Mode, massa en macht

Mode is in de mode

Als begin november H&M de deuren opent voor de najaarscollectie van Victor & Rolf worden er hysterische toestanden verwacht. Want mode is gedemocratiseerd: topdesign voor de massa.

Hoe zien vrouwen er dit najaar volgens de laatste mode uit? Als Lolita’s, stoute kindvrouwtjes met een pruillip in romantische bloemenjurkjes op stoere punkkistjes, aldus de Elle van deze maand. Of, zoals de Britse Vogue deze maand poneert, als Sofia Loren look-alikes in jaren-vijftig-jurkjes met magnifieke decolletés en een broeierige blik onder lange wimpers. De modespecial van het Belgische weekblad Knack signaleert vrouwen in een jongensachtig silhouet in herenbroeken, jasje-dasje en vest in donkere kleuren. Andere bladen tonen vrouwen als Britse aristocratische androgyne dandy’s, nonchalant maar peperduur gekleed in geruit, leer en bont op hoge paardrijlaarzen in een decor van het motregenachtige buitenleven met jagers en cognac. Vrouwen met bleek gepoederd gelaat en koude ogen, die zeggen dat ze alleen seks hebben met hun echtgenoot en stiekem met de tuinman.

Al die identiteiten komen minstens twee keer per jaar tot ons wanneer broodmagere mannequins op de catwalks van de grote modehuizen in Parijs, Milaan en Londen de laatste mode tonen en de glossy bladen de laatste prêt-à-porter vertalen in reportages met foto’s van frêle, piepjonge vrouwen in een geïdealiseerde context vol begeleidende teksten, waarin zonder enige humor op gebiedende toon wordt voorgeschreven wat wel en niet meer gedragen kan worden.

Hoe infantiliserend modeproza ook is, de aanbevelingen over de vorm van hak, broekspijp of kleur worden massaal overgenomen. Ook de publieksmedia schuwen het nieuws over de laatste mode allang niet meer. Je kunt in iedere krant zinnen lezen als: ‘Het wortelmodel van de broek is weer helemaal terug. Ook al staat het de meeste vrouwen niet, we moeten er met z’n allen weer aan geloven.’

Mode is in de mode. Fashion is een lifestyle waar jongeren zich massaal mee bezighouden en waaraan ze hun met bijbaantjes verdiende geld grotendeels besteden. Meisjes van zestien weten tot in de details alles over merken, bezoeken de tentoonstelling over het topmodel Kate Mosse en letten ziekelijk op iedere gram vet. Dat er een verband is tussen het postuur van fotomodellen en de toenemende anorexia nervosa onder pubers leidde vorige week in Madrid tot het instellen van een minimum Body Mass Index op de catwalks. En mode is allang niet meer het domein van vrouwen alleen. Mannen geven inmiddels net zoveel geld uit aan kleding en cosmetica als vrouwen. Dertigers met een baan smijten met geld voor hun uiterlijk. Het wordt niet alleen besteed aan kleding, maar ook aan het perfectioneren van het lichaam. Plastische chirurgie, gebit-make-overs voor een perfecte smile: in sommige kringen is het doodnormaal geworden. De oudere generatie beziet deze trend soms met grote verbazing. Zelf hebben ze in hun kast een overzichtelijke, tijdloze garderobe hangen, die zo nu en dan wordt aangevuld met iets modieus. De klerenkast van een gemiddelde twintiger daarentegen puilt uit van schoenen, riemen, tasjes, galajurken, pakken, lingerie en T-shirts met allerlei statements.

Mode heeft meer dan ooit te maken met identiteit: wie je via kleding wilt zijn. Volgens trendwatchers als Lidewij Edelkoort is authenticiteit daarbij het sleutelwoord. Het draait volgens haar allemaal om het vinden van je eigen, pure ‘ík’. Zoek je personality, predikt ze in haar lezingen met zalvende stem. Persoonlijkheid komt vooral tot uitdrukking via accessoires, zoals de tas die dit seizoen een hot issue is in iedere winkel. Een mondaine, vrijgevochten urbane vrouw heeft bijvoorbeeld een gerold leren, iets te grote tas met forse hengsels om de schouder bungelen. De prijzen variëren van 27.000 euro voor exemplaren van grote merken als Fendi, Prada, Tod’s en MiuMiu tot veertig euro voor de kopieën daarvan bij H&M en Zara.

Bij het kiezen van al die toegevoegde attributen om je te profileren word je een handje geholpen door celebrities. Ieder modehuis zet bij reclamecampagnes beroemdheden in, bij voorkeur uit de filmwereld (Sharon Stone, Julia Roberts, Nicole Kidman), of spekt publieke glamour figuren als Victoria Beckham en Madonna met artikelen waardoor zij fungeren als stijliconen. Zodra ze toevallig winkelend met dat ene tasje, polsbandje of sjaaltje door fotografen worden gespot, stijgen de verkoopcijfers astronomisch. Zij bepalen tot in de schappen wat identiteit is.

‘Dat is de paradox van een industrie van het gepersonaliseerde’, stelt Dirk Lauwaert in het pas verschenen boek De macht van de mode, een bundel essays onder redactie van José Teunissen en Jan Brand. Hij schrijft over de illusie van de vrijheid van mode. ‘Vroeger kozen mensen niet zelf wat ze droegen, maar schreef de traditie en de sociale klasse, de groep, hun dat voor. Vandaag worden mensen niet meer gekleed volgens een conventie, maar – zo lijkt het – naar eigen goeddunken. Maar als er iets niet vrij is, dan is het wel kleding. Want het is een illusie om te denken dat in kleding de vrijheid van het individu zich zou kunnen realiseren. Juist omdat men denkt erin zichzelf te zijn, vindt de geest van de tijd er een des te grondiger uitdrukking.’ Volgens Lauwaert worden we gekleed en koesteren we een illusie dat we zelf kiezen. Het zoeken naar eigen identiteit levert een eenheidsworst op van opgelegde identiteiten.

In De macht van de mode wordt mode beschouwd als een van de belangrijkste expressievormen van onze hedendaagse beeldcultuur. ‘Mode is minder vluchtig en ijdel dan men in intellectuele kringen graag wil geloven. Onder het oppervlak van roklengte en kleuren toont ze een spiegel van de maatschappij en haar sociale verbanden’, aldus de samenstellers van het boek. Achter schijnbare futiliteiten gaat de geschiedenis van de westerse samenleving schuil.

Het verschil tussen kleding en mode is een westers fenomeen. Sommige theoretici leggen de oorsprong van mode – als een steeds veranderende kledingsmaak – in de Renaissance. Anderen zien de innovatieve rol van de maîtresses aan het Franse Hof ten tijde van Lodewijk XIV als cruciaal. De clandestiene bedgenotes van de edellieden gingen de ‘schoonheidsidealen’ en ‘de goede smaak’ bepalen door zich in hun concurrentieslag van elkaar te onderscheiden met stoffen, kleur en vorm. Juist de niet-adellijke klasse zette de toon, omdat zij niet door haar sociale afkomst maar door haar verfijnde smaak respect afdwong.

Als in de negentiende eeuw de burgerij opkomt, de democratisering en de Verlichtingsidealen zich verbreiden, groeien individualiteit en persoonlijkheid uit tot centrale begrippen van de moderne cultuur. ‘Mode wordt cruciaal bij het veruiterlijken van het innerlijk, van de ziel en de eigen persoonlijkheid. Het maakt mode tot een van de vitale elementen van de moderne tijd en het anonieme stadsleven’, aldus Brand en Teunissen in hun inleiding.

In de twintigste eeuw raakte mode in een stroomversnelling. Modeontwerpers werkten samen met kunstenaars. De eerste grote modeshow in Parijs, in 1910, legde de grondslag voor de vertaling van haute couture naar het grote publiek. Ambachtelijke kleermakers maakten plaats voor de confectie-industrie, die met de toenemende welvaart uitdijde tot mondiale concerns. Deze bedrijven verkeren de laatste jaren in toenemende concurrentie met elkaar. Fusies van modehuizen zijn schering en inslag geworden. Om de kopieconfectie het hoofd te bieden, proberen ze in steeds duurdere reclamecampagnes steeds nieuwe identiteiten te verkopen. Het ‘exclusieve product’ moet naar de massa, omdat de investeringskosten steeds hoger worden.

De grote modebladen zijn daarbij onontbeerlijk geworden. Hoe hard het achter de schermen toegaat, laat de film The Devil Wears Prada zien (binnenkort in de bioscoop). Meryl Streep speelt de rol van hoofdredactrice van een modeblad, gemodelleerd naar de beruchte Anna Wintour van de Amerikaanse Vogue, die met dédain spreekt over de manipulatie van de consumenten die in de illusie van exclusiviteit geloven.

Mode is, volgens Eric Kuyper in zijn essay Als alles mode is, wat gebeurt er dan met de Mode?, anno 2006 verworden tot een verschijnsel dat een paradox belichaamt: het modebewuste individu denkt zich van de massa te onderscheiden, maar is een meeloper. ‘Mode verkrijgt haar enorme kracht doordat ze ieder persoon er als een uniek wezen kan doen uitzien, ook al zijn de mensen die de mode volgen min of meer op dezelfde manier gekleed. De diepe behoefte om uniek te zijn en de diepe behoefte om deel uit te maken van een groep worden gelijktijdig in de mode vervuld.’

Bovendien is mode zelf ook verwaterd, want ‘alles is mode’. ‘Het principe dat ten grondslag lag aan de mode (kleding) en waar ze haar kracht en haar betekenis uit putte, strekt zich nu uit tot de ganse markt. De auto-industrie is daar al lang een voorbeeld van, gevolgd door de elektronica. Inmiddels woekeren de minste consumptieartikelen met het modebeeld, als vergankelijk model van actualiteit. Geen teiltje, geen tandenborstel, geen boorapparaat, telefoontje, noem het maar op, schijnt aan het mode-idee te kunnen ontsnappen. Ooit was een emmer “een emmer”. Nu verandert een emmer om de zoveel maanden van kleur en vorm’, betoogt Kuyper.

Als mode een spiegel is van haar tijd, dan ontstaat het beeld van een klasseloze, multi-etnische samenleving. H&M vertegenwoordigt die bij uitstek. Het concern levert niet alleen in enorm tempo kopieën van de grote modehuizen, het brengt ook haute couture naar de massa. Voor het derde opeenvolgende jaar heeft H&M topdesigners uitgenodigd om een collectie te produceren in gigantische oplagen en tegen betaalbare prijzen. Dit jaar is het de beurt aan het Nederlandse duo Victor & Rolf, dat daarmee in de voetsporen treedt van Karl Lagerfeld en Stella McCartney. Als begin november de deuren opengaan, worden er hysterische toestanden verwacht. Van pubers tot deftige dames uit het Gooi, van moslima’s met hoofddoeken tot meisjes in naveltruitjes met piercing in de navel: ze staan allemaal op de stoep om topdesign te bemachtigen. In enkele uren zal deze ‘unieke collectie’ uit de schappen van enkele geselecteerde winkels in Europa, Noord-Amerika en het Midden-Oosten worden gerukt.

Een ander voorbeeld is de lingerie van de internationaal succesvolle Nederlandse ontwerpster Marlies Dekkers. Ze maakt sexy ondergoed voor de huisvrouw. Ordinair maar duur. Of het altijd esthetisch verantwoord is dat er platte Hollandse olifantenbillen prijken in sm-achtige strings, maakt Dekkers niet uit. ‘Iedereen heeft recht op lingerie’, luidt haar motto.

Deze mainstream fashion illustreert niet dat er geen klassenverschillen meer bestaan. De elite blijft (met zo nu en dan een gezellige aanvulling van H&M en Zara) zich onderscheiden door te kopen in de tempels van Prada, Chanel, Dior, Versace of Louis Vuitton. Ze trekt door de PC Hooftstraat, shopt in Antwerpen, Brussel, Parijs en Rome. Pas bij de kassa blijkt wat het kost.

Elite is een sociale classificatie die allang niet meer per se gepaard gaat met ‘oud geld’. Juist het nieuwe geld, het type voetbalchique, stort zich op de peperdure mode. In de PC Hooftstraat wordt Estelle Gullit wekelijks gesignaleerd met enkele tassen om haar polsen. Het soort te blond, te bruin en te veel goud om, dat rijdt in een suv, is in het straatbeeld van Amsterdam Oud-Zuid dominant. De echte elite zet zich hier tegen af door zich duur maar ingetogen te kleden. En de avant-garde gedraagt zich per definitie niet als volgzame massadieren. De ontwerpers van modeconcerns kijken naar deze twee groepen: wat zij dragen dient als inspiratiebron voor vernieuwing. De soldatenkistjes van de punks uit de jaren tachtig zijn nu bestemd voor ‘stoute Lolita’s’.