Ger Groot

Mobielboek

Het gemiddelde gesprek per mobiele telefoon draait maar om drie dingen: waar ben ik, waar kom ik vandaan en waar ga ik naartoe? De standaard-slotzin is de belofte om - eenmaal op bestemming aangekomen - de stand van zaken opnieuw telefonisch door te nemen.

De mens is een onverbeterlijk pratend wezen, schrijft George Myerson in zijn boekje Heidegger, Habermas and the Mobile Phone. Van Heidegger begreep hij dat man shows himself as the entity which talks, en van Nokia dat The Person You Are With is the Most Important Person To Talk To. Dus, schrijft Myerson, From Heidegger’s perspective, Nokia’s principle is a basic truth. Ik ken filosofen die van minder ondersteboven raken.

«Those old German philosophers» zouden er danig van hebben opgekeken in één adem te worden genoemd met elkaar en met de gadget of the day die - in Heideggers termen - goed is voor oeverloos Gerede. Daardoor laat Myerson zijn blijmoedigheid niet bederven. Zijn toon is die van de televisiereclames waarmee commerciële zenders hun lege uren zendtijd te gelde maken, en zijn boodschap is «mobilisatie». There are answers to all the big questions about communication which troubled the philosophers. En als mobilisatie mobieltje wordt, zit het menselijk geluk in een klein kastje en denkt niemand meer aan oorlog. Geschreven vóór 11 sept. en de ineenstorting van de ICT is zijn boekje alweer bijna antiek.

Onwillekeurig denk je terug aan de Victoriaanse bedenksels uit Knotsgekke uitvindingen van de negentiende eeuw. Allemaal werden ze met grote verwachtingen gelanceerd, maar de enkele die overleefde, deed dat dankzij het meest banale gebruik dat de mensheid ervan wist te maken. Zo gaat het ook met de mobiele telefoon. De grootste woorden erover staan in de vluchtigste boekjes, die in wezenloosheid niet onderdoen voor het gemiddelde gsm-gesprek. Boekhandelaren en uitgevers zouden de lezer ertegen moeten beschermen, maar het omgekeerde lijkt het geval.

Onlangs bezocht de voormalige uitgever Jason Epstein Nederland als handelsreiziger van een nieuw wonderapparaat dat de boekhandel zou gaan vervangen. In een kelder in Saint Louis had hij al een prototype in bedrijf gezien: een kopieermachine, aangesloten op het net, en een boekbindmachine toe. «In zes minuten een heel boek, on demand.» Het lijkt een goede kandidaat voor Knotsgekke uitvindingen van de eenentwintigste eeuw. Het laatste waar we op zitten te wachten is de vervanging van de boekhandel door een kopieerapparaat. Hoeveel mensen weten bij het binnenstappen van een boekhandel welk boek ze eigenlijk zoeken? Daar komt veel geneus en geblader bij te pas en op een kopieerapparaat of een lijst met titels on demand ben je snel uitgekeken.

Wat een opluchting, toen we jaren geleden in openbare bibliotheken eindelijk zelf langs de boekenkasten mochten gaan. Geen naargeestige formuliertjes meer, ingevuld op systeemkasten met het appeal van een lijkenhuis. Maar Epstein ziet niets liever dan dat laatste. «Alles wat ooit gedrukt is binnen handbereik», roept hij op de toon van Myerson of een foute tv-zender. Nooit bedacht dat een boekenkoper helemaal niet alles binnen handbereik wil. Ook nu ligt er al veel te veel voor het grijpen. Een boekhandel moet niet aanslepen, maar tegenhouden en wijzen op het beste. Dat weten intussen zelfs de mega-stores. De Fnac prijst een selectie van titels aan als choix du libraire. Waterstone’s doet het met lijstjes en top-tienen.

De PerfectBook-machine zal succes hebben waar het niet moet. Bij de ontelbare gefrustreerde dichters en auteurs die nu hun kansen schoon zien. Net als de mobiele telefoon zal zij een stroom wezenloos Gerede voortbrengen dat hoogstens in een straal van één meter rond het schrijvend epicentrum wereldschokkend is. Daarbuiten wordt het overlast.

Self-publishing is ongeveer even zinvol als self-marrying, schreef Jonathan Heawood afgelopen zondag in The Observer. Publiceren is een publieke zaak, en het eerste publiek van een schrijver is zijn uitgever, die vooral weet welke boeken er allemaal niet moeten verschijnen. Zijn tweelingbroertje is de boekhandelaar, die moet weten wat er niet in de schappen hoort. Het boekenvak is een barrière: tegen zinloos drukwerk en oeverloos gebabbel. Daarvoor heb je de printerette en de mobiele telefoon.