Mister derde weg

VELEN WREVEN zich even de ogen uit of knepen zichzelf in de arm toen hij 12 januari jl., tijdens de presentatie van Frits Bolkesteins anticommunistische schotschrift Onverwerkt verleden, opeens opdook op het podium van Paradiso. Een oude man, met een enorme krachtsinspanning achter het katheder geklommen om de VVD-leider en diens massale gehoor eens duchtig te onderhouden over de ware gevaren die de mensheid bedreigen, zoals daar zijn: de Paus, Otto von Habsburg, en het revanchisme van het Duitse militair-industrieel complex. Heer Bolk keek besmuikt zwijgend voor zich uit, zich kennelijk niet bewust van de identiteit van de oude man die hem daar met geheven vuist en donderend stemgeluid de les stond te lezen. Maar bij vele andere oudgedienden ging er een lichtje op. Jawel, het was hem: Johan Riemens, uitvinder van de Derde Weg, peetvader van de PSP, oprichter van de EVP, dissident van links Nederland. Hij had de strijd dus toch nog niet opgegeven.

Decennia lang was Johan W.E. Riemens een vast verschijnsel op elke politieke samenkomst van enig cachet, steevast met walmende pijp en een stapel verse pamfletten onder de arm. Jonge verslaggevers kregen een waarschuwing van hun chef: kijk uit voor Riemens, want als je eenmaal aan hem vastzat, kwam je niet meer van hem los. Behoudend Nederland, inclusief de PvdA, hield hem voor een fellow traveller van de Sovjetunie. Nederlandse communisten vervloekten hem juist als renegaat.
Riemens ging zijn eigen weg: de Derde Weg om precies te zijn, naar de nieuwe ideologie die hij in 1948 als dertigjarige presenteerde als enige uitweg van de mensheid uit de tang van despotisch kapitalisme en communistische dictatuur. Jezus, Boeddha, Albert Schweitzer, Tolstoj en andere mystiek aangedreven wereldverbeteraars waren zijn grote voorbeelden. Zijn boek Universele democratie: De Derde Macht uit 1948 stond in die traditie. Als beweging kreeg de Derde Weg in de jaren vijftig grote bekendheid, niet in de laatste plaats door de hartstochtelijke steun die Riemens in de kolommen van het Derde Weg-blad uitsprak voor Juliana in de paleisoorlog met Bernhard tijdens de zogeheten Greet Hofmans-affaire. Volgens hem was de vorstin een martelares van de dekolonisatie-beweging. Stapels exemplaren van de Derde Weg gingen linea recta naar Juliana’s vleugel op Soestdijk. Het Parool, helemaal in Bernhard, maakte Riemens uit voor gevaarlijke marxist in evangelische camouflageverpakking. Riemens: ‘Maar uit kringen direct rond de koningin begreep ik later dat ik het bij het rechte einde had’.
De Derde Weg stierf datzelfde jaar toch nog een vroege dood. De Russische onderdrukking van de Hongaarse opstand liet geen plek meer voor Riemens’ uitweg. Het was voor of tegen, meer niet.
Maar Riemens ging stug door. Met enige regelmaat werd weer een nieuw initiatief van hem verwelkomd: het Martin Luther King Centrum voor de Vrede, de Evangelische Solidariteitspartij, de Evangelische Volkspartij van Cathy Ubels. Maar langzaam ging zijn verschijning in rook op.
Als door een experiment met de tijdmachine werd hij daar in Paradiso in januari opeens terug in de politieke arena geslingerd. Voorwaar, een magische herrijzenis. Direct na afloop van de happening in Paradiso spoedde Riemens zich naar Bolkestein om hem een van zijn boeken te overhandigen: 'Hier heb je mijn levensverhaal, een verwerkt verleden’, zei hij er nog bij. Heer Bolk volhardde in zijn aandachtboycot en liet het gegeven boek achter op tafel terwijl hij haastig Paradiso verliet.
TIEN MAANDEN LATER, aan de vooravond van zijn tachtigste verjaardag (23 november), is Johan Riemens nog steeds verontwaardigd als hij terugdenkt aan die gedenkwaardige avond. In zijn ogen is Bolkestein een politieke vandaal, en diens spraakmakende boek Onverwerkt verleden - over de vermeende collectieve schuld van links aan Stalins Goelag-archipel - een poging tot geschiedvervalsing van de eerste orde. De Grote Leugen van Frits Bolkestein, zo doceert hij, is dat hij de ontstaansgronden van het communisme ontkent: de ellende van drie eeuwen kapitalisme, imperialisme en monarchisme worden door de gewezen voorganger van liberaal Nederland onder het tapijt geveegd. 'De dictatuur onder Lenin was een reactie op het verschrikkelijke bewind van de tsaren’, aldus Riemens. 'Maar daar hoor je Bolkestein niet over. Hij scheert alles dat zich verzette tegen het heilloze kapitalisme over één kam, namelijk die van de stalinistische dictatuur. Alsof er nooit een Gandhi heeft bestaan, of een Martin Luther King, of een Tolstoj, grote figuren die hun leven ook wijdden aan de bestrijding van het kapitalisme zonder door te schieten in een even draconische dictatuur van het proletariaat. Op de puinhopen van de barbarij van de Eerste Wereldoorlog groeide er in de hele wereld een nieuwe politieke stroming, die ik in mijn boek uit 1948 heb beschreven als de Derde Weg. Maar Bolkestein ontkent domweg dat die bestaat. Hij wil niets van kritiek op de vrije-marktideologie horen. Als Bolkestein eerlijk was geweest, dan had hij de Liberale Internationale, waarvan hij nog steeds voorzitter is, allang omgedoopt tot de Kapitalistische Internationale. Want met het ware liberalisme hebben zijn opvattingen niets van doen.’
Ik spreek de levende legende van links Nederland in diens met geschiedenisboeken afgeladen huis op het Kattenburg in Amsterdam. Direct naast zijn woning is de Spinoza Academie voor Vreedzame en Leefbare Wereldpolitiek gevestigd, Riemens’ meest recente initiatief. De academie, zo vertelt hij, wordt gefinancierd uit de opbrengsten uit de verhuur van het Lloyd’s hotel, de voormalige Amsterdamse jeugdgevangenis die Riemens’ organisatie van wijlen Jan Schaefer als tijdelijk beheerder toegewezen kreeg. Door het te laten beheren door een non-profitorganisatie wilde de gemeente indertijd voorkomen dat het complex gekraakt werd. Binnenkort eindigt het arrangement en moet Riemens het complex teruggeven. Dan droogt gelijk ook de inkomstenbron van de Spinoza Academie op. De hoogste tijd dus voor actie.
DE AFGELOPEN TIJD is daar wegens ziekte weinig van terechtgekomen. Riemens worstelt vanaf zijn kinderjaren met een vorm van bottuberculose in de heup, die hem jarenlang op bed dwong. Daarnaast kreeg hij op zijn oude dag last van zijn hart. Momenteel is zijn toestand stabiel. De laatste kans om zijn droom te vervullen. Riemens hoopt zijn Academie nog tijdig te kunnen activeren. Het moet het zenuwcentrum worden van een alternatieve politiek, waar met behulp van Internet en een mondiaal netwerk van geestverwanten de aanzet kan worden gegeven tot een herziene geschiedschrijving van de twintigste eeuw. 'Er zijn zo veel mythen en leugens die ontward moeten worden, zo veel dat moet worden rechtgezet’, verzucht hij. 'Alleen al over het rampjaar 1989, toen Michail Gorbatsjov als uitgesproken representant van de Derde Weg in zijn politiek van geleidelijke perestrojka werd verraden door Helmut Kohl, kun je een bibliotheek volschrijven. Als Gorbatsjov zijn geleidelijke perestrojka had kunnen voortzetten, was de wereld van heel wat rampspoed gered. Maar zijn politiek werd opgeofferd aan het Duitse revanchisme. Gorbatsjov moest het veld ruimen voor de opportunist Jeltsin.’
De grote tragiek van Johan Riemens is dat anderen telkens aan de haal gingen met zijn ideeën, terwijl hij zelf werd uitgerangeerd. Wie zijn in 1996 verschenen levensbeschrijving ter hand neemt (geschreven door ex-Groene-redacteur Maarten van Dullemen en uitgegeven door de Spinoza Academie), wordt het al snel zwaar te moede. Het leven van een oprechte idealist blijkt bepaald niet over rozen te gaan. Zo stond Riemens direct na de oorlog aan de wieg van de Vereniging Nederland-Indonesië, een dwars door de politieke partijen heen opererend pressiegezelschap dat aandrong op erkenning van de Indonesische onafhankelijkheid. In de oorlogsjaren had Riemens, kind van een pacifistisch ingesteld onderwijzerskoppel, als student tuinbouw in Wageningen een lans gebroken voor het Indonesische onafhankelijkheidsstreven. Multatuli was zijn grote voorbeeld, Max Havelaar een soort persoonlijke bijbel. 'Als wij als Nederlanders een bijdrage willen leveren tot een vreedzame wereld na de bevrijding van de Duitse bezetters en het einde van de Tweede Wereldoorlog, dan moeten wij tot een andere verhouding met onze kolonie Neerlands-Indië komen, dan moeten wij het kolonialisme afschaffen’, zo sprak Riemens in 1941 op een vergadering van studentenvereniging Unitas.
Dat was ter ore gekomen van Indonesische studenten in Nederland, te weten de latere staatsmannen Hatta en Sjahrir. In overleg met hen richtte Riemens direct na de Duitse bezetting de Vereniging Nederland-Indonesië op. Die was een groot succes, met als hoogtepunt een door 20.000 mensen bezochte samenkomst in de Amsterdamse markthallen in februari 1946. Het initiatief werd breed gedragen, van vooruitstrevende katholieken, sociaal-democraten tot de CPN. Illustere figuren als Jef Last, prof. W.F. Wertheim, dominee Buskes, Henk Gortzak en Henk van Randwijk zaten in de adviesraad.
Riemens: 'Door toedoen van CPN-leider Paul de Groot werd ik onder valse beschuldigingen van financieel wanbeheer uiteindelijk weggestuurd als secretaris. Ik werd vervangen door Wim Klinkenberg, linkerhand van Paul de Groot op de redactie van De Waarheid. Dat betekende gelijk het einde van de vereniging, die tegenwoordig trouwens helemaal uit de geschiedenisboeken lijkt geschrapt.’
HET WAS DE voorbode van wat zou uitgroeien tot een vast patroon. Nadat Riemens in 1947 uit woede over de zogeheten 'politionele acties’ in Indonesië zijn lidmaatschap van de PvdA had opgezegd, ondernam hij de eerste stappen op weg naar de vorming van een partij op pacifistisch-socialistische grondslag. Zijn grote voorbeeld was Mahatma Gandhi, door Churchill geringschattend omscheven als 'die halfnaakte fakir’, maar volgens Riemens het levende bewijs dat er wel degelijk een glorieuze toekomst mogelijk was voor de pacifistische politiek van de Derde Weg. 'Dankzij Gandhi is de onafhankelijkheidsstrijd voor India - de grootste kolonie van de grootste kolonisator - vrijwel geweldloos verlopen. Dat alleen al toonde aan dat het pacifisme een politieke factor van enorm belang was geworden.’ Toen de PSP in 1958 eindelijk gereed was voor een gooi naar zetels in de Tweede Kamer, moest Riemens onder grote druk van sommigen van zijn kersverse partijgenoten op het laatste moment zijn (verkiesbare) plek op de tweede plaats op de kieslijst laten varen.
Veel later, in de jaren zeventig, was het weer raak toen Riemens uit mededogen met de heroïneverslaafden die de binnenstad van Amsterdam in steeds groteren getale begonnen te bevolken, de Medische Dienst Heroïne Gebruikers (MDHG) oprichtte. Toen de MDHG erin slaagde om gesprekspartner van de gemeente te worden in onderhandelingen over medische verstrekking van heroïne (toen al!), werd Riemens haastig uit zijn eigen bestuur gewipt door streetcornerworker August de Loor. De MDHG ging verder door het leven als de Junkiebond, een naam die Riemens overigens nog steeds pijn aan de oren doet vanwege de fatalistische bijklank.
Op persoonlijk gebied kampte Riemens ook met menige tegenslag. Na zijn gedwongen vertrek bij de Vereniging Nederland-Indonesië begon hij in samenspraak met zijn vrienden op de Indonesische ambassade in Den Haag een nachtclub voor diplomaten op de Haagse Kneuterdijk, direct naast het paleis waar Juliana haar eerste schreden buiten het ouderlijk huis zette. Dat was in 1952. Op die manier wilde hij werken aan een toenadering tussen Nederland en het Indonesië van Soekarno, van vitaal belang omdat de crisis rondom Nieuw-Guinea begon op te spelen. In den beginne was het een doorslaand succes, niet in de laatste plaats omdat vele diplomaten in de 24 uur per dag draaiende club pal naast de Indonesische ambassade hun liefdesnest opsloegen. Het feest kwam echter snel tot een einde. Na drie maanden moest de diplomatensociëteit Balai Pertemuan na tegenwerking van Soekarno ('Die was uit op oorlog, niet op toenadering’, zegt Riemens) en het Haagse gemeentebestuur de deuren sluiten. Datzelfde jaar, 1953, liet Riemens zich scheiden; van zijn gewezen echtgenote hoorde hij jaren later dat ze prompt na de scheiding was benaderd door de BVD, met de vraag of ze iets belastends over hem kon verklaren.
ALS COMPENSATIE voor het verlies van zijn diplomatenclub kreeg Riemens een post aangeboden als politiek documentalist op de Indonesische ambassade. Het was, zegt hij nu, de meest rustige periode uit zijn leven, waar in 1957 echter onverhoeds een einde aan kwam: Soekarno haalde zijn diplomatieke vertegenwoordiging weg uit Nederland en Riemens stond weer op straat. Een nieuw avontuur begon: Riemens werd gevraagd om directeur te worden van het Joegoslavisch Verkeersbureau. Op het Singel huurde hij een representatief grachtenpand. Hij ondernam talrijke reizen naar het land van Tito, maakte er goede vrienden, maar enkele jaren later kreeg Riemens toch weer het deksel op zijn neus: Belgrado verordonneerde dat het nationale verkeersbureau niet door een buitenlander kon worden geleid. Riemens veranderde het kantoor haastig in een Joegoslavisch restaurant, waar hij zelf met behulp van forse doses slivovitsj probeerde te ontsnappen aan (financiële) depressies en waar hij regelmatig met de tamboerijn kon worden gezien tussen de Balkan-muzikanten.
Het was de eerste stap naar een persoonlijk faillissement, dat in 1968 daadwerkelijk werd uitgesproken. Aan zijn passie voor Joegoslavië hield hij, behalve torenhoge schulden, opvattingen over de politiek op de Balkan over die hem in de jaren negentig, met het uitbreken van de oorlog op de Balkan, wederom tot dissident zouden maken. 'Het heeft mij pijn gedaan te zien hoe de Serviërs, de grote steunpilaren van de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog, in de steek zijn gelaten door hun voormalige bondgenoten. In het spoor van Duitsland, dat er als de kippen bij was om het door de clericale fascist Tudjman uitgeroepen onafhankelijke Kroatië te erkennen, heeft men de Serviërs in het verdomhoekje gezet. De paus deed de rest, met zijn ene na de andere heiligverklaring van fascistische Franciscaner geestelijken die in 1940-45 geestdriftig hadden meegewerkt aan de holocaust. Het was de ene na de andere provocatie die de Serviërs over zich heen kregen. Voor de gevolgen had ik al gewaarschuwd in mijn boek Joegoslavië, het land van Tito, een onscheidbare Siamese tweeling. Het werd een bloedbad.’
VANAF HET PRILLE begin van zijn loopbaan in de politiek waarschuwt Riemens tegen het revanchisme in Duitsland, dat in zijn ogen sinds 1918 een bloedrode draad is in het Europese krachtenspel. De oorlog in Joegoslavië in de jaren negentig ziet hij in datzelfde verband. Vandaar ook dat hij verleden jaar een fel getoonzet manifest publiceerde, gericht tegen schrijfster Tessa de Loo, die in een rede haar verbazing had uitgesproken over hoe Duitsland - het land van Goethe, Schubert en Bach - in de jaren dertig had kunnen transformeren in het nazi-rijk. Maar er was helemaal geen sprake van een plotselinge verandering, aldus Riemens in zijn schotschrift. De wortels van het Duitse autoritaire militarisme gingen terug naar Bismarck en ze zijn volgens hem nog steeds van invloed.
Riemens: 'De geschiedenis van deze eeuw kan slechts begrepen worden als men rekening houdt met de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en haar gevolgen. Zonder Wilhelm II geen Hitler. Het idee dat Tessa de Loo opperde als moest de Hitler-periode in Duitsland worden opgevat als een geïsoleerde tragedie, stuitte mij tegen de borst.’
Met de Derde Weg lijkt het inmiddels beter te gaan, zo constateert Riemens met enige tevredenheid. Zowel Tony Blair, Bill Clinton als Gerhard Schröder belijden ieder op hun eigen manier een variant van de Derde Weg, al gaan ze lang niet zo ver als Riemens zou willen zien. 'Blair komt er het dichtste bij, maar die heeft zijn politieke opvoeding dan ook van de Fabian Society, de ethische socialisten door wie ikzelf ook ben beïnvloed. De Derde Weg is de enige uitweg die de mensheid heeft, anders stevenen we af op een totale destructie. Een optimist ben ik niet - ik vrees dat de kans op genezing van de mensheid voor negentig procent reeds verkeken is - maar we moeten ons vastklampen aan die laatste tien procent hoop die resteert. Zelf ben ik in mijn leven ook heel wat keren opgegeven door de dokters. En ik ben er nog.’