Mode moet (4)

Ik heb erg veel last van de mode. Het is namelijk de taak van de intellectueel om de mode te volgen teneinde hem niet te volgen. (Je moet eigenlijk als intellectueel mode maken.) Maar nu merk je dat je door de Glitteriani-familie pas als intellectueel wordt gezien als je de mode volgt. Dan pas heb je invloed en succes.

Hieruit volgt weer dat je invloed en succes hebt wanneer je een conservatief standpunt inneemt. Korter: succes is conservatief. Immers, je verandert niet, je bouwt voort op een mode, je bevestigt alleen maar.
Welke schrijvers hebben succes? Schrijvers die een negentiende- eeuwse manier van vertellen hebben: Tessa de Loo, Connie Palmen, Adriaan van Dis. Doe nu wat honderd jaar geleden de avant-garde deed en je kans op succes neemt toe.
Omdat jongeren altijd succes willen hebben en zich afzetten tegen hun ouders, gaan ze altijd doen wat hun grootouders voor ogen stond. Progressieve studenten zijn daarom altijd dogmatisch. Christelijke studenten zijn daarom heel vaak fundamentalistisch. De jeugd vertoont grootouderlijk gedrag. Alle werkelijke revoluties (1789, 1917) zijn dan ook als eerste door de studenten verraden. In de jaren zestig en zeventig was fundamentalistisch marxisme de grote mode, zoals ik zelf uit ervaring weet, omdat ik ook zo dacht.
Mijn dochter leest nu het boek waar Annie M. G. Schmidt mee bezig was op het moment dat ze stierf, De wereld van Sofie. Kinderen krijgen daarin filosofische problemen voorgeschoteld. Geen slecht boek, al zou je dat denken. Dit boek is momenteel de grote mode. Iedereen koopt dit boek voor zijn kind, want dan hoef je niet na te denken wat je voor hem of haar moet kopen.
Het boek heeft tot voordeel dat je met je kind filosofische problemen behandelt. En dan zie je ook weer dat kinderen conservatief zijn. Mijn dochter vindt mij stom omdat ik uit volle overtuiging zeg dat ik nooit nadenk en dat ik ook niet geloof dat zij nadenkt. ‘Niemand denkt ooit na, omdat dat niet kan’, zeg ik. 'Onzin’, zegt oma, 'ik denk altijd na, hoor.’ Terwijl zij het perfecte voorbeeld is van mijn stelling.
Dochter citeert dan het boek waarin staat dat filosofie onder meer het nadenken over de dingen is. 'Ja, maar dan is de schrijver iets vergeten’, zeg ik. 'Stel dat een filosoof nadenkt - wat ik dus niet geloof - dan doet hij dat om niet meer te hoeven nadenken. Je bedenkt iets, om er daarna niet meer aan te hoeven denken. Je denkt na over fietsen, leert het, en daarna doe je het vanzelf. Je denkt na over de zin van het leven. Je stelt vast dat die vraag verkeerd is, omdat je niet weet wat zin precies is en wat leven - en daarna hoef je er nooit meer aan te denken.’
Dochter en oma begrijpen niet wat ik zeg, dus ik leg het nog een keer uit. 'Kijk, auto’s, computers, haardrogers, koffiemachines, videoapparaten, televisies, telefoons, noem maar op, maken we steeds makkelijker in het gebruik. Alles wordt steeds vereenvoudigd zodat we minder hoeven na te denken. Nou, de filosofie wordt ook steeds eenvoudiger, net als het bedienen van de videorecorder en de computer. Tegenwoordig kan iedereen het. Zelfs jij, lieve dochter, kan op je twaalfde al filsoferen door dat boek van Sofie, terwijl dat vroeger door hele knappe mannen werd gedaan met Griekse namen. Maar thans is de filosofie zeer eenvoudig. We dachten vroeger dat je veel moest lezen om goed te filosoferen, maar nu blijkt dat je met je eigen hersens toe kan. Alles wordt makkelijker gemaakt met het oogmerk om niet meer te hoeven denken.’
'Dan hou je op het laatst niets over’, zegt mijn dochter.
'Dat dacht je vader ook’, zegt mijn moeder tegen mij.
'Wat dacht opa precies?’ vraagt mijn dochter.