Profiel: Ferry Hoogendijk

Mister Schnabbel

Langzaam maar zeker groeit Ferry Hoogendijk uit tot de nieuwe sterke man van de Lijst Pim Fortuyn. In de interne strijd om de macht lijkt de oud-hoofdredacteur van Elsevier de hoogste ogen te gooien. LPF-fractievoorzitter Mat Herben is aangeschoten wild sinds de Volkskrant hem betichtte van chantagepraktijken rondom het vermeende drugsgebruik van de vermoorde lijsttrekker. De afdeling Zeeland van de LPF beschuldigde de oud-voorlichter van Defensie reeds van verkwanseling van het fortuyniaanse gedachtegoed vanwege zijn inspanningen ten aanzien van de Joint Strike Fighter en sleepte er en passant ook nog eens zijn maçonniek belaste verleden bij. Collega-veteraan Jim Janssen van Raay begint al wild om zich heen te slaan door nu ook al Osama bin Laden en al-Qaeda te betrekken bij zijn conspiratietheorieën rondom de moord in het Mediapark. Pims eigenlijke tweede man, de mediamieke cosmetica-importeur João Varela, wordt behendig uit het licht van de camera’s gehouden en lijkt door de fractie belast met het dirty tricks-department, zoals het verplicht invoeren van de irisscan bij asielzoekers. Een optreden van de Kaapverdiaanse Rotterdammer bij Buitenhof werd op het laatste moment afgezegd, hetgeen ook al een veeg teken was.

De ster van vice-fractievoorzitter Hoogendijk stijgt echter iedere dag. Zowel Nova als Netwerk bracht afgelopen week een uitgebreid portret van het uit de nevelen van de jaren zeventig herrezen orakel van Rechts Nederland. Hoo gendijk is hard op weg naar ten minste een ministerschap, zo lijkt het. Netwerk filmde hem al cruisend door de wandelgangen van de Tweede Kamer, waarbij hij iedere blondine die zijn weg kruiste, probeerde te paaien met de belofte van een staatssecretariaat. Ferry Hoogendijk voelt zich kennelijk zeker van zijn zaak.

Afgelopen week boekte hij een grote overwinning met de liquidatie van het zittende LPF-bestuur, in de personen van John Dost en Peter Langendam. Het was Hoogendijk die als vice-voorzitter van de LPF in de Tweede Kamer de oorlog aan deze twee veteranen uit het Pim-kamp had verklaard. Door te dreigen met het vertrek van de voltallige Tweede-Kamerfractie van de LPF uit de partijgelederen — een nog nooit vertoonde soap opera in het parlement — wist Hoogendijk de twee Fortuyn-believers afgelopen week te manoeuvreren tot wat hij noemde «een Madame Tussaud-achtige functie». Met name Pims zakenvriend John Dost had tot dan toe hardnekkig verzet geboden. Volgens Dost was het conflict mede veroorzaakt door zijn voorstel als penningmeester aan de leden van de kamerfractie om vijftien procent van hun salaris te doneren aan de noodlijdende partijkas. Hoogendijk, in zijn vorig leven bij Elsevier gezegend met de bijnaam Mister Schnabbel, zou niet van een dergelijk politiek loonoffer gediend zijn geweest.

Dr. Ferdinand Alexander Hoogendijk (Gouda, 1933) is vanouds inderdaad gewend aan een hoge levensstandaard. Toen in 1982 zijn politieke ero-thriller In het holst van Hilversum verscheen, zijn literaire debuut, ontwaarden tal van critici autobiografische paralellen tussen hoofdpersoon John Zeller en de auteur. Net als in het boek speelde het leven van Ferry Hoogendijk zich af tussen de cocktailbars van Hilversum, Wassenaar, politiek Den Haag, Londen, Monaco, Parijs en de golfbaan in Valbanno aan de Côte d’Azur. «Die man leidt het leven dat het boek beschrijft», zo verzekerde een verontruste redacteur van Elsevier. «Het is een grote trektocht van Hilton-hotel naar Hilton-hotel.»

In het holst van Hilversum viel bij verschijning vooral op door de sterke erotische component. Hoogendijk had het boek tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk gecomponeerd en wellicht daarom stond het bol van warmbloedig proza waar de gemiddelde Elsevier-lezer niet zo aan gewend was («‹John laaf je aan mij! Ik ben jouw oase op dit moment.› Hun lichamen strengelden zich ineen. Ze vrijden lang en onvergetelijk. Een wild weerzien, als hadden ze elkaar na jaren weer gezien.»). «Boerenkoolstronkenseks», oordeelde Martin van Amerongen in Vrij Nederland, maar Henk van der Meyden in De Telegraaf riep Hoogendijk enthousiast uit tot de «Nederlandse Harold Robbins». De redactie van Elsevier rook bloed. De journalisten van het oerconservatieve weekblad schreven persgeschiedenis met een collectieve staking tegen hun chef, die zij onder meer hadden beticht van «autoritaire bluf, het ontbreken van een consistente beleidsvisie, schaamteloosheid, botheid, zelfoverschatting, gebrek aan ernst, belezenheid en goede smaak, ordinaire publiciteitsjagerij, gebrek aan integriteit en moreel wangedrag (binnen het redactiegebouw)».

Het Nieuwsblad van het Noorden vatte de redactionele klachten over Hoogendijk samen: «Hij is een etter, een gladjanus, een brutale, onbetrouwbare hond, een draaiklont, egotripper en streber. Hij maakt alles ondergeschikt aan zijn ambities. Hij is een manipulator en speelt mensen tegen elkaar uit. Met zijn vlotte babbel en boerenslimheid manipuleert hij mensen of speelt ze tegen elkaar uit.»

Na jaren te hebben gezwegen spoot de Elsevier-redactie een zware modderstroom richting Hoogendijk, die sinds 1966 lid was van de hoofdredactie en sinds 1975 functioneerde als algemeen hoofdredacteur. Zo werd hij beschuldigd van handjeklap met de voormalige Zuid-Afrikaanse minister van Informatie Eschel Rhoodie. Er kwam een transactie uit 1978 aan het licht, waaruit bleek dat Hoogendijk de promotor van de apartheid financieel had ondersteund door maar liefst driehonderdduizend gulden te betalen voor een zogeheten «exclusief interview». Volgens nooit uit de anonimiteit gekomen redacteuren van Elsevier kwam de deal voort uit de betrokkenheid van Hoogendijk en directeur Louis Leeman van Elsevier-uitgever Bonaventura bij de oprichting van To the Point, een internationaal gericht orgaan waarmee het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime zijn politiek wilde promoten.

De leiding van dit Engelstalige orgaan was in handen van oud-Elsevier-directeur Huub Jussen en oud-Elsevier-hoofdredacteur Martin W. Duyzings. Rhoodie moest in 1978 zijn land ontvluchten nadat een plaatselijke krant in het kader van het Muldergate-schandaal had bericht hoe hij betrokken was bij een wereldwijde omkopingszaak waarbij de Zuid-Afrikaanse regering in het geheim miljoenen rand had besteed om de wereldopinie ten gunste van de apartheid te beïnvloeden. Bij Elsevier had men de stellige indruk dat de heren bezig waren «een vlekje weg te werken», zo meldde Vrij Nederland.

Dat was niet het enige schandaal dat Hoogendijk met terugwerkende kracht over zich uit kreeg gestort. Ook zijn vendetta in 1976 tegen onder anderen PSP-kamerlid Bram van der Lek en PvdA-gemeenteraadslid Han Lammers, die Hoogendijk op grond van duistere bronnen had beschuldigd van hand- en spandiensten ten gunste van de KGB, had kwaad bloed gezet. Dat gold ook voor zijn verzwegen nevenfuncties, zoals een adviseurschap bij olieconcern Gulf (samen met Norbert Schmelzer van de KVP en AR-kamerlid Roolvink). Opeens werd alles aan Hoogendijk omstreden. Zelfs zijn proefschrift uit 1971 kwam alsnog onder vuur te liggen. In 1971 was Hoogendijk gepromoveerd tot doctor in de politieke wetenschappen met een studie genaamd Partijpropaganda in Nederland. Als paranimf had onder anderen Schmelzer opgetreden, en dat was aanleiding tot speculatie over wetenschappelijke fraude, daar het werkstuk van de promovendus zou behoren tot de allerslechtste proefschriften uit de Nederlandse academische geschiedenis. Al bij de promotie zelf hadden de als critici optredende prof. E. Diemer en prof. Van Deursen op ongebruikelijk felle wijze vraagtekens gezet bij het wetenschappelijke gehalte van een en ander.

Het thema «Herrie om Ferry» werd een wekelijks terugkerend aandachtspunt in de diverse persrubrieken. Telkens was de steen des aanstoots de wijze waarop Hoogendijk zijn persoonlijke politieke agenda had opgelegd aan de redactie. «We hebben het jarenlang laten aanzieken», zo sprak sterverslaggever René de Bok in de Haagse Post over zijn chef. «Dat een hoofdredacteur zich schurkt aan de macht die zijn positie met zich meebrengt, daar zul je mij niet over horen. Je mag best een beetje in de marge plezier hebben, wat extra plezier hebben van je status. Maar bij hem ging het echt te ver.»

Nadat tevergeefs was aangestuurd op zijn ontslag werd Hoogendijk «op educatief verlof» gestuurd. Het was niet de enige teleurstelling die hij in die periode te verwerken kreeg. Eerder was hem een ministerschap (Mediazaken) door de neus geboord. Hoogendijk, oud-JOVD’er en naar eigen zeggen «een trouwe soldaat» van de VVD, die hij als adviseur met raad en daad terzijde stond — wist zich al zo goed als verzekerd van het pluche toen Ruud Lubbers als premier een veto over Hoogendijk uitsprak. De afgeschoten politicus in spe reageerde verbitterd. «Ik vind het wel ernstig, kwalijk, zoals Lubbers zich heeft gedragen. Natuurlijk, ik heb hem de afgelopen jaren goed te grazen genomen in mijn commentaren, maar dat zo’n man dan zo wraak neemt. Ik had hem groter geacht. De consument van de omroep wordt hiervan het slachtoffer.»

Al even onfortuinlijk was de carrière van Hoogendijk als tv- en radiocommentator verlopen. In 1978 had hij de Avro een bitter vaarwel gezegd. «Ik was te fel, pakte linkse kopstukken te hard aan, vond met name Jaap van Meekren», legde Hoogendijk uit. Van Meekren bestreed dit: «Als wij vonden dat het niet zo geslaagd was, kon je dat gerust tegen Ferry zeggen en was hij onmiddellijk bereid om het in het tegendeel te veranderen.»

Hoogendijk wist zich tot 1985 te handhaven bij Elsevier. Directeur Leemans hield hem zeer tegen de zin van de redactie toch nog de hand boven het hoofd. Zelfs toen de voltallige redactie van Elsevier dreigde met een staking bleef directeur Leemans zijn hoofdredacteur trouw. Leemans was zelfs bereid de voltallige redactie te offeren (die zou volgens een noodscenario worden vervangen door journalistieke kanonnen als Wibo van der Linde, Hans Hillen en Charles Schwietert, allen intimi uit de kring-Hoogendijk) om zijn eerste man ter redactie voor zich te behouden. Toen Hoogendijk in 1985 dan eindelijk vertrok, haalden de achterblijvers opgelucht adem. Zijn opvolgers beloofden zich niet al te veel gelegen te laten liggen aan de erfenis van de vertrekkende man. «Alleen de ingezonden-brievenrubriek blijft», zo verklaarde de nieuwe baas André Spoor en zijn secondant Sytze van der Zee. Hoogendijk richtte een kunstblad op en stortte zich ook in de kunsthandel. In een recent interview met de Volkskrant verklaarde hij daar heel wat geld aan te hebben verloren. «Je wordt er heel erg hebberig van. Ik gaf er gewoon veel te veel geld aan uit.» Financieel gaat het de voormalige high roller dan ook niet meer zo voor de wind, zo bekende hij. «Met effecten heb ik nooit veel geluk gehad. Als ik er instap, gaat de beurs naar beneden. Ik denk dat ik door de jaren heen wel vijftigduizend euro heb verloren, hoewel ik natuurlijk ook wel eens geluk heb gehad. Ik heb het nu er maar bij laten zitten.» De tering moest dan ook naar de nering. «Vroeger reisde ik de hele wereld rond. Nu vind ik vliegen net zo vreselijk als een busreis van drie dagen naar Corsica. Ik ben als hoofdredacteur van Elsevier een verwend man geworden. Ik reisde altijd eerste klas. Nu zit ik net als ieder ander opeengepropt, en moet ik ook achter aan de rij aansluiten.»

Met een ministerieel salaris is dat euvel straks tenminste weer voorbij. In ieder geval zal de koningin geen bezwaar maken tegen het aantreden van deze Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en voormalig huisinterviewer van paleis Huis ten Bosch in het eerste kabinet-Balkenende. Wie weet zit er zelfs wel een vice-premierschap in en kan hij uitgroeien tot een Zonnekoning. Hoe dan ook: het mag een meer dan ironische wending van het lot heten dat uitgerekend Ferry Hoogendijk nu als de grote erfgenaam van Pim Fortuyn, de heilige kruisvaarder tegen de geest van het nepotisme, naar voren treedt.