GroenLinks-fractie toen hard nodig, omdat het net de gedoogsteun van de pvv was kwijtgeraakt.

Ik vind een uitspraak van Sap die goed weergeeft hoe GroenLinks er toen in stond: ‘Mijn fractie is dit heel wat waard. Wij hebben echt een passie om bij te dragen aan de Afghaanse bevolking.’ Zo geschiedde. Het was het begin van wat de drie-D-benadering is gaan heten: defence, diplomacy en development. Critici zeiden dat Sap door die twee extra D’s was verleid om in te stemmen. Haar steun aan de missie droeg bij aan de verkiezingsnederlaag van GroenLinks in 2012. Weg was Sap.

Toevallig zag ik een dezer dagen Boris Dittrich lopen. Hij was fractievoorzitter en partijleider van d66, destijds regeringspartij, toen het kabinet in 2006 voor de eerste keer op missie wilde in Afghanistan en er nog geen sprake was van diplomacy en development. Dittrich was tegen en probeerde oppositiepartij pvda daarin mee te krijgen. Maar de sociaal-democraten waren voor. Exit Dittrich als partijleider.

Het kabinet weegt te veel het internationale aanzien mee

Nadat de missie in Afghanistan in 2008 al een keer was verlengd, ontstond twee jaar later over een tweede verlenging opnieuw discussie, nu binnen het kabinet-Balkenende IV, een coalitie van cda, pvda en ChristenUnie. Deze keer was de pvda wél tegen. Het leidde tot de val van het kabinet, het laatste dat de naam van christen-democraat Jan Peter Balkenende droeg. Bijzonder aan die val van Balkenende IV was dat dit gebeurde kort nadat het kabinet eerst een zwaar debat had overleefd over de politieke steunverlening aan de Amerikaans-Britse inval in Irak in 2003, ook wel de war on terror genoemd. Een missie die na het verdrijven van Saddam Hoessein nation building als doel kreeg. Wat niet bepaald is gelukt.

Ik herinner me de persconferentie van de commissie-Davids die onderzoek had gedaan naar die politieke steunverlening. ‘Davids’ had werkelijk snoeiharde kritiek op het kabinet, ook toen al met Balkenende als minister-president. Het parlement was die politieke steunverlening in gerommeld: het kabinet had verzuimd de Kamerleden te vertellen dat die steun impliciet al was gegeven door Nederlands Patriot-luchtverdedigingssysteem te stationeren in Turkije.

En wat vertelde toenmalig pvda-Kamerlid Martijn van Dam over de gang van zaken rond de eerste verlenging van de Afghanistan-missie, nadat zijn partij zich tegen een tweede verlenging had gekeerd? ‘Ik was astonished toen mensen van de navo en Australiërs mij vertelden dat onze diplomaten en onze mensen van defensie nooit hadden uitgestraald dat we weg zouden gaan in 2008.’ De Kamer was ook die verlenging in gerommeld. Herinnert u zich nog wat Nederland daarvoor terugkreeg? Nederland mocht aanschuiven bij de top van de G20, de twintig belangrijkste landen in de wereld.

Schokkend vond ik ook dat het kabinet in 2003 ten tijde van de inval in Irak niet eens had gediscussieerd en nagedacht over ‘de weerslag van dit soort acties op de Arabische wereld’, zoals de commissie-Davids concludeerde.

Bovenstaande geeft in vogelvlucht inzicht in de Nederlandse missiedrift van de afgelopen achttien jaar. Zonder de val van Srebrenica dus, omdat dit eerder was. Maar ook na deze missies met hier in Nederland politieke gevolgen. En in de twee landen waar deze missies zich op richtten veel doden en gewonden, ook onder de uitgezonden Nederlanders, maar zonder dat de in mooie woorden uitgedrukte doelen werden gehaald.

Het overheersende beeld dat oprijst, maakt mij teleurgesteld en kwaad. Het defensie-apparaat is te missiebelust. Het kabinet weegt te veel het internationale aanzien mee en rommelt met het informeren van het parlement. Politieke voorstanders verpakken militair optreden in het buitenland met schone praatjes, zonder voldoende kennis van land, bevolking, onderlinge stammenoorlogen en cultuur. En Nederlandse politici struikelen dan wel over dit soort missies, maar de politiek leert er niet van. Een vraag aan hen: denkt u werkelijk dat u de internationale rechtsorde met deze missiedrift een dienst bewijst?