Moslims kerstenen in Indonesie

Missiewerk

De Zuid-Koreaanse regering heeft de Taliban beloofd geen zendelingen meer naar Afghanistan te laten gaan. De Taliban lieten 19 Zuid-Koreanen vrij. Ook in Indonesië willen buitenlandse evangelische stichtingen moslims bekeren. Veelal under cover.

JAKARTA – Met messen en stokken stonden de jongens klaar om hun Hoge School voor Theologie (stt) in het oosten van Jakarta te verdedigen. De meisjes zaten bijeen om te bidden. Aanleiding was een demonstratie van buurtbewoners, voor het overgrote deel moslims. Zij zijn bang dat de school hun kinderen zal proberen te bekeren. Het afgelopen jaar liep de buurt al tot vier keer toe te hoop tegen de onderwijsinstelling. Schreeuwend werd onmiddellijke sluiting geëist. Op de campus werd een slaapvertrek in aanbouw in brand gestoken. Veel moslims zijn bang voor de missiedrang van christenen. Dat is de belangrijkste reden voor de gewelddadige kerksluitingen van de afgelopen jaren.

Voor stt en tientallen evangelische organisaties als de New Tribes Mission, Partners International en de Alpha Omega Society is het moeilijk die vrees weg te nemen. Ze willen inderdaad niets liever dan iedereen winnen voor het ‘ware’ geloof. Ook bij de school stt draait alles om evangelisatie, indachtig het zendingsbevel uit Mattheüs 28:19, de opdracht van Jezus om alle volken tot zijn discipelen te maken. De ruim duizend leerlingen worden opgeleid om uitgezonden te worden naar door de school geselecteerde plaatsen in Indonesië om er kerken te stichten en het evangelie te verkondigen. De school is ambitieus. In 2030 moeten er twaalfduizend evangeliërs zijn opgeleid, zevenduizend nieuwe dorpen zijn bereikt en drie miljoen verse bekeerlingen zijn gewonnen voor het christendom.

Volgens stt-docent en theoloog Dik Mak tasten moslims in het duister. Hij wil ze uit die duisternis helpen. De koran noemt hij ‘a trick of the devil’, een verdraaiing van de bijbelse vertellingen. ‘Als ik een moslim ontmoet, een toegewijd en gelovig man, dan denk ik soms: jij staat precies als ik in het geloof. Met alle overtuiging. Maar je zit verkeerd, je bent misleid. Dat vind ik vreselijk.’

De stt richt zich net als vele andere organisaties voornamelijk op Papoea en Kalimantan en de bevolkingsgroepen die nog niet met een georganiseerd geloof in aanraking zijn gekomen. (Animisme wordt daar niet onder gerekend.) Soms wordt een leerling door de schoolleiding gevraagd om te werken onder moslims. ‘Contextueel evangelisme’, heet dat in missiejargon.

stt-student Jonni, een schriel ventje van begin twintig, heeft net zijn stagejaar in Bandung op West-Java afgerond. De eerste maand werd hij onderwezen in het Sundanees, in de lokale gebruiken en over de behandeling van tuberculose. Jonni werd ondergebracht bij een lokale ngo die zegt gespecialiseerd te zijn in de behandeling van tuberculose. In werkelijkheid is het doel van deze ngo mensen van de ziekte islam en ongelovigheid te verlossen. De gezondheidscentra weten niets van de evangelische missie. De naam van de ngo kan Jonni om veiligheidsredenen niet geven.

Jonni nam de patiëntbezoeken in gevangenissen en op het platteland voor zijn rekening. ‘Als er iemand ziek werd in de gevangenis, dan riep de bewaking mij. Ik vroeg patiënten eerst naar hun klachten en behoeften en bracht het gesprek allengs op het werk van Jezus. Ik noemde Jezus bij zijn Arabische naam, zoals hij in de koran wordt genoemd: Isa Almasih. Isa betekent profeet. Ik vertelde dan dat Jezus niet alleen een profeet is, maar ook de verlosser. De meeste patiënten weten weinig of niets van de islam. Isa Almasih is meestal wel bekend. Tegen het einde van elk bezoek vroeg ik of ik voor de patiënt kon bidden en wat ik Allah dan mocht verzoeken. Ik sprak Allah uit op zijn Arabisch. Meestal moest ik bidden voor herstel of geld. Als we samen baden, zat ik in de islamitische bidhouding, met de handpalmen open. Als ik klaar was, vroeg ik de patiënt of hij mij wilde volgen in gebed. Ik richtte me dan tot Isa Almasih en de patiënt zei mij na.’

Het werk gebeurt niet alleen om veiligheidsredenen under cover. In Indonesië is het bekeren van moslims verboden. Drie vrouwen in West-Java kregen in 2005 gevangenisstraffen van drie jaar, omdat er moslimkinderen werden aangetroffen op hun zondagsschooltje. De rooms-katholieke kerk heeft zich bovendien tijdens het tweede Vaticaanse Concilie uitgesproken tegen het ‘langs slinkse wegen’ overhalen van mensen. Mensen zonder formele opleiding of in afhankelijke posities mogen volgens de katholieke kerk niet actief benaderd worden.

Hoewel theoloog Dick Mak moeite heeft met het ‘contextueel evangelisme’, weet hij niet hoe je anders die gesloten gebieden in moet komen. ‘Bovendien’, zegt hij, ‘wie ben ik om erover te oordelen?’ Hij noemt het geloof ‘een persoonlijke keuze’. ‘Maar het voor mijzelf houden, kan ik niet’, zegt hij. ‘Dat zou ik asociaal vinden. Daarvoor is het geloof te mooi. Ik wil het anderen aanbieden opdat ze erin kunnen delen. En het eeuwige leven kunnen ervaren.’