Mister kasjmir

Zal de Pakistaanse legerleider Pervez Musharraf na zijn staatsgreep (opnieuw de confrontatie zoeken met erfvijand India, met alle risico’s (van nucleaire escalatie vandien? De prognose is alvast niet goed.

ER ZIJN STATEN die nauwelijks die naam verdienen, ook al verbergen ze hun schaamte achter een vlag, een volkslied en een grondwet. Landen als Birma, Albanië of Congo/Zaïre zijn zwarte gaten in het statenstelsel, gebieden waar de macht als persoonlijke bron van inkomsten geldt en waar de burger voor zijn overleving op zichzelf is aangewezen. Hun staatkundige rol is een afgeleide van buitenlandse belangen. Ze fungeren als uitvalsbasis voor de grootmachten, als doorvoerhaven voor drugs en wapens of als wingewest voor investeerders, al dan niet opererend onder humanitaire dekmantel. De kleinere (Somalië, Bosnië) doen dienst als morele aftrekpost voor westerse politici. De grotere (Pakistan, Nigeria) zijn vaak onbekrompen afnemers van de wapenindustrie, zodat hun begrotingspercentage voor defensie gelijke tred houdt met het percentage analfabeten. Ze houden soms jarenlang de schijn op, maar tijdens machtswisselingen komt de waarheid aan het licht: het zijn failed states - staten die politiek, economisch en moreel failliet zijn.
In Islamabad brak vorige week zo'n moment van de waarheid aan. Het straatarme Pakistan heeft net een grensoorlog met India verloren. In delen van het land woedt een burgeroorlog, de overheid verdrinkt in de buitenlandse schulden en veel burgers lijden voor het eerst in lange tijd honger. De legitimiteit van overheidsorganen is ge smoord in corruptie en ook in moreel opzicht staat het land op instorten. Voor veel burgers is de sociale band, het onmisbaar bindweefsel van elke samenleving, een pure gebruiksrelatie geworden. Slavernij, kinderarbeid, verkrachting en vrouwenmoord hebben de omvang van een ‘nationale crisis’ (Human Rights Watch) aangenomen.
Onder die omstandigheden besloten enige politici, grootgrondbezitters en officieren eens lekker te gaan stoeien om de macht. Premier Nawaz Sharif, een zetbaas van het leger die zijn positie dankte aan zijn familie, zijn zakeninstinct en enige zwaar gemanipuleerde verkiezingen, waag de het zijn stafchef Pervez Musharraf te ontslaan. Het Pakistaanse leger is doortrokken van een mannelijkheidscultuur die de meeste officieren reduceert tot hormoongestuurde projectielen, zodat een dergelijke demotie gelijkstond aan castratie. Musharraf nam het niet. Zijn opvolger werd net feestelijk aan de tv-camera’s getoond toen het beeld werd weggedraaid voor een militair communiqué: Sharif was op zijn beurt aan de kant gezet.
Vrijwel niemand was geschokt. De meeste Pakistani hebben het te druk met overleven. Sharif had na zijn schijnverkiezing vorig jaar - waarvoor slechts een kwart van de kiezers was komen opdraven - alleen maar vijanden gemaakt. Aan de andere kant juichte vrijwel niemand de staatsgreep toe. Hij werd voornamelijk begroet door islamitische groeperingen die diep in het Pakistaanse leger zijn geïnfiltreerd. Sharifs politieke rivalen (Benazir Bhutto, Imran Khan) applaudisseerden beschaafd en boden het nieuwe regime hun diensten aan, in het besef dat zij zelf hun beste tijd hebben gehad.
Sindsdien is het stil in Islamabad. Musharraf schijnt plannen te koesteren voor een overgangsregering van militairen en technocraten, maar hij lijkt niet te weten wat hij wil. Hij zegt dat hij de corruptie wil aanpakken, maar tot nog toe beperkt die aanpak zich tot het ontmantelen van het zakenimperium van de Sharifjes. Hij heeft beloofd dat de democratie zal worden hersteld, maar hij zei er niet bij op welke termijn. De rest van de wereld dreigt intussen halfhartig met sancties en vraagt zich in gemoede af of het iets uitmaakt. De voornaamste zorg betreft het pasverworven Pakistaanse kernwapen. Zal Musharraf opnieuw de confrontatie zoeken met erfvijand India, met alle risico’s van nucleaire escalatie vandien? De prognose is alvast niet goed. Het telkens oplaaiende conflict met India is zo langzamerhand het enige middel om het land bijeen te houden.
WELBESCHOUWD WAS Pakistan failliet vanaf de eerste dag. Het land werd in 1947 gesticht door de Moslim Liga, de islamitische tegenhanger van de Indiase Congrespartij. De leider van de Liga, de briljante advocaat en redenaar Mohammed Jinna, zette de terugtrekkende Britten voor het blok: de moslims moesten een eigen thuisland krijgen omdat ze in het postkoloniale India niet veilig waren. Jinna kreeg zijn 'Land der Zuiveren’ - ten koste van een half miljoen doden - maar het heeft nooit meer dan eenderde van alle moslims van het subcontinent geherbergd. Erg veilig waren ze er ook al niet, zelfs niet voor hun eigen leiders. Pakistan is ontworpen als eenheidsstaat, maar wordt van meet af aan verscheurd door tribale tegenstellingen tussen Baloechis, Pathanen, Punjabi, Sindi en andere groepen.
Een dieptepunt in deze ontwikkeling was de afscheiding in 1971 van Oost-Pakistan - sindsdien Bangladesh - na een uiterst bloedige burgeroorlog. De tribalisering van de Pakistaanse politiek is zo dwingend dat zelfs de Mohajirs, de van oorsprong Indiase moslims, zichzelf een 'eeuwenoude’ groepsidentiteit hebben aangemeten om het spel mee te kunnen spelen.
De grootste religieuze tegenstelling is die tussen de soenitische meerderheid (tachtig procent) en de shi'itische minderheid. De confrontatie tussen die twee gemeenschappen is sinds de Iraanse revolutie en de strijd om Afghanistan geëscaleerd, maar binnen elke gemeenschap woedt ook nog eens een richtingenstrijd die niet zelden op straat wordt uitgevochten. De islam is geen bindmiddel gebleken, hij heeft het land juist verdeeld. Elke nieuwe poging om de Pakistaanse wet in overeenstemming te brengen met de koran leidt tot verscherping van de religieuze twisten. Het is maar één van de vele paradoxen van Pakistan. In naam is het een democratie, in werkelijkheid maakt de legertop de dienst uit. En dat komt weer doordat Pakistan in naam een ongebonden land is, maar in werkelijkheid gedurende tientallen jaren een volgzame bondgenoot van de Verenigde Staten is geweest. In het kader van de Koude Oorlog overlaadde Washington het Pakistaanse leger met wapens. Toen George Bush in 1990 zijn handen van Pakistan aftrok, was het leger een staat binnen de staat geworden.
'WAT IS DAT VOOR een land dat wordt bijeengehouden door moella’s, wapens en de nieuwste marteltechnieken uit het Westen?’ schreef Tariq Ali, trotskist en een van de vele Pakistaanse intellectuelen in ballingschap, in zijn boek Can Pakistan Survive? (1983). Als analyticus heeft Ali goede papieren omdat hij in een eerder boek, Military Rule or People’s Power (1970), de afscheiding van Oost-Pakistan had voorzien. Naar aanleiding van de gebeurtenissen van vorige week steekt hij zijn verbittering niet onder stoelen of banken: 'Het rottingsproces gaat maar door. Pakistan heeft zijn bevolking nooit gratis onderwijs of gezondheidszorg kunnen bieden, maar in het verleden kon het de armen tenminste nog voedsel verschaffen tegen gesubsidieerde prijzen en onschuldige burgers beschermen tegen zinloze moordpartijen. Die tijd is voorbij. Alles stort in elkaar. Een land dat miljarden besteedt aan zijn nucleaire wapenarsenaal, dwingt zijn armen om gras te eten. Het zelfmoordcijfer onder de armen, tot waanzin gedreven door alle tekorten, is de laatste tien jaar dramatisch gestegen. In januari stak een wegwerker in Hyderabad, die al twee jaar geen loon had ontvangen, zichzelf in brand op de stoep van de Persclub. Hij liet een briefje achter: “Ik heb niet het recht te leven. Maar ik weet zeker dat het vuur van mijn lichaam op een dag zal overspringen naar de huizen van de rijken”.’
De internationale twijfel omtrent het nut van protesten en sancties is terecht. Hoewel Musharrafs staatsgreep weinig ten goede zal keren, zou een terugkeer van Sharif of een andere burger-politicus geen wezenlijk verschil uitmaken. Gegeven de rigide machtsverhoudingen in Pakistan kan er op korte termijn niets veranderen, zelfs niet in retorisch opzicht. De legerleider wekt de indruk dat hij grote schoonmaak wil houden onder corrupte politici. Het is het oude liedje waarmee ook Sharif, zijn voorganger Benazir Bhutto, háár voorganger generaal Zia en al die anderen aan de macht kwamen, om vervolgens hun eigen zakken en die van hun familie en vrienden te spekken. Het is onwaarschijnlijk dat Musharraf die verleiding kan weerstaan, al is het maar omdat hij een schare van bondgenoten en volgelingen moet bedienen. Daarbij is het Pakistaanse leger zelf één van de grootste bedrijven van het land, met belangen in onder meer de energievoorziening, infrastructuur, wapenhandel en uiteraard de drugshandel. Gezien de nabijheid van de Afghaanse papaverpotten moet die laatste factor niet worden onderschat. Toen de Taliban, getraind en bewapend door de Pakistaanse militaire inlichtingendienst ISI, enkele jaren geleden hun vaderland heroverden, bestond hun eerste gevechtsdaad uit het ontzetten van een drugskonvooi van Pakistaanse officieren.
Musharraf dankt zijn schijnbare legitimiteit eigenlijk maar aan één ding: hij was een groot pleitbezorger van de Pakistaanse inval in Kasjmir afgelopen zomer. Die operatie weerlegde in één klap alle theorieën omtrent de preventieve werking van kern wapens. Het Indiase leger is altijd ongeveer tweemaal zo groot geweest als het Pakistaanse, maar door de zo pas verworven status van kernmacht van beide landen heeft Pakistan voor het eerst in zijn geschiedenis een strategische pariteit met India. Het is onduidelijk hoeveel van hun kernwapens precies functioneel zijn, maar volgens een studie van de universiteit van Illinois zou een kernoorlog ongeveer zeventien miljoen Pakistaanse en vijfendertig miljoen Indiase levens eisen. Juist vanwege die dreiging kon de Pakistaanse legertop het zich veroorloven om een gemengde strijdmacht van mujahedin in Kasjmir binnen te loodsen. India zou een escalatie van de strijd tot een totale oorlog immers ten koste van alles willen vermijden?
HET WAS SPELEN met vuur. En het spel is nog lang niet uit, ook al heeft Musharraf bevolen dat een deel van de reguliere troepen van de Pakistaans-Indiase grens wordt teruggetrokken. Musharraf is een kind van de afscheiding van 1947. Hij maakte als onderofficier de vernedering van 1971 mee en heeft als zovelen van zijn generatie gezworen dat hij Kasjmir van het Indiase juk zou bevrijden. Daar komt bij dat hij de eerste Pakistaanse opperbevelhebber is die geen Amerikaanse opleiding heeft genoten en dus niet gevoelig is voor de matigende invloed van Washington. En bovenal moet hij rekening houden met de wijzigende samenstelling van het Pakistaanse leger, dat geen monolithische organisatie meer is zoals tien jaar geleden. Het wordt van alle kanten geïnfiltreerd door islamistische groeperingen met wortels in Afghanistan en geldschieters in de Arabische wereld. De Soldaten van Mohammed, de Soldaten van Medina, de Soldaten van de Vier Eerste Kaliefs leverden de mankracht voor de inval in Kasjmir en dringen nu aan op nieuwe interventies. Hoge officieren verklaren de laatste tijd openlijk dat kernwapens niet verschillen van andere terreurwapens en dat God hun gebruik in het belang van de islam rechtvaardigt. Het Pentagon mag dan vinden dat de Pakistaanse kernwapens bij Musharraf in goede handen zijn, maar de geruststelling geldt letterlijk tot nader order.