Economie

Misverstand

In 2004 liet het Milieu- en Natuurplanbureau een fraaie studie het licht zien over wereldbeelden van Nederlanders. Onder de wat muffige titel Kwaliteit en toekomst, verkenning van duurzaamheid brachten de onderzoekers opvattingen van duizenden respondenten in kaart over de vraag: in wat voor wereld wil ik leven? De ziel van Nederland werd opgedeeld in vier wereldbeelden. Dat leverde verrassende resultaten op.

Zo scoorde het wereldbeeld ‘Mondiale markt’ niet goed. Slechts zes procent van de ondervraagden was hiervoor te porren, ondanks de belofte dat dit scenario economisch het meest profijtelijk zou zijn. 'Veilige regio’ deed het al beter. Een cultureel homogene toekomst bleek goed voor 27 procent. 'Mondiale solidariteit’, een open wereld met sterke instituties en overheden om mondiale vraagstukken aan te pakken, trok de belangstelling van 22 procent. De grootste score kwam echter voor rekening van 'Zorgzame regio’: 45 procent kiest voor gemeenschapszin en burgerlijke verantwoordelijkheid. Geld maakt niet gelukkig.
Hier komt een misverstand van kolossale omvang aan het licht. De politieke entree van Thatcher en Reagan begin jaren tachtig markeerde de stormachtige opkomst van de neoliberalen. Zij domineerden de politieke arena in de afgelopen dertig jaar met radicale opvattingen over vrijhandel, privatisering, deregulering, aandeelhoudersmacht, meer markt en veel minder overheid. Gestaag bouwden zij aan het wereldbeeld 'Mondiale markt’ en waren daarin bepaald succesvol. Ook nationaal werd de boel grondig verbouwd. De verzorgingsstaat kreeg een beurt van jewelste, de postbezorger die vroeger postbode heette zwoegt inmiddels voor een mager stukloon en op zondag slaat de Hard Consumerende Nederlander zijn slag in de Ikea. De neoliberale dominantie bleek ook uit de steun voor hun project bij de christen-democraten en socialisten, politieke spelbepalers in veel westerse landen.
De Nederlander zit echter al lang niet meer te wachten op de droom van een globale vechtmaatschappij. Zelfs onder VVD'ers bleek de neoliberale fantasie een magere zestien procent te scoren. Hier ontwaart zich een gapende kloof tussen de systeemwereld van het beleid en de leefwereld van mensen. De reactie daarop is goed af te lezen uit het onderzoek: de hang naar (een gesloten) gemeenschap wint aan kracht.
Met politiek knip- en plakwerk is deze kloof een tijd lang toegedekt. De neoliberalen wisten namelijk zelf ook wel hoe impopulair hun boodschap was. De Republikeinen toonden al 25 jaar geleden een vooruitziende blik door met nadruk het culturele thema op de politieke agenda te plaatsen, wat in Nederland navolging kreeg van Bolkestein - de suprematie van de westerse cultuur - en later Balkenende - 'fatsoen moet je doen’. Voorts heeft vermoedelijk de belofte van groeiende koopkracht het politieke afscheid van de neoliberale wereld weten te vertragen, maar de kredietcrisis gooide hier sinds 2008 roet in het eten.
De laatste verkiezingen hebben de kloof boven water gebracht. De PVV, politiek eigenaar van het scenario 'Veilige regio’, heeft vorstelijk gewonnen en dicteert nu de formatie. Wilders blijkt de erfenis van Bolkestein beter begrepen te hebben dan Rutte. Het culturele conflict is nu Leitmotiv geworden in rechts Nederland. VVD en CDA volgen uit angst voor een finale doorbraak van Wilders bij de volgende editie. Met name de christen-democraten zijn het spoor goed bijster. Met de VVD waren zij hoofdaannemer van de 'Mondiale markt’, maar ze zijn nu politiek verscheurd geraakt door het culturele thema en zien hun kader en achterban verdeeld over verschillende wereldbeelden. Bij gebrek aan een coherent politiek antwoord daarop kiezen de christen-democraten uit lijfsbehoud voor de macht.
Zozeer als politiek rechts Nederland in verwarring is gebracht door de culturele gevolgen van de globalisering, zozeer moet links Nederland de rekening opmaken van de sociaal-economische consequenties van de mondiale vechteconomie. Met name de PvdA speelt de patstelling tussen de aanhangers van 'Mondiale solidariteit’ en de adepten van 'Zorgzame regio’ parten.
Trachtte Wouter Bos in oppositietijd de sociaal-democraten nog op het pad te krijgen van de 'Mondialen’, met Job Cohen lijken de 'Zorgzamen’ weer aan de winnende hand. Het is hoog tijd dat de sociaal-democraten als grootste progressieve factor hun mind opmaken. 'Werkende weg’ blijken CDA en VVD in deze formatie al gekozen te hebben, net zoals in 1982 toen CDA en VVD de steven wendden op de golven van de economische depressie en het neoliberalisme adopteerden. Die snelheid van handelen mogen de sociaal-democraten zich aantrekken. Cohen heeft in ieder geval binnen zijn eigen partij nog een formatie voor de boeg.

Kees Vendrik was van 1998 tot 16 juni 2010 lid van de Tweede Kamer voor GroenLinks. Vanaf deze week schrijft hij een tweewekelijkse column voor De Groene Amsterdammer