Mmm, lekkere lul, mmm

De redactie van Zoetermeer, letterkundig tijdschrift voor de opgroeiende jeugd, blies zo hoog van de toren dat dit automatisch kritische reacties heeft geprovoceerd. Propria Cures sprak snijdend over ‘een boekje met sterke verhalen van oude jongetjes die allemaal de grootste bek willen hebben’. De Volkskrant… Wat vond de Volkskrant eigenlijk van Boek Een, het startschot van de nieuwe periodiek? De Volkskrant vond het niet goed in een nogal onduidelijk stuk waarin sprake was van ‘het geperverteerde idee van een gevaarlijke meneer in Duitsland’, maar of dit op de letteren te Zoetermeer of de architectonische principes van de vooroorlogse bouwmeester Duiker sloeg, ik weet het werkelijk niet.

Dus schreef Zoetermeer een, pontificaal door de complete redactie getekend, ingezonden stuk aan het adres van de Volkskrant, waarin - niet meer en niet minder - sprake was van ‘een recensent onwaardige insinuaties’, die men 'geschokt en gekwetst’ had ondergaan.
Van representanten van een stroming die heel literair Nederland in de meest militante termen de oorlog heeft verklaard, had men minder lange tenen verwacht. Boek Een zelf was trouwens tamelijk braaf, met als hoogtepunt een fragment uit Jack Nouws 'roman in wording’ waarin het voor de eerste keer wordt gedaan. 'Mmmm, lekkere lul, mmm, mompelde ze, godverdomme, wat heb je een lekkere lul.’
Nee, er is niets nieuws onder de zon, niet in letterlievend Nederland en zelfs niet in Zoetermeer.
Het credo van het nieuwe blad is sympathiek. Het leek de redacteuren, naar eigen zeggen, 'van kinds af aan al heel erg leuk een literair tijdschrift te hebben’. De praktische vertaling van dit credo is helaas gedelegeerd aan Joris de Waal, een ezelachtige twintiger ('Ik ben 19, maar niet lang meer’), die drie bladzijden lang tegen 'ouwe zakken’ als Jan Blokker, Hugo Brandt Corstius, H. J. A. Hofland, Hugo Claus, W. F. Hermans en G. K. van het Reve tekeer mag gaan. Deze opa’s moeten hun kop houden, opdonderen, oprotten en een voorbeeld nemen aan 'ene Ter Braak’, die 'tenminste het fatsoen (had) op zijn veertigste zelfmoord te plegen’. Tsju, tsju, tsju, wat een bloeddorstig volkje! Was dit wellicht het gedachtengoed van 'die gevaarlijke meneer uit Duitsland’, waaraan de Volkskrant zich zo ergerde?
Mogelijk, in elk geval ben ik, ook na lezing van Boek Een, nog steeds benieuwder naar het nieuwe boek van W. F. Hermans dan naar de 'roman in wording’ van Jack Nouws of naar de verzamelde letterkundige essays van Joris de Waal.
Behalve voornoemde proeve van boek- en bejaardenverbranding is er in Zoetermeer niets aanstootgevends te vinden. Tot mijn spijt, Nederland zou best een schandaalverwekkend letterkundig tijdschrift kunnen gebruiken. De meeste bijdragen zijn trouwens niet slecht geschreven, een enkele alinea verraadt zelfs een literair talent-in- wording. Gods molens malen langzaam, ook in Zuid-Holland. Te zijner tijd zal er in Zoetermeer een werkelijk goed artikel verschijnen, ooit zal er in deze gemeente een werkelijk grensverleggende roman worden uitgebroed. Ooit. Let op mijn woorden! Jammer, werkelijk jammer, dat ik het zelf niet zal mogen meemaken.