Modelgevangenen ‘ook in het noodgebouw was er niet één ontsnappingspoging. vrouwen waarschuwden ons zelfs: dat hek is gescheurd’

Uitbreken komt niet bij ze op, dat ze gestraft worden vinden ze terecht en opleidingskansen grijpen ze met beide handen aan. Kortom: vrouwen zijn ideale gevangenen. Daarom krijgen ze binnenkort hun eerste eigen gevangenis. Met minder bewaking en meer mogelijkheden.
De namen van de gevangen vrouwen zijn gefingeerd.
DE BUITENKANT van de gevangenis is niet belangrijk. Niet voor niets hebben de gevangen vrouwen het vaag over ‘buiten’ - de buitenwereld is na al die maanden opsluiting een abstractie geworden. Vanuit de arbeidsruimten, de creatieve werkplaats, het leslokaal en de meeste cellen kijk je uit op binnenplaatsen: een tuin met tegels en kale winterse planten, een sportveld van kunstgras. En als je uitzicht hebt op de omgeving, zie je niet meer dande onbestemde rafelrand die elke stad kent.

Tot de binnenkant krijg je niet zomaar toegang. We moeten ons legitimeren, moeten door een metaaldetector, onze tassen worden röntgenologisch gecontroleerd, men zet ons op de foto. We wachten voor zware metalen deuren waar videocamera’s boven zweven en lopen door een smalle betonnen gang voor we ‘binnen’ zijn. Aan de binnenkant van vrouwengevangenis Amerswiel in Heerhugowaard is alle zorg besteed. Op de hoge muren van de gangen zijn vrolijke figuren geschilderd, er hangt veel kunst, de celdeuren zijn signaalrood, de wanden citroengeel, op de vloer ligt helder blauw linoleum.
IJzeren trappen leiden naar de creatieve werkplaats waar twee vrouwen aan een levensgroot vrouwelijk naakt schilderen. Anderen maken kerstboomversieringen. Ilona is vrijgesteld van de gebruikelijke arbeid en werkt op de 'crea’. 'Ik heb niet naar de lucht gekeken’, zegt ze trots. 'Als je te veel nadenkt, draai je door. Ik ga verder met schilderen als ik weer buiten ben.’
Naast de werkplaats ligt het leslokaal waar de vrouwen alle mogelijke cursussen en beroepsopleidingen kunnen volgen - van Nederlandse taal voor analfabeten tot theorie rijvaardigheid, van het middenstandsdiploma tot een computercursus. 'De sfeer is perfect’, vertelt de onderwijzeres. 'Je merkt er niks van dat je in een gevangenis werkt.’ Carmen, een oudere vrouw die een brief schrijft op de computer, valt haar theatraal in de rede: 'Er zijn hier anders ook veel spanningen. Laatst was er een vervloeking door een Surinaamse vrouw. Daar krijg je als Nederlandse toch de rillingen van.’
De machines in de arbeidsruimte staan er werkloos bij. Het is vrijdagmiddag en dan wordt er niet gewerkt. De verplichte arbeid vindt ’s(ochtends of ’s(middags plaats, het andere deel van de dag is er tijd voor sport, onderwijs, luchten en knutselen. In de ene fabrieksachtige ruimte staan gigantische naaimachines: er worden automatten omgezoomd. In de andere worden plastic speelgoedbeesten in elkaar gezet.
Vier afdelingen heeft Amerswiel: een huis van bewaring waar vrouwen zitten in afwachting van hun proces; een afdeling voor langgestraften; een verslavingsbegeleidingsafdeling (VBA); en een individuele-begeleidingsafdeling (IBA), waar vrouwen met een psychische stoornis zijn ondergebracht. De langgestrafte vrouwen zijn vandaag opgewonden: er is zojuist een baby van twee maanden gearriveerd. Het wandelwagentje staat voor de celdeur. 'Wat heb je een mooie kinderkamer’, complimenteren wij de moeder. 'It’s the Dutch governments room’, corrigeert ze met een scheef lachje.
Op de VBA staan de celdeuren open, ten minste vijf soorten snoeiharde muziek botsen in de gang op elkaar. De cellen zijn nauwelijks twee stappen breed: naast het smalle eenpersoonsbed past nog net een stoel. De hele afdeling ruikt naar exotisch eten - in de groepsruimte bereiden een paar vrouwen een maaltijd. De anderen lopen rond, hangen, praten en grappen wat. Ze weten dat om negen uur in heel Nederland de celdeuren sluiten.
AMERSWIEL maakt deel uit van een hoogbeveiligde 'combi’-gevangenis: er zitten 138 mannen en 79 vrouwen vast. Om beurten mogen zij boodschappen doen in het kleine supermarktje dat tussen het mannen- en vrouwenblok ligt ingeklemd. Wanneer wij langslopen, is de beurt net aan de heren. Eén blik krijgen we van ze, en onmiddellijk de Pavlov-reactie: 'I luv you!’ Alle ramen zijn beplakt met folie, zodat je wel naar buiten maar niet naar binnen kunt kijken. Dit om te zorgen dat de beide seksen niet helemaal door elkaar geobsedeerd raken.
Bernadette van Dam, directeur van de vrouwengevangenis, leidt ons rond. 'Deze bajes’, legt ze uit, 'is beveiligd op een manier die voor mannen gebruikelijk is. Daardoor gaan bepaalde dingen moeilijker, zoals kinderbezoek, en worden de gedetineerden overal gevolgd. Dat is ook de essentie van vrijheidsberoving: de hele dag wordt voor je bepaald wat je wel en niet kunt doen. Alle verantwoordelijkheid wordt je afgenomen, het systeem neemt ieder eigen initiatief weg. Dat beschadigt mensen. Voor vrouwen zou het beveiligingsniveau veel lager kunnen zijn.’
'Vrouwelijke gevangenen’, vervolgt ze, 'breken niet of nauwelijks uit, en ze hebben nog nooit de bewaking gegijzeld. We hebben hier anderhalf jaar in een noodgebouw gezeten. Toen was het cellencomplex klaar, maar waren de bezoekruimte en de sportzaal nog in een houten gebouwtje gevestigd. Met een beetje goede wil kon je daar zo doorheen stampen. Al die tijd is er niet één ontsnappingspoging geweest. Sterker nog, vrouwen waarschuwden ons: dat hek is gescheurd, daar moeten jullie op letten.’
Daarom roept Van Dam al jaren dat vrouwen anders, minder hermetisch, opgesloten dienen te worden dan mannen. En deze week, zo kan zij ons melden, heeft zij haar zin gekregen. Justitie is akkoord: pal naast Amerswiel zal een nieuw soort gevangenis voor vrouwen worden gebouwd. In principe kunnen ieder moment de eerste heipalen worden geslagen. Het zwaarbeveiligde Amerswiel zal daarna alleen nog voor mannen gereserveerd zijn.
Van Dam schetst de plannen: er komt één beveiligingswal, in plaats van de gebruikelijke twee, en binnen die muur staan tien wooneenheden voor acht vrouwen. De vrouwen moeten zelf koken en de boel schoonhouden, ze kunnen zonder begeleiding naar de arbeidszaal of de bibliotheek lopen. En - het lijkt een onbeduidend detail - ze krijgen hun eigen wekker waardoor ze om kwart voor zeven niet massaal geroepen hoeven te worden.
Voor Nederland is dit revolutionair. Andere landen zijn al eerder overgegaan tot alternatieve vrouwendetentie. Zo bevindt zich in Australië een omheind terrein met een aantal eengezinswoningen, waarin zes tot acht vrouwen mèt hun kinderen wonen. In Nederland mogen kinderen tot nog toe bij hun moeder blijven tot ze negen maanden oud zijn. Daarna verdwijnen ze, naar familie, een kindertehuis of een pleeggezin.
Nee, de vrouwen zullen niet ontsnappen, en geen drugs naar binnen halen, denkt Van Dam. 'Ze weten dat ze teruggezet zullen worden als dat gebeurt. En het is een bekend gegeven dat mensen voorzichtiger zijn naarmate je ze meer te verliezen geeft. Als je een zooitje neerzet omdat je verwacht dat ze het meubilair toch wel slopen, dan zullen mensen dat ook doen.’
DE CRIMINALITEIT onder vrouwen stijgt, een pijnlijk neveneffect van de emancipatie, zo houden de media ons voor. Gelijke kansen op de arbeidsmarkt zouden onvermijdelijk leiden tot gelijke 'kansen’ op de markt van misdaad en straf. Ook voor vrouwen zullen er daarom cellen worden bijgebouwd. Vóór het jaar 2000 zal de celcapaciteit voor hen met een derde zijn uitgebreid. Maar waar het aantal geweldmisdrijven van vrouwen met zeven procent is gestegen is dat van mannen verzeventienvoudigd. Het cellentekort voor vrouwen is dan ook vooral te verklaren uit het feit dat in Nederland de roep om langere gevangenisstraffen gehonoreerd is. Van Dam: 'Waar je tien jaar geleden drie jaar voor kreeg, krijg je nu soms zes jaar.’
Ze stoort zich dan ook aan de sensationele berichten over 'criminele vrouwen’. 'Er zitten hier een paar vrouwen die een moord heb ben begaan, en die zijn al talloze keren benaderd voor een interview. In de pers wordt heel anders geschreven over een vrouw die haar kind vermoordt dan over een man die dat doet. Zij vermoordt namelijk ook het vrouwbeeld dat wij met z'n allen in stand houden. Nog steeds zijn mensen heel verbaasd als ik vertel dat er in Nederland maar vierhonderdtwintig vrouwen gedetineerd zijn, tegenover twaalfduizend mannen. Meestal verdwijnen vrouwen in de algemene criminaliteitscijfers. Laatst was er een reportage over jonge verkrachters op televisie, en daarin ging het steeds over jongeren. Ik denk dan meteen: jongeren? Ze bedoelen jongens.’
Als meisjes crimineel gedrag vertonen, vertelt Van Dam, gaat dat vaak vanzelf over en is het meestal niet, zoals bij veel jongens, de aanloop tot een criminele carrière. Zo'n zestig procent van de vrouwen in Amerswiel is nooit eerder met Justitie in aanraking geweest - zij zijn de zogeheten first offenders. De overige veertig procent is drugsverslaafd en zit vaak niet voor het eerst - of het laatst. Ongeveer een derde van de vrouwelijke gevangenen heeft 'aan drugs gerelateerde misdrijven’ begaan, zoals het smokkelelen van de beruchte pakjes met inhoud, en een kleine groep zit vast voor een vermogensdelict. Nauwelijks een handjevol is veroordeeld wegens moord.
Tussen de 35 en 40 procent van de vrouwen recidiveert (tegen 65 procent van de mannen), en dat is precies die groep die verslaafd is en weer in het criminele circuit belandt. Maar recidiverende moordenaressen, of lustmoordenaressen - die kent Van Dam niet. 'Als een vrouw overgaat tot moord, is dat bijna altijd moord in de relationele sfeer, bijvoorbeeld op een partner die hen jarenlang mishandeld heeft. Vrouwen hebben hoe dan ook meer moeite dan mannen om de grens van het lichamelijk geweld te overschrijden. Zelden schieten ze iemand overhoop in een winkel om er met de kas vandoor te gaan. Dus als de moord is gepleegd, is er geen enkele aanleiding meer om dat nog eens te doen. Ook de meeste drugskoeriersters die op Schiphol zijn aangehouden, zien we hier nooit meer terug.’
VOORMALIG - en eenmalig - drugskoerierster Anne (22) komt in maart op vrije voeten. Dan heeft ze twintig maanden vastgezeten.
Het leek allemaal zo vlekkeloos te gaan met Anne. Keurig gezin, twee werkende, geslaagde ouders met een leuke, slimme dochter die een HBO-opleiding ging doen. In een grote stad. Met veel drugs. Een paar jaar later was ze verslaafd.
Haar vriend was ook verslaafd en ze wilden er vanaf. Ze besloten naar Griekenland te gaan om de drugs te ontvluchten. 'Hij speelde gitaar, ik ging met de pet rond, en drugs kwam niet in ons behoeftepatroon voor. We bleven vier maanden clean.’
Terug in Nederland was het binnen een week weer mis. Met alle bijkomende problemen: geldgebrek, schulden, geen werk, geen huis. 'Toen begon ik met winkeldiefstallen, bij V&D. Maar daar was ik niet zo goed in, ik werd telkens gepakt. Ze zagen het aan m'n gezicht. Ik probeerde overal geld vandaan te halen; als mijn moeder een nieuwe spijkerbroek voor me had gekocht, viste ik het bonnetje uit de tas en ging ik hem ruilen.’
Op een dag maakte ze een rekensommetje en zag dat ze een schuld van achtduizend gulden had. Als ze dat geld nou maar had, plus nog tweeduizend gulden, dan kon ze samen met haar vriend naar hun idyllische Griekenland terug. O, zei haar dealer, maar daar kan ik je wel aan helpen. Je krijgt tienduizend gulden van me als je een kilo cocaïne afhaalt in Venezuela.
Ze dacht vijf dagen na en deed het. Voor het geld, voor haar vriend: 'Ik hielp ons, dacht ik.’ Het bleek vier kilo cocaïnepasta te zijn, verpakt in shampooflessen. Terug op Schiphol werd ze onmiddellijk aangehouden; de politie was getipt.
Na vier maanden voorarrest in een huis van bewaring, waar ze overdag urenlang 'achter de deur’ zat, vroeg ze een plaats aan op de VBA in Amerswiel. De afdeling is uniek in Nederland en in feite al een stap in de richting van een 'andere’ manier van opsluiten voor vrouwen. Er zitten vrouwen die serieus van de drugs af willen. Het grootste deel van de dag staat hun celdeur open, ze houden groepsgesprekken en worden gemotiveerd om clean te blijven. Om de twee dagen wordt hun urine op drugssporen gecontroleerd. Schelden wordt niet getolereerd; de dames die het 'kut!’ voor in de mond bestorven lag, dienen dat hier te vervangen door 'kanarie!’
Inmiddels denkt Anne anders over haar misdrijf. 'Drugsverslaafden plegen vaak overvallen. Ik hielp alleen maar drugs goedkoper op de markt te brengen, zo rechtvaardigde ik het voor mezelf. Maar ik heb nu gelezen hoe drugskartels werken en hoe de boeren in Midden-Amerika worden onderdrukt. Daar heb ik aan meegewerkt.’
Haar opa overleed toen zij gevangen zat. Ze heeft nooit afscheid van hem kunnen nemen; haar moeder kon ze niet steunen. 'Toen realiseerde ik me pas echt wat die verslaving en deze straf allemaal kapotmaakten. Op de begrafenis van m'n oma was ik zo stoned als een garnaal, meteen erna moest ik weg om te scoren. Ik heb meer schuldgevoel over mijn gebruik dan over het delict.’
Iedereen beaamt het: de gedetineerde vrouwen hebben een groot schuldgevoel. PIW'er (Penitiar Inrichtings Werker) Marij Gerats werkte eerst zeven jaar in een mannenbajes. 'Mannen’, vertelt ze, 'geven er vaak een ander de schuld van dat ze vastzitten, zeggen “als hij me niet verlinkt had…” Van vrouwen hoor je eerder: ik heb het zelf gedaan en ik moet de gevolgen dragen. Ze voelen zich vaak heel schuldig tegenover hun gezin. Ze zijn niet bezig met de vraag “hoe kom ik hier uit”, maar denken “hoe rond ik dit zo snel mogelijk af en kan ik terug naar mijn gezin”. Nu ik met vrouwen werk, hoef ik ook veel minder op m'n hoede te zijn. Als je bij mannelijke gevangenen je pieper op tafel laat liggen, ben je hem kwijt. Vrouwen komen hem je nabrengen.’
Directrice Van Dam: 'Een groot deel van de vrouwen die hier zitten, zijn steeds bezig met hun kinderen, hun partner. Ik denk dat vrouwen een groot moreel gevoel hebben. Het lijkt wel of vrouwen een patent op schuldgevoel hebben. Ze voelen zich schuldig over wat ze gedaan hebben en vinden het vaak terecht dat ze vastzitten. Ik heb jarenlang in het Jellinek Centrum gewerkt met alcoholverslaafde mannen, en zelfs hun vrouwen vragen zich nog af wat zij fout hebben gedaan dat hun man is gaan drinken, of wat zij hebben misdaan dat hij ze is gaan mishandelen.’
'Overal zit een verhaal achter’, zegt Anne. 'De vrouwen hier zijn bijna allemaal slachtoffer geweest. Maar ze hebben ook slachtoffers gemaakt en daarvoor moeten ze natuurlijk gestraft worden. Ik wil niet rechtvaardigen wat we hebben gedaan, maar het in perspectief plaatsen.’
SUSAN (36) ZIT al voor de vierde keer achter de tralies. De laatste keer werd ze gepakt toen ze in een winkel twee verkopers bedreigde met een mes. 'Mijn instelling was: ik neem wat ik wil. Ik werk er nu aan dat ik niet kan nemen wat niet van mij is zonder ervoor te betalen. Ik stond al bekend als vuurwapengevaarlijk, dus ik ben streng gestraft.’
Susan vertelt over haar verleden. Een alcoholistische vader die haar moeder sloeg. Op haar zestiende verliefd op een grote dealer van wie ze zwanger werd. Hij mishandelde en verkrachtte haar, en dwong haar in een seksclub te werken en hem te helpen met dealen. Meer dan eens, zegt ze, heeft hij 'een baby uit haar buik getrapt’.
Er lag veel cocaïne in huis en ze begon te gebruiken. En van cocaïne, vertelt ze, raak je 'hartstikke opgefokt’. Met haar schoonzusje pleegde ze knetterstoned een gewapende overval. 'Ik stond er helemaal niet achter, maar m'n schoonzusje stond strak van de coke. Ik dacht: ik praat op haar in, maar toen stonden we al in die winkel. De vrouw die daar werkte, is zich rot geschrokken. Als mijn moeder dit was overkomen, had ze een hartinfarct gekregen.’
Vier jaar zat ze ervoor in de Bijlmerbajes.
Het kostte haar vijftien jaar om zich van haar man los te maken. 'Ik was eerst zo gek op die gozer. Ik hou wel van macho, van een beetje pittig.’ Ze lacht: 'Maar m'n ex was een beetje te pittig.’ Ze werd op een ander verliefd, weer een dealer. Hij is inmiddels gepakt met 35 kilo hard drugs.
Ze probeert nu op de VBA ook van de drugs af te komen. 'Vroeger zei ik: het helpt toch niet om mij vast te zetten. Ik probeerde binnen te bedenken hoe ik het voortaan buiten slimmer kon aanpakken. Nu wil ik wat doen met m'n straf. Ik moet mezelf veranderen. Ik blijf nu van de dope af, hoewel je hier, behalve op de VBA, ook drugs kunt krijgen.’ Bulderend: 'Er zijn binnen meer drugs dan buiten.’
Het is vijf uur. De andere vrouwen van de VBA komen terug op hun afdeling, en er schuiven er een paar aan. Ze praten mee, ernstig, met hier en daar een inktzwarte grap. Over zelfmoord in de gevangenis - goed tegen het cellentekort - en de lengte van het benodigde touw. Aan de lopende band worden shaggies gerold en de 'kanaries!’ vliegen in het rond. We hebben het over dope en schaamte, misdaad en straf.
'Ik vind het terecht dat ik zit’, zegt Petra (24). 'Ik heb een redelijk oude dame beroofd toen ik dope nodig had.’ Het hele gezelschap valt stil en staart naar haar. 'Dit is de eerste keer dat ik dat hier vertel’, verklaart Petra. 'Ik schaam me ervoor, en voel me erg schuldig. Het is zo makkelijk, zo'n oud vrouwtje. Ik ben gek op mijn oma, maar op dat moment dacht ik alleen maar aan dope. Ik heb net gehoord dat er achttien maanden tegen me is geëist, waarvan zes voorwaardelijk. Ze hebben me nog gematst, want dit wordt altijd hard aangepakt - en terecht.’
Ellen (32) vindt dat ze ten onrechte zit: 'Maar ik heb me erbij neergelegd. Ik heb iemand neergestoken die mij seksueel bedreigde. Dat zijn voor vrouwen moeilijke dingen, die ook ik veel te lang geslikt heb. Maar toen niet meer: ik heb het mes van hem afgepakt en hem ermee gestoken. Eén keer maar, want ik schrok me rot. Maar ik heb er absoluut geen spijt van. Ik heb dertig maanden gekregen. Het was zijn woord tegen het mijne. En mijn verleden werkte natuurlijk tegen me: ik speelde vroeger de hoer, ik gebruikte drugs. Ik ben ook zelf verantwoordelijk. Ik ben zo slordig op mezelf geweest dat ik in zo'n situatie terecht ben gekomen. In het begin heb ik gevochten en ben ik in hoger beroep gaan. Nu denk ik: het zij zo, en ik moet maar wat aan mijn leven veranderen.’
MARIANNE (36) mompelt dat ze het 'oké’ vindt dat ze vastzit. Vier inbraken heeft ze gepleegd, om aan geld voor drugs te komen: 'Die mensen voelen zich nu niet meer rustig in hun eigen huis. Ik heb daar spijt van, en heb ze dat ook geschreven. Als ik nu terugkijk, denk ik: was ik dat die dat deed?’
Petra: 'Je bent echt jezelf niet meer door drugs.’
Susan: 'Het beest in je komt los.’
Waarom probeert niemand van jullie ooit te ontsnappen, vragen we. 'In het begin heb ik wel gekeken hoe ik hier uit kon komen, hoor’, zegt Ellen.
'We denken aan de gevolgen voor onze kinderen, onze familie’, verklaart Anne. 'Je straf blijft je toch achtervolgen als je bent ontsnapt en ieder moment weer gepakt kunt worden.’
Susan: 'Mannen ontsnappen uit machogedrag. Zij hebben ook niks te verliezen: hij verdwijnt en moeder de vrouw vangt de kinderen op.’
Ellen: 'Van mannen hoor ik ook vaak dat ze als een betere en slimmere crimineel uit de gevangenis komen; bij ons is dat het tegenovergestelde.’
Mascha: 'Wij proberen te bespreken dat je het voortaan anders moet doen.’
Susan: 'En alles in verband te zien: hoe heb ik dat kunnen doen? Hoe heb ik zo ver kunnen komen? Mannen doen er veel meer macho over dat ze zitten. Die zeggen: 'Don’t do the crime if you can’t do the time.’ Maar zij janken ook - alleen achter de deur.’
Ellen: 'Mijn ex-vriend zei: als je niet hebt gezeten, dan ben je geen echte vent. Nou, dan ben ik nu dus ook een vent.’ Ze vertelt hoe ze na de havo een wild leven leidde, met veel stappen en af en toe wat drugs. Toen kwam er nog een vriend op het toneel die als dealer aan de kost kwam, en een paar jaar later was Ellen een junk.
Petra: 'Het is opvallend dat hier vrouwen uit alle rangen en standen zitten, al hebben er veel een slechte jeugd gehad. Maar Justitie kijkt niet naar je achtergrond. Ik heb tot mijn twaalfde in kindertehuizen gezeten - daar begin je al met dingen die niet mogen.’
Marianne: 'Ik heb een prima jeugd gehad. Ik ben pas begonnen met drugs toen mijn zoontje bij een auto-ongeluk om het leven kwam, vier jaar geleden. Het is laf, maar ik ging gebruiken om dat draaglijk te maken.’
Susan: 'Dat zijn klappen die je niet aankunt.’
'Deze Kerst ben ik voor het eerst clean sinds zijn dood’, zegt Marianne. 'Er komt nu een hoop verdriet naar boven.’
'Ik had al een keer drie maanden gezeten’, zegt Petra. 'Toen vond ik het zo kanarie dat ik dacht: dat nooit meer. Maar ja, toen werd die verslaving zo erg… Maar het is hier anders dan in de gewone gevangenis of huizen van bewaring. Daar gooien ze je achter de deur en dan zit je daar met jezelf. Hier kun je praten, elkaar steunen.’
Anne: 'Hier wordt iedereen gevraagd: wat is je motivatie, wat ben je van plan te bereiken hier. Het is de bedoeling dat je aan je problemen werkt, en je sociaal opstelt.’
Ellen: 'Ik gebruik deze tijd om mezelf op te knappen. Het heeft misschien zo moeten zijn. En die vent die mij bedreigde, moet ik gewoon vergeten. Ik heb weleens gedacht: ik zal hem nog een lesje leren, maar daar ben ik toch te verstandig voor.’
Anne: 'Die kerels hebben mij verlinkt en ik heb nooit een cent van ze gehad voor dat drugstransport. Ik heb hun telefoonnummer nog, maar wat er is gebeurd, moet ik achter me laten. Ik moet mijn tijd niet aan wraakgevoelens verspillen. Dat is zonde - van mij.’