Macro-Economische Verkenningen

Mitsen en maren

De rituele MEV-dans wordt weer opgevoerd. Ook deze week publiceerde het Centraal Planbureau (CPB) op de derde dinsdag van september zijn jaarlijkse Macro-Economische Verkenning (MEV). Een MEV heeft een gemêleerd lezerspubliek, variërend van financiële analisten en wetenschappelijke economen tot Haagse politici en financieel-economische journalisten. Een moderne MEV is een aaneenschakeling van veronderstellingen en doorrekeningen op scenariobasis met het doel een beeld te schetsen van de toestand van de Nederlandse economie in verleden, heden en toekomst. Een MEV vervult grosso modo een dubbelfunctie. Aan de ene kant bevatten de MEV-bladzijden een enorme rijkdom aan detailinformatie over het economische verleden waarmee inzicht kan worden verkregen in het reilen en zeilen in de Nederlandse economie. Daarmee is een MEV een jaarverslag van de Nederlandse economie waarin de ontwikkelingen in het perspectief van historische patronen worden geplaatst.

Aan de andere kant staat in een MEV een indrukwekkend aantal (conditionele) toekomstvoorspellingen. Dat wil zeggen: op basis van veronderstellingen over het verloop van cruciale variabelen uit de «buitenwereld», zoals de koers van de dollar en de groei van de wereldeconomie, wordt voorspeld hoe de Nederlandse economie in de komende jaren zal presteren in termen van bijvoorbeeld macro-economische groei en werkloosheid. Om de onvermijdelijke onzekerheden die dergelijke voorspellingen omgeven te benadrukken, worden verschillende scenario’s doorgerekend met behulp van grote en complexe computermodellen.

Het CPB is natuurlijk allesbehalve naïef. Voor een wetenschappelijk publiek legt CPB-directeur Henk Don in het Engelstalige vakblad The Economist van juni 2001 omstandig uit hoe het CPB met onzekerheid omgaat in het licht van de uiteenlopende doelgroepen, door uitvoerig te stoeien met intervallen, marges, modellen, scenario’s en toetsen. In journalistieke kringen schuwt deze zelfde Henk Don echter uitbundig optimistische puntverwachtingen niet, aangezien econometrische subtiliteiten aan het grote publiek immers toch niet besteed zijn. Hoewel elke MEV dus bol staat van de mitsen en de maren in de context van allerlei scenario’s, blijft daarvan in de publieke arena weinig over. Het Binnenhof en omstreken pikt het aansprekende scenario en de dito voorspelling eruit, en gaat daarmee aan de haal. Het gevolg is dat een unieke puntverwachting het richtsnoer wordt van het publieke debat. Zolang deze puntverwachting niet te ver van de latere realisatie zit, hoeft niemand hiervan wakker te leggen. Maar helaas: een schot in de roos is buitengewoon zeldzaam. In tijden van jarenlange hoogconjunctuur is daarmee te leven. Door voor voorzichtige scenario’s en voorspellingen te kiezen, heeft minister van Financiën Gerrit Zalm — als CPB-directeur de voorganger van Henk Don — de naar hemzelf genoemde norm effectief kunnen inzetten met het oogmerk de begroting strak in het gelid te houden.

In onrustige tijden werkt deze strategie niet. In de septembermaand van 2000 ventileerden Henk Don cum suis bijvoorbeeld de vrolijke groeivoetverwachting van 4,5 procent voor 2001. In b ijna alle maanden daarna is de groeivoorspelling stapje voor stapje neerwaarts bijgesteld. Het einde van deze neerwaartse bijstellingen is nog niet in zicht. Tegen een dergelijke spiraaldynamiek is ook zalmiaanse voorzichtigheid niet bestand. In de MEV van dit jaar wordt een groei van twee procent voorspeld voor de jaren 2001 en 2002, terwijl de werkloosheid naar verwachting zal oplopen van 3,25 procent in 2001 naar 3,75 procent in 2002. Ongetwijfeld is op de CPB-burelen tot het laatste moment druk gerekend aan nieuwe scenario’s en voorspellingen nadat drie vliegtuigen de WTC-tweelingtoren en het Pentagon hadden doorboord. Helaas lag de MEV inmiddels vrijwel onwrikbaar bij de drukker zodat Wim Kok en Gerrit Zalm het op de derde dinsdag van september mogelijk moesten doen met verse computeruitdraaien. In het MEV-persbericht kon op het laatste moment nog de opmerking-uit-arrenmoede worden opgenomen dat het CPB vooralsnog geen aanleiding ziet om de oorspronkelijke prognoses aan te passen omdat het nog te vroeg is voor een evenwichtig oordeel over de economische gevolgen van de dramatische gebeurtenissen in de Verenigde Staten. Ook de scenario’s zijn ongewijzigd gebleven. Omdat de MEV geen gretige aftrek vindt in literaire kringen, moet deze keer voor een groot ramsj-restvolume worden gevreesd.

Wat is de zin van deze jaarlijkse MEV-dans? Hoewel de macro-economische boekhouding ook door het CBS wordt bijgehouden, kan het geen kwaad de cijferbrij één keer per jaar in historisch perspectief te plaatsen. Daarnaast worden in het politieke debat sowieso prognoses opgevoerd — daar is geen houden aan. Met de CPB-exercities achter de hand kan de liefhebber in ieder geval de achterliggende veronderstellingen wegen. Bovendien wordt met de MEV-productie een bijdrage geleverd aan de instandhouding van directe en indirecte werkgelegenheid. De oplage is immers veel groter dan die van een doorsnee roman of poëziealbum, en de substantiële aandacht ervoor in de geschreven media genereert een indrukwekkende stroom beschouwingen en recensies. En ten slotte: het voorwoord van de minister van Economische Zaken geeft elk jaar een verhelderend doorkijkje in de creatieve gedachtewereld van — tijdens Paars II — hare excellentie. De klapper van dit jaar is de uitsmijter dat extra aandacht nodig is voor «de noodzaak van het activeren van het arbeidsaanbod, alsmede het bevorderen van de flexibiliteit van de arbeidsmarkt». Wie heeft daarvan terug?

De vraag naar de zin van het MEV-ritueel roept een vervolgvraag op: wat is het nut van het CPB? In CPB-kringen wordt deze vraag uiteraard ook gesteld. In deze context is het tekenend dat enige tijd geleden een prijsvraag voor een nieuwe betekenis van de CPB-afkorting is gelanceerd. Immers: centraal is uit de mode, planning doet denken aan een Brezjnev-achtig verleden en na het verschijnen van de Voskuil-cyclus werkt de bureau-aanduiding voornamelijk op de lachspieren. Het is frappant dat deze prijsvraag nog niet tot een naamsverandering heeft geleid. Een winnend idee is nog niet opgeborreld. Het is sneu voor deze mooie erfenis van de fameuze Jan Tinbergen, maar een herpositionering is moeilijk te vermijden.

Gelukkig gaat achter het MEV-boegbeeld een wereld van gedetailleerde beleidsanalyses schuil — ook weer in de MEV 2002 (over de vennootschapsbelasting en wederuitvoer). Het is ongetwijfeld in overeenstemming met het «nieuwe marketingdenken» om de naam volledig te «kantelen»: misschien moet de hele CPB-afkorting overboord worden gezet. Unilever gooit bijna alle merken eruit, Hoogovens heet tegenwoordig Corus, bijna alle rijksuniversiteiten hebben van de eerste vijf letters afscheid genomen, et cetera. Waarom zou het CPB hardnekkig aan de oude afkorting vasthouden? Een vrijblijvende suggestie van een ondeskundige stukjesschrijver: ISBA (Instituut voor Strategische Beleidsanalyse).

Arjen van Witteloostuijn is hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Macro Economische Verkenning 2002, SDU/Centraal Planbureau 2001, 250 blz., ƒ52,89 / euro 24,-