Mode moet (1)

Onlangs moest ik op een gymnasium in het midden des lands interessante dingen zeggen, wat ik niet deed, want anderen waren leuker, maar ik kreeg toch betaald. Wat me opviel was de mode van de meisjes. Bijna alle meisjes droegen geheel vrijwillig hetzelfde mutsje: een soort sok die aan twee kanten open was. Het stond niet onaardig - een beetje kabouterachtig. De meesten hadden dezelfde muts, maar er waren er ook die weliswaar hetzelfde model hadden, maar aan wier mutsje iets persoonlijks zat.

Ik dacht aan mijn lieve moeder. Ik wilde, toen ik twaalf was, een trainingspakhemdje. Dat was een hemdje waarbij de schouders in een andere kleur waren. Mijn moeder heeft toen eigenhandig op de Singer trapnaaimachine zo'n trainingspakhemd gemaakt… Zoiets lelijks had niemand in de klas, en zoiets moois zal ik nooit meer hebben.
Maar goed. Ik vroeg aan een docent waarom de meisjes allemaal dezelfde muts droegen. Dat had te maken met de drummer van een bepaalde popgroep die als eerste zo'n muts had gedragen. (Toen vroeger nog niet zo lang geleden was, wist ik precies de naam van die groep en kende ik hun liedjes uit mijn hoofd.)
Die mutsjes, de nieuwe mode.
Als ik toch eens het antwoord zou kunnen vinden op de vraag: Hoe ontstaat een mode?
Ik heb me vroeger volgens de laatste mode gekleed, ik heb me tegen een bepaalde mode afgezet, maar ik begrijp ook dat ik de mode niet kan ontlopen. Hoe zit het precies met mode en kunst? En hoe met mode en oorlog?
Toen ik mijn vader eens over de oorlog vroeg, zei hij: ‘De Tweede Wereldoorlog hing in de lucht. Het was onafwendbaar, het was een modeverschijnsel.’
Bijna precies hetzelfde zegt een Navo-stafchef: 'De Serven willen oorlog, het is daar mode. Ze willen geen crisis voorkomen, maar juist veroorzaken.’
Ik moest toen ik twaalf, dertien was, broeken met wijde pijpen. Daarvoor ging ik stiekem naar de Warmoesstraat. Een half jaar later moest en zou ik een groene militaire jas hebben, gekocht bij Lou Lap. Weer later wenste ik een Afghaanse jas, bloemetjesoverhemden en moest de Wrangler-spijkerbroek zo strak mogelijk om mijn benen zitten.
En opeens droeg ik een pak. En een das. En een wit overhemd. En vorig jaar wilde ik brogues hebben; een speciaal soort schoenen die ik liet bestellen in Engeland - maar niet heus. Wel kocht ik toen een wax-coat. En een nieuw spijkerjasje plus een nieuwe akoestische gitaar.
Ik weet precies waarom er mode is - dat zal ik de komende weken uitleggen. Ik weet precies waarom mode prettig is. Ik weet waarom ik eigenlijk het liefst een donkerblauw pak zou willen hebben - een diep donkerblauw pak met een wit overhemd. Donkere schoenen en zijden sokken. En ik weet ook waarom ik dat niet wil.
Ik heb geen sociologie of psychologie nodig om het te begrijpen.
Ik weet de weg van mode naar succes.
Wie succes wil hebben, wie zin heeft in oorlog ('Er hangt crisis in de lucht’ - wedden dat binnen nu en een jaar de eerste Nederlandse soldaten in oorlogshandelingen sterven?), wie wil weten wat en hoe hij de dingen moet dragen, moet de komende weken deze column lezen.
U krijgt antwoord op de vragen: Waarom moet mode? Hoe kan ik de mode gebruiken? Waarom is racisme in? Waarom en waaraan zal sommige literatuur te gronde gaan? Waarom het paarse kabinet overleeft. En waarom een nieuw socialisme toekomst heeft, maar het nooit zal winnen van het liberalisme. Over het maken van glas-in-loodkunst en rechtse praat. Over hoe Rudie Fuchs onderuit te halen en waarom over drie jaar het Gronings Museum ernstig gedateerd is.
Lees nu, betaal meteen!
Als u nu abonnee wordt van De Groene behoort u tot de speciale, nadenkende elite. De Groene lezen is mode.